iamamiwhoami :: Bounty

Met het ijzersterke debuut kin bewees het duo Lee-Björklund meer te zijn dan enkel een viral hype. Een klein jaar na het studiodebuut keert iamamiwhoami terug met de prequel op hun enigmatische eerste.

De ware fan kent Bounty uiteraard als de schakel tussen de korte virals waarmee iamamiwhoami — nog voor de ontmaskering van Jonna Lee — de wereld intrigeerde en de songs die samen kin vormden. Alvorens Lee’s personage daarin de stad bereikte, dwaalde ze rond in een mysterieus woud gevuld met waakzame katten en onheilspellende gevallen koningen. De soundtrack van die tocht is nu eindelijk geremasterd en klaar voor een officiële release. In tegenstelling tot het sprookjesachtige, bij momenten bijna contemplatieve kin duwt Bounty het ritme de hoogte in met zwaardere, en bij momenten behoorlijk duistere, elektronica.

Net als op de voorganger dompelt elk nummer je onder in een intrigerend sfeertje zonder dat de aanstekelijkheid van de melodie daaronder te lijden heeft. “N” is als een Disneyland-rollercoasterrit op LSD; de lieflijke belletjes scheppen een 8bit-sprookjeslandschap, dat door de repetitieve beat en de hevig bewerkte stempartij meteen ook een abject, angstaanjagend kantje meekrijgt. Het tempospelletje “T” spant de teugels nog strakker aan met een ruwe industrial toets als tegengewicht voor de duistere sensualiteit van de ijle vocals.

Elk nummer stelt popgevoeligheid centraal, maar springt er op een verfrissende manier mee om. Voor het mistige sfeertje en de hypnotiserende beat van “O” had Madonna anno Ray Of Light een moord gepleegd. In de lange opbouw hoor je duidelijk dat de nummers initieel als een soundtrack gemaakt zijn, maar dit langzaam openbloeien werkt de intrige alleen maar in de hand. Door de Moroder-beat aan het eind verder door te trekken met vlagen van beëchode stemsamples erdoorheen, neemt de tweede helft je mee op een immens intrigerende trip. Dé showsteler is echter “Y”, een nummer dat uit een pure bron komt opborrelen en doorheen de engelenzang van de strofen zachtjes leidt tot een klepper van een refrein waarop Kate Bush en Moloko elkaar de hand schudden. In zes minuten herdefinieert de track de standaard van de popsong: geen klassieke strofe-refrein afwisselling, maar een organisch, verrassend parcours dat naar de toekomst van de intelligente pop lijkt te leiden.

Op deze tweede plaat toont de band meer facetten van zijn klankpalet en persoonlijkheid. Soberder dan op “U-1” hebben ze nog niet geklonken: een partijtje vocale gymnastiek met enkel wat natuurlijkgeluiden en een heel lichte synth op de achtergrond. Meteen erna grijpen ze naar de hardste beats voor de sequel “U-2”, de meest expliciete clubexcursie uit hun oeuvre. Een zware, futuristische beat dient als binnenwalser voor een onderkoeld gezongen mantra over een robotdiscobeat; alsof Stanley Kubric Daft Punks “Around The World” regisseerde. Doorheen haar mysterieuze elfengezang toont Jonna Lee ook meer vrouwelijkheid en sensualiteit. “Used to be clean, now I’m filthy as can be” zingt ze op een korrelige grondlaag tussen de stalen synths en gemixte koorpartijen van de hypnotiserende electrobiecht “; John”. De hogere graad aan variatie brengt met zich mee dat in deze plaat de beeldenstroom minder coherent aanvoelt dan kin, maar laat dat geen spelbederver zijn. Negen nummers lang zet iamamiwhoami zich immers weer op eenzame hoogte in het electropoplandschap. Een plaat die alleen maar watertandend doet uitkijken naar de verdere uitbouw van dit mystieke universum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vijf =