WERCHTER 2013 :: De piemel van Jónsi

Fuck Astrid! Fuck Albert! Fúck al die Egyptenaren! De wereld draaide afgelopen weekend rond slechts één plek. Het was de navel van de wereld, zeggen we u! Met de nodige pinten als benzine, afscheidsbrieven van de vrouwen en een laatste pakje échte dinokoeken trokken uw mannen en één onverschrokken vrouw naar de enige wei die er toe doet: die van Werchter. Er waren bevindingen, en wel deze.

Dag één :: Hitjescomplexslachtoffer

De kalender duidt begin juli aan en Werchter ontwaakt uit zijn winterslaap. 361 dagen doodse stilte in ruil voor vier dagen muzikale hoogmis. Van abdiqueren is hier nog lang geen sprake, want ook dit jaar is het nationale feestweekend van Koning Schueremans volledig uitverkocht. Dag numero uno mag zo stilaan gaan beginnen. Onze markeerstiften scheuren door het programmaboekje, zetten links en rechts een extra uitroepteken (The National! Vampire Weekend! Sigur Rós!) en zorgen voor gepuzzel. Kiezen is verliezen, maar goesting dat we erin hebben. De weide zit vol, de hemelsluizen voorlopig dicht. Waar is die muziek hier, verdomme?

Enola’s Eervolle Elf:
Meer Werchterverslag? Dat kan! Klik voor langere verslagen van de elf beste concerten hieronder.

Haast en spoed, om tijdig op de wei de geraken voor Palma Violets, meer uit een drang naar volledigheid die op de eerste festivaldag nog heerst, dan uit absolute noodzaak. Bij het binnenstormen van The Barn is met “Best Of Friends” net de beste pijl afgeschoten, maar voor de rest zijn we er nog altijd niet uit of dit nu een melktandje is dat nog moet uitvallen of een stilaan volwassen kies. Toch eerder dat eerste. Op z’n best dwaalt de geest van The Clash of The Ramones door de tent, maar dit gaat vooral toch om poses. Dat blijkt ook wanneer aan het eind bij “Brand New Song” alleen nog drum en gitaar aan boord blijven en de rest van de band het op een moshen zet.

De AC/DC klonen van Airbourne staan ondertussen te zweten op de Main Stage. Perfect gecast, want de gezellige Australiërs kennen de truken van de foor. Marshall Wall: Check. Devil horns en meebrulbare refreinen: aanwezig. Macho zonder arrogantie, je moet het zanger Joel O’Keeffe maar nageven. Op enthousiasme een ruime voldoende, jammer dat nummers als “Chewing Up The Fat” en “Live It Up” zo op elkaar gelijken. Maar al klinkt het allemaal wat monotoon, saai wordt het nooit. Hun stadionrock werkt perfect in de zonneschijn, en een net toegekomen weide kan dat best smaken. Pluspunten voor de misthoorn, dat was al even geleden. En maar pinten op het voorhoofd openbreken, Airbourne amuseert zich rot. En dat is best aanstekelijk.

Minstens evenveel pose als Palma Violets, maar dan tenminste spot on, is Vintage Trouble. We zagen ze al aan het werk op Cactus vorig jaar en zouden nog steeds geen nummer uit het blote hoofd kunnen opnoemen, maar live werkt het absoluut. Met een mix van rock, blues en soul én een begeleidingsband die zo uit Deadwood ontsnapt lijkt, is dit geen groep waar je op voorhand voor komt, maar wel voor blijft staan. Muziek wordt hier niet opnieuw uitgevonden deze middag, maar als frontman Ty Tailor vraagt “Do you know what a pelvis is?” groeit er een sfeertje dat er zelden op dit uur hangt.

De eerste die gebukt gaat onder het hitjescomplex, is Laura Mvula. Aanvankelijk is het water van de frontstage — en al helemaal tot halverwege de BelfiusClub (bestaan er dan andere banken?) — veel te diep, alle “You look wonderful”-s ten spijt. “Let Me Fall” klinkt goed, maar te ongedwongen om boven het rumoer uit te komen van de toeristen die hier volgens het ‘Europe in three days’-principe binnen en buiten huppelen. Vanaf “She” kruipt de hinde van achter haar piano (zonder broek nog wel!) en komt er gestaag beterschap. Een cover van “One Love” krijgt de handen een eerste keer de lucht in en met “Green Garden”, niet eens haar beste nummer, krijgt iedereen waarvoor ze gekomen zijn. Puik optreden, maar liever in zaal, dat wel.

Balthazar, daar verwachten we van dat het Belgen zijn die eens niét van de troon vallen. De Kortrijkzanen staan hier voor de tweede keer in nog geen maand tijd op de weide, en volgende week nog eens. Helemaal wennen doet dat nooit, mogen we hopen. Met Applause en Rats heeft de band twee erg verschillende gezichten, en die tronies worden in The Barn van de Schuur graag door elkaar getoond. “The Oldest Of Sisters” en “Sinking Ship” zijn hoogtepunten, “Do Not Claim Them Anymore” een publiekslieveling. Iets meer beleving mocht, want bij momenten lijkt Balthazar op automatische piloot te spelen. Het laatste kwartier laten we dan ook aan ons voorbij aan, want Vampire Weekend viert zijn Fourth of July wederom op de Main Stage. Maar eerst bijtanken, want dehydratatie is niet om mee te lachen. Pintje, iemand?

“Dat ze precies een dik gat heeft, maar dat kan ik toch niet schrijven?” “Maar jawel, doe dat maar!” De invloed van voormalig medewerker en huidig P-Magazine journalist (md) laat zich voelen in dit verslag. Maar kom, Jessie Ware dus. Eigenlijk een beetje het tweede hitjescomplexslachtoffer — veel punten bij scrabble, dat woord — na Laura Mvula. Alleen weet Jessie de rest van haar nummers iets beter te verkopen. Dit is quasi perfecte pop in perfecte popmoten en u met de poplepel (haha) gevoederd. “Swan Song” klinkt — misschien onbedoeld — zwoel en tijdens “Valentine” mag haar drummer komen bewijzen dat hij ook best een goede zanger is. En dan is er uiteraard “Wildest Moments”, maar dat hebt u wel gehoord, of hebt het op z’n minst al van horen zeggen. En anders: jaaa, fijn nummer!

Plingplingplingpling, pling! We pennen de openingsriff van ‘Cousins’ met een glimlach neer, want meer heeft Vampire Weekend niet nodig om de ondertussen verdwenen zon te laten herrijzen. Dat hun eerste twee langspelers vrolijke en energieke optredens opleveren, bewezen ze hier al in 2010. Maar op hun laatste, Modern Vampires Of The City, durft het al eens regenen. Live kiest Vampire Weekend toch liever voor rechttoe rechtaan, en moet het nieuwbakken oeuvre maar voor de rustpunten zorgen. De combo ‘Step/Holiday’ toont hoe makkelijk de New Yorkers een versnelling hoger schakelen. En dat heerlijke vervormde bruggetje ‘Baby baby baby baby ride on’ uit ‘Diane Young’ blijft ook nadien nog irritant lang in onze oren hangen. Energiezuigers, dat zijn het. De weide is een gewillig slachtoffer, zwaaien met die beentjes!

Vorige week een degelijk concert in het Cirque Royale, maar van The National verwachten wij beter. Tijd voor revanche dus, maar ook vandaag lijkt het heilige vuur aanvankelijk niet te willen ontbranden. Problemen met het geluid zorgt voor irritatie, en zo bij daglicht wil een song als “Don’t Swallow The Cap” ook niet helemaal doel treffen. Gaandeweg — naarmate de wijnfles leger raakt, zoals gewoonlijk — vindt Matt Berninger zijn draai echter, en met “Sea Of Love” is het een eerste keer raak. Na “Afraid Of Everyone” gaat de microfoon humeurig tegen de vlakte, het warmdraaien lijkt voorbij. Tijdens “Abel” schreeuwt Berninger zich de longen uit het lijf, en wij met hem. Elke politieke discussie op de weide verstomt tijdens laatste rustpunt ‘Fake Empire’, maar in de finale gaat de zanger helemaal loos. Voor “Mr. November” duikt hij het publiek in, tot hij zijn microfoon uittrekt en in de leegte staat te schreeuwen. Geen nood. Een nummer verder krijgt hij een nieuwe aangereikt en ook “Terrible Love” wordt opnieuw midden in het publiek naar een hoogtepunt gewerkt. Topoptreden? Topoptreden!

Leeft Bloc Party nu eigenlijk nog? Het is een vraag die de laatste weken meer en meer legitiem werd. Op Best Kept Secret maakte de groep een bedroevende indruk met een Kele Okereke die nauwelijks betrokken leek, en eerder deze week liet de band op het Rock-A-Field festival de boodschap na “Bloc Party is dead. Bye bye.” Over en uit dus? Nou, niet zonder een knaller dan blijkbaar, want op Rock Werchter bracht de groep — nog steeds zonder drummer Matt Tong — een set die “R-E-V-A-N-C-H-E” spelde. Met de energie van een stel jonge honden dat nog alles te bewijzen heeft, scheurde de groep door een dwarsdoorsnede van zijn oeuvre met als hoogtepunten een daverend “Song For Clay (Disappear Here)” en een meteen volgend “Banquet”. Tijdens “One More Chance” ontploft de tent volledig — de wippende houten planken lanceren ons bijna de lucht in — en je bedenkt: Matt Tong krijgt nog spijt dat hij dit gemist heeft.

Eind 2004 schoot Green Day zich opnieuw naar de voorgrond met de boze anti-Bushplaat American Idiot. Negen jaar later heeft de groep dat nieuwe welkom echter ruimschoots verknald met niet alleen de flauwe opvolger 21st Century Breakdown, maar vooral de driedubbele slag in het water die Uno!, Dos! en Tres! was. Wij willen dan ook niets meer horen van Green Day, noch u iets wijsmaken over deze headlinershow te veel, die zoals gewoonlijk wéér dezelfde trucjes als de vorige keer — Tieners op de drums! Roadies in konijnenpakken! Toiletrollenkanon! — bevatte, en dus meer op de gaaplust werkte dan iets anders. Eeuwige Peter Pan Billy Armstrong probeert het nog wel, maar faalt. Jullie puberteit is voorbij, jongens: inpakken en wegwezen.

Naar Sigur Rós die godzijdank geen last heeft van het hoofdpodiumgeram, en dan maar zelf genoeg lawaai maakt met het nieuwe “Kveikur”. Imposant, en fijn om de groep nog eens in pure post-rockmodus te zien, maar het zijn oudjes als “Hoppipola” en “Saeglopur” die op het meeste gejuich worden onthaald. De groep lijkt het zelf ook wel leuk te vinden, wanneer plots een verjaardagstaart bovengehaald wordt voor drummer Orri Páll en het publiek meegesleept wordt in een rondje “Happy Birthday”. Charmant, zo net vooraleer de diepten van het donkere en hevig rockende “Popplagid” wordt ingedoken. Verrassend is de formule al lang niet meer, maar God, wat blijft dit op zijn best geweldig hard aankomen. Puik concert.

Niet genoeg Belgen op het Werchterpodium volgens Stijn Meuris, hoezo? Boris Daenen telt toch voor tien? Yup, Netsky is live weer verbluffend op die Main Stage. “Come Alive” knalt alle kanten uit, de Shameboycover “Strobot” een spetterend eerbetoon aan de Belgische meesters. Meer is er voor (mvs) niet nodig om hem plots als een duiveltje uit een doosje alle kanten tegelijk te zien opschieten; het internationale teken dat het een goeie festivaldag is geweest. Was het dat? Welja, dus! Leve Werchter! Leve het leven! Euh… Af, Van Steenkiste, àf! Tot morgen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =