Brazos :: Saltwater

Met Saltwater jaagt Brazos de zon achterna. Poprock in een kunstig exotisch jasje. Vermakelijk, maar bij momenten duikt de verveling op.

Saltwater is de tweede langspeler van Brazos, het muzikale project van singer-songwriter Martin Crane. Na zijn debuut Phosphorescent Blues uit 2009 gooide hij het roer om. Hij verhuisde van Austin naar New York, waar hij tekende op het label Dead Oceans en de studio indook met een nieuwe bezetting: bassist Spencer Zahn en drummer Ian Chang.

Een ommezwaai die sporen nalaat. De thema’s en het geluid zijn veranderd. Phosphoresecent Blues had het gedicht The Observer van Adrienne Rich als uitgangspunt. In Saltwater gaat het over eenzaamheid en de weg zoeken. Een avontuurlijke queeste met zout water als onvermijdelijke metgezel. Daar zinspeelt de muziek op. Ze is uitbundiger: de folk vermengd met bossa nova en jazz is geëvolueerd naar tropisch getinte poprock die rijkelijk gelaagd is. Een smeltkroes van krautrock, flarden afrobeat en Braziliaanse populaire muziek. Op zich een eldorado voor ontdekkingsreizigers. Maar toeval of niet, met die wending raakt Brazos nogal opvallend de snaar van de tijd. Als we luisteren naar Saltwater, denken we meermaals aan hedendaagse bands als Local Natives, Vampire Weekend, The Shins en Grizzly Bear. Echt off the beaten track klinkt dit plaatje dus niet.

Toch is het resultaat aardig. Crane is een verdienstelijke verhalenverteller met een warme en bij vlagen rauwe stem. Zijn lyrics zijn persoonlijk, visueel en amusant raadselachtig. Zoals op zijn vorig album is hij niet bang van metaforen en literaire referenties. Zo is de titeltrack “Saltwater” gebaseerd op de roman Moby Dick van Herman Melville. Het relaas, begeleid door levendig drum- en gitaarspel, is aandoenlijk. De jazzy indiesong “Valencia” omhelst dan weer overtuigend zomerse taferelen. Crane zingt zo bevlogen over onder meer lachende zeemeeuwen en een meisje met wie hij kuiert over de boulevard dat het lijkt alsof we alles met eigen ogen op een boogscheut waarnemen.

Ook het catchy “How The Ranks Was Won” voelt fris aan. De ooh-oohs, drum, synths, ludiek gitaargetingel en zwoele baslijn werken aanstekelijk. Het nummer wurmt zich spelenderwijs in de oren. Zelfs nadat we het een tijdje niet meer gehoord hebben, neuriën we het nog regelmatig. Saltwater verbaast evenzeer met knappe vondsten. Het uitwaaierend gezang in “One Note Pillow” en de schakeringen in “Charm” zijn fraai. In het sobere “Long Shot” gaan de gitaarakkoorden van “Runaway” van The National mooi samen met Cranes stem en pianotoetsen.

Helaas slaat Brazos her en der de bal wat mis. Sommige songs kruipen niet onder de huid. Het rustige “Irene” raakt ons niet echt. Het dromerige begin van “Deeper Feelings” intrigeert. Evenwel verliest het nummer gaandeweg kracht en gaat het voorbij zonder ons echt in te palmen. “Always On” zit goed in elkaar, maar beroert nauwelijks. Fleurige percussie, afropopgitaar en synths hebben we misschien al iets te veel gehoord bij bovenvermelde groepen.

Ondanks de mindere stukken is Saltwater een aangenaam album. Het is vooral sterk als Crane zijn talent als verteller ten volle uitspeelt. Dan is de sfeer erg aantrekkelijk: gezellig en geestdriftig.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × vier =