Queens of the Stone Age :: … Like Clockwork

Een meesterwerk. Een plaat die zo naast het beste van de band kan liggen. Josh Homme heeft zijn definitieve Queens-elpee gemaakt. Was het maar waar. … Like Clockwork is, en dit is pijnlijk om toe te geven, de meest fletse plaat waarop de naam Queens of the Stone Age staat. Waar is het in godsnaam fout gegaan met deze band?

Drie loeiers van albums, die stof deden opwaaien en zo verschroeiend waren als de hitte in Joshua Tree, het woestijngebied waar ze hun oorsprong kennen en een meer dan waardig vervolg vormden op het mythische Kyuss en zich lieten opmerken als een afgewerkte vorm van de muzikale schetsen die tijdens de Desert Sessions getekend werden. Dat is de veelbelovende start die Queens of The Stone Age nam, in de jaren rond de eeuwwisseling.

Ergens een kleine tien jaar geleden is er iets misgelopen. Wat valt niet exact aan te duiden. Was de kapotgetourde, om niet te zeggen uitgeleefde, versie van de Queens die op Werchter 2003 zijn opwachting maakte het eerste teken dat de piek gepasseerd was? Het buitengooien van, op dat ogenblik al enkele jaren een kernlid van de band, Nick Oliveri een jaar later? Of markeert het best nog genietbare, maar niet meer geniale Lullabies to Paralyze uit 2005 de omslag?

Era Vulgaris bevestigde bange vermoedens: de plaat, ondertussen zes jaar oud en een collectie stof tussen de groeven rijker, bleek een zwaktebod. Met het verstrijken van de tijd leek het hoe langer hoe twijfelachtiger dat Josh Homme zijn Queens opnieuw naar indrukwekkende muzikale horizonten zou loodsen. Concerten waren weliswaar nagenoeg steevast overdonderend, maar leunden schaamteloos op nostalgische troeven.

Enter … Like Clockwork, na de nieuwe Daft Punk vermoedelijk de meest gehypte plaat van het jaar. Met Dave Grohl opnieuw achter de drums, net zoals op doorbraakalbum Songs for the Deaf, en gastrollen voor, adem even diep in, onder meer Mark Lanegan, Alex Turner, Trent Reznor, Nick Oliveri (jawel!), Elton John (jawel!), Brody Dalle en, het wordt tijd voor erkenning: woestijn-oppergod Alain Johannes. Redenen genoeg om het album nu al binnen te halen als een gigantische triomf, zo lijkt het wel.

Daar vallen echter enkele kanttekeningen bij te maken. Eerst het goede nieuws: met “I Appear Missing” en “I Sat By The Ocean” wordt respectievelijk een motherfucker van een oplawaai en een geil groovend meesterwerk aan de catalogus van de Queens toegevoegd. Ook single “My God is the Sun” is behoorlijk te pruimen.

Maar dan valt de trein stil. Neem die indrukwekkende gastenlijst. Als artiest is het ongetwijfeld fijn samenwerken met gelijkgestemde zielen, maar als luisteraar in de linernotes moeten gaan zoeken wie nu juist waar wat speelt of zingt, doet een en ander nogal flink op een vreemde vorm van namedropping lijken.

Muzikaal is …Like Clockwork evenmin waarop gehoopt werd. “The Vampyre of Time and Memory” blijkt ronduit saai. “If I Had a Tail” heeft zijn momenten, maar geeft te veel blijk van willekeur. “Fairweather Friends” van zijn kant, is een verzameling ideeën (creepy piano over een T. Rex-solo? check!) die zich niet in een overtuigende song laten dwingen. “Smooth Sailing” tenslotte, lijkt wel een ode aan Millionaire, maar moet het stellen zonder de opwinding die deze band zo geweldig maakte.

En daar knelt het schoentje: dit is een album zonder opwinding. Hoewel deze langspeler minder op de zenuwen werkt dan zijn voorganger, passioneert hij evenmin. Gevolg: … Like Clockwork kan de hele dag opstaan zonder te irriteren of ook maar een keer een rimpel van adrenaline te veroorzaken.

Een futloze tocht door de woestijn, daar zijn de Queens vandaag schijnbaar aanbeland. De nacht lijkt te vallen, de kaart klopt niet, er is geen levende ziel te bekennen, gsm-ontvangst is al een tijdje onbestaande en het restje drinkwater slinkt zienderogen. Hopelijk komt de redding op tijd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 5 =