Thee Oh Sees :: Floating Coffin

Wie kijkt er nog op wanneer Thee Oh Sees nog eens een nieuwe plaat uitbrengt? Het is immers nog maar een half jaar geleden dat Putriefiers II EP uitkwam. Wat echter wel opvalt, is dat er met Floating Coffin een eind komt aan een lange reeks van releases bij In The Red Records en dat de band onder een kleiner label genaamd Castle Face Records verdergaat.

Dat een groep een plaat uitbrengt bij een bekend garagelabel als In The Red Records en erna weer opnieuw in de underground verdwijnt, hoeft nochtans niet te verwonderen. Het gebeurde bijvoorbeeld eveneens met Timmy Vulgar’s Human Eye en dat combo is er zeker niet slechter van geworden. Qua bedoelingen lijkt het met Thee Oh Sees evenmin de slechte kant uit te gaan, want volgens de Wikipedia-pagina gewijd aan Floating Coffin was het Thee Oh Sees’ intentie om donkerder en zwaarder uit te pakken. Volgens frontman John Dwyer werd het album bovendien meer door de band als geheel bij elkaar geschreven, eerder dan door individuen op zichzelf. Iets waar naar onze bescheiden mening niet veel van te merken valt, want muzikaal vertoont het album vooral veel gelijkenissen met Carrion Crawler/The Dream EP, een conceptplaat met een duizendpootachtig wezen erin dat meer op een nachtmerrie dan op een mooie droom leek.

Voor de ontdekking van een welig experimenterende versie van Thee Oh Sees hoef je Floating Coffin naar ons gevoel bijgevolg niet te kopen. Daarvoor was je bijvoorbeeld eerder aan het juiste adres met Dog Poison uit 2009 waarop de groep nog als een psychedelische versie van Black Lips klonk, of met het recente Putrifiers II waarmee hij een bocht richting The Velvet Underground maakte. Hoewel het er uiteraard maar van afhangt hoe je het bekijkt. De middenweg tussen Talking Heads, Pixies en B52’s met een psychedelische bijklank waarop Thee Oh Sees het publiek met platen als Castlemania, Help, Carrion Crawler/The Dream EP trakteerde en dat nu eveneens met Floating Coffin doet, is uiteindelijk toch nog altijd hun bloedeigen geesteskind en dus mag men er niet te veel kritiek op hebben, toch?

Het zou trouwens onjuist zijn te beweren dat Thee Oh Sees met Floating Coffin’geen vooruitgang boekt. Wie zich hiervan wil vergewissen, moet de single “Minotaur” namelijk maar eens beluisteren. Zo helder klonken de vocals van frontman John Dwyner immers nog nooit, terwijl de vrouwelijke vocals het nummer vanuit de achtergrond een portie Velvet Underground-gehalte meegeven. Indien de groep de underground ooit wil overstijgen, moet het zo gebeuren. In “I Come From The Mountain” hoort u Thee Oh Sees dan weer ongewoon hard rocken met pompende keyboards, terwijl de wervelende zang van Dwyer intussen erg vertrouwd in de oren klinkt. Beide nummers doen vermoeden dat Floating Coffin een plaat van subtiele progressie is.

Dat progressie echter niet altijd een even objectief begrip is, bewijst een nummer als “Toe Cutter – Thumb Buster”. Een ijle stem vertolkt hier luchtige flarden tekst waardoor de groep een erg bevreemdende indruk maakt, terwijl het repetitieve gegil haast niet nog meer aan Thee Oh Sees oudere platen kan laten herinneren. In “Strawberries 1 + 2” maakt Thee Oh Sees vervolgens het aangekondigde donkere karakter waar met een liedjesstructuur die het contrast opzoekt tussen dromerige vrouwelijke vocals en Dwyer’s bevreemdende Talking Heads-vocals. Hier zit ongetwijfeld heel wat in dat u reeds van Thee Oh Sees heeft gehoord, maar anderzijds toch ook niet omdat de groep met oude elementen nieuwe dingen doet. Tegen het einde van het plaatje wordt met de in valium gedrenkte vocals van “Nightcrawler” helemaal duidelijk dat de groep er wel degelijk in geslaagd is dat donkerdere en zwaardere karakter te verzilveren.

Dat wij met “Sweet Helicopter” en “Tunnel Time” nog even twee vertrouwd in de oren klinkende nummers op ons bord krijgen, kan het gevoel bijgevolg niet onderdrukken dat Thee Oh Sees weer een fijne plaat heeft afgeleverd. Eén waarmee de groep bovendien bewijst niet meer te veel op één plaat te willen vertellen, een handicap waarmee hij bijvoorbeeld wel nog kampte ten tijde van Castlemania en Help. Hoewel het bevestigen anno 2013 weliswaar een beetje moeilijker lijkt, ligt een volmondig “Geslaagd!” bijgevolg nog altijd even voor de hand.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − zeven =