Young Fathers :: Tape Two

Het Amerikaanse label Anticon, dat zich vooral bezighoudt met muziek op het kruispunt tussen hiphop, experiment en indie, wordt wel eens verweten white boy hiphop uit te brengen. Het grootste deel van de artiesten die al wat uitbrachten op het label is inderdaad blank en komt vaker dan niet oorspronkelijk uit de punk- en indiescenes. Met Young Fathers, een Schots trio dat voor 2/3 bestaat uit rappers met West-Afrikaanse roots (Liberia en Nigeria om precies te zijn), steekt het label als het ware zijn middelvinger op naar die kritiek.

Al kan het ook gewoon zijn dat Anticon Young Fathers een kans geeft omdat ze in de groep geloven. Muzikaal gezien is Tape Two, de tweede EP van het trio (de eerste werd in 2011 in eigen beheer uitgebracht, net als een debuutplaat in 2008), immers absoluut spek naar de bek van het label. Het geluid van Young Fathers is gekenmerkt door een bijzonder eigenzinnige mix van tribale ritmes, meeslepende zang en rauwe raps. Voeg daar dan nog eens bij dat de band allerminst voor een gat te vangen is en doorheen de negen nummers (op 23 minuten tijd) op deze EP een indrukwekkende resem stijlkenmerken in de blender gooit met zowaar een redelijk coherent resultaat, en het plaatje klopt helemaal.

Zo begint opener “I Heard” met half gefluisterde raps en passionele zang eerder als een soort moderne R&B track aangedreven door een zweverige keyboardmelodie boven het soort geprogrammeerde salsabeat dat uw bompa ook zou gebruiken in zijn accordeonsoloproject, terwijl basgolven en effecttapijten op de achtergrond grommen. Een onverwachte potpourri van stijlen en klanken is het absoluut, maar het levert bovenal een uitstekend nummer op. Het contrast met het er meteen op volgende “Come To Life”, een agressieve, tribale mix van lawaai en drums en uitgespuugde raps, kon bijna niet groter zijn, maar voelt vreemd genoeg niet misplaatst. Ook “Queen Is Dead” is aangedreven door een dergelijke alsmaar intensifiërende, bijna industrial aanpak, waardoor de muziek wel wat weg heeft van pakweg Dälek.

Gaat diezelfde Dälek echter bijna consequent voor een dergelijke aanpak, dan is het sterke punt van Young Fathers juist het eclecticisme en de balansoefening die ze uitoefenen tussen uitersten. Zo is dat lawaaierige een belangrijk bestanddeel van het klankpalet, maar wordt dat evengoed gecounterd door rustiger groovende stukken met zang die meer weg hebben van avontuurlijke indie rock zoals in “Freefalling”. “Way Down In The Hole” begint dan weer met een zeemzoeterig zangstuk dat bijna door Usher had kunnen gezongen worden, maar muteert dan plots tot een dreunend monster van wobbelende bassen en naar grime neigende raps.

Tape Two voelt in grote mate aan als een mixtape, een tonen van het kunnen van Young Fathers als extra bevestiging na het reeds overtuigende Tape One. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de songs hier soms wat lukraak na elkaar geplaatst zijn en niet altijd even sterk bijdragen aan het verhaal. Als smaakmaker vervult het zijn functie echter perfect en doet het reikhalzend uitkijken naar een tweede langspeler die de krijtlijnen van grime, hiphop en R&B wel eens veel radicaler zou kunnen hertekenen dan al de uitspattingen van de leden van Odd Future tezamen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 17 =