Fuck Buttons :: Slow Focus

Vergeet alle onzin over hoe baanbrekend het wel niet is dat Daft Punk met live-instrumenten werkt, en negeer gerust alle poeha rond de sfeerschepping die Boards Of Canada in het leven riep want als het op electro aankomt, laat Fuck Buttons beide duo’s nog steeds achter zich wat inventiviteit en kracht betreft.

Op Slow Focus combineert Fuck Buttons duisternis en onbehaaglijkheid met een onderhuids pulserend popgeluid dat zich een album lang hult in drones, tribale uitvallen en scheurende geluiden zonder dat ooit één element zich uitdrukkelijk manifesteert. Andrew Hung en Benjamin John Power opteren ervoor om, na bijgestaan te zijn door John “Mogwai” Cummings en Andrew Weatherall op respectievelijk het debuut en opvolger Tarot Sports,het heft in eigen handen te houden, wat tot een eigenzinnige productie en eclectische plaat leidt.

De donderende drums van “Brain Freeze” klinken welhaast als een oorlogsverklaring, een vermoeden dat bevestigd wordt door de sci-figeladen keyboardgeluiden die de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig tastbaar maken. Vlotjes gevolgd door enkele modernere geluiden die het duo er tussen mixt en het geheel naar een retrotoekomst katapulteert. De subtiele tribale elementen, vormgegeven door een resem ingenieus gemixte klanken verlenen het nummer een steeds complexer wordende invulling die nergens druk, gezocht of storend overkomt. Door het behoud van de fundamenten en deze steeds verder aan te vullen en in te kleuren, behoudt de song immers zijn initiële aanzet en lost ze moeiteloos op in een kluwen van klanken en bezweringen.

Het daaropvolgende “Year Of The Dog” knipoogt naar Anne Clark en lardeert haar electropoëzie met schrapende metalen geluiden en een pulserende trance-aanpak die op een intelligente manier met crescendo’s speelt zonder het ook effectief in een explosie te laten uitmonden. De bevreemdende “outro” botst aanvankelijk met het stuiterende, vaagweg op hiphop gestoelde “The Red Wing”, al is dat snel vergeten dankzij de haast vrolijke noot die in de song zit. Zelfs de gruizige rockgitaren kunnen niet verhullen dat het nummer zich in een goede luim bevindt en dit zo’n slordige acht minuten (de gemiddelde lengte van het gros van de songs) weet te behouden.

Met “Sentients” wordt meteen erna de buikriem opnieuw aangehaald, de Oosterse, holle percussie gecombineerd met tribale drums en voorbijscherende, onbestemde, gespannen klanken roepen een paranoïde sfeer op die de zenuwen op scherp stelt. Opmerkelijk ingetogener en spaarzamer dan de andere nummers is dit een beproeving op het scherp van de snee met als doel een niet aflatende alertheid op te roepen. Echo’s naar electro uit de vroege jaren negentig lijken nooit ver weg, net zo min als in het kortere “Prince’s Prize” dat voortborduurt op een enkele melodie en daar verrassend lang mee wegkomt ook. De introductie van een basisritme en ondersteunende, uitgesponnen melodielijnen ondersteunen bijgevolg niet meer of minder dan de essentie van de song.

Het paranoïde Stalker maakt daarna zijn naam waar — als iemand gelauwerd moet worden vanwege zijn inventieve recyclage van de jaren tachtig horror- en sci-fisoundtracks laat het dan Fuck Buttons zijn — door met een minimum aan middelen een maximum aan verborgen dreiging en nakende terreur op te roepen. Vormt de monotoon herhalende keyboarddreun de basis, dan claimen de ijlere klanken de inkleuring die het nummer mee zijn fascinatie voor de onheilspellende macht geeft. Soelaas is daarna niet te vinden in het afsluitende “Hidden XS” dat ditmaal het onbehagen puurt uit de hogere tonen terwijl een afgemeten drumpatroon de slagen punctueel registreert. Trance-elementen vormen ook hier een van de basiselementen van de song, maar net zoals bij zijn voorgangers het geval was, is het meer dan een hommage of parodie. Het lappendeken dat een kleine dertig jaar elektronische muziek herbergt, klinkt bovenal als een uniek brouwsel dat zijn ingrediënten op een apothekerschaal afweegt opdat het klankenpalet volop tot zijn recht zou komen.

Slow Focus is een minder gerichte plaat dan zijn twee voorgangers, in die zin dat het album zich minder door één dominant gevoel laat leiden maar elke song op zichzelf tot een universum bombardeert. Alle elementen, geluiden en kenmerken van Fuck Buttons blijven aanwezig maar de manier waarop het duo ze tot een nieuw geheel brouwt, gaat niet onopgemerkt voorbij. Het complexe samenspel van geluiden en sferen die binnen elke song aanwezig zijn en daardoor ook de plaat als geheel definiëren, maken van Slow Focus een album waarover het laatste woord nog lang niet gezegd is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vijf =