John Butcher :: Bell Trove Spools

Sinds de release van 13 Friendly Numbers in 1992 (de plaat was even out of print maar werd in 2004 opnieuw uitgegeven op het Unsounds-label van Andy Moor en Yannis Kyriakides) is saxofoonvirtuoos John Butcher aan een opmars bezig die hem intussen tot een van de meest gerespecteerde blazers uit de vrije improvisatie gemaakt heeft. Hoewel de solo performance misschien wel zijn favoriete context is, was het toch alweer een aantal jaar geleden dat hij een soloalbum uitbracht. Deze plaat zet nu even de puntjes op de i.

Butcher is hors catégorie te situeren. Zijn technieken- en klankenarsenaal staat volledig op zich en de ernst waarmee hij zich doorheen het wereldje begeeft getuigt van een immense toewijding. Daardoor zou je kunnen gaan denken dat de muzikant volledig opgeslorpt is in z’n eigen wereld (op zich geen probleem) en zichzelf in een ondoorzichtig vacuüm geplaatst heeft, maar dan ga je voorbij aan de meeslepende klankverhalen die je te horen krijgt. Natuurlijk is het soms in de lach schieten als hij die smak-, klik- en kwettergeluiden creëert maar ze maken ook steeds deel uit van een groter geheel en krijgen ook op Bell Trove Spools hun plaats.

Het album probeert duidelijk ook het belang van externe factoren te benadrukken. Butcher bewijst steeds opnieuw dat de evolutie van een stuk geïmproviseerde muziek niet enkel bepaald wordt door de bagage van een muzikant, de inspiratie van het moment en de interactie met de andere muzikanten (alsook de mate waarin zij al dan niet voorbereid aan de meet komen), maar ook die met de ruimte waar hij zich in bevindt. Butcher is dan ook voortdurend op zoek naar nieuwe en soms ongewone ruimtes en omgevingen met een eigen geluid en een eigen karakter, omdat dat net zo bepalend is voor het verloop van de performance als de meer voor de hand liggende factoren.

Bell Trove Spools bevat opnames van twee verschillende locaties: eentje op tenorsax in de Richmond Hall in Houston, Texas, een lage ruimte die te vergelijken zou zijn met een bowlingbaan, en dan ook de Issue Project Room, een met marmer bezette locatie in Brooklyn, New York. “A Place To Start” zet meteen de (verbluffende) toon, door stelselmatig ingrijpendere procédés toe te passen. Hebben de tenorgolven aanvankelijk vooral een ruisende kwaliteit, zelfs als de trillingen opduiken, dan worden die ingrepen gaandeweg steeds prominenter toegepast en krijg je nadrukkelijkere schaduwpartijen binnen het geluid of wordt er bruter buiten de klanklijnen gekleurd.

Door de befaamde circulaire ademhaling te combineren met een onwaarschijnlijke controle over de meest excentrieke variaties op spanning en druk, worden de timbres, ritmische mogelijkheden en de densiteit van de muziek voortdurend in beweging gehouden. In “Padded Shadows” treedt het belang van de omgeving meer naar de voorgrond. Zelfs met enkel plofklanken kan Butcher eindeloos blijven variëren, zeker als je vaststelt dat hij voortdurend naar de galmende omgeving luistert, rond de micro lijkt te dansen en hoorbaar een wandeling maakt. Het heeft haast iets van een ruimtelijke verkenning met een radar: hoeken en vlakke muren gaan de confrontatie aan met klank en leveren voortdurend andere gradaties van vervorming en galm op.

De variatie bij de tenorstukken blijft aangehouden: voor “Willow Shiver” wordt de sax elektrisch versterkt, waardoor je de tegenhanger krijgt van Nate Wooleys trompetexperimenten, met drone-achtige golven en het getik van de kleppen dat uitvergroot wordt. Het langere “Perfume Screech” klinkt dan weer een pak conventioneler (als in: je zou het instrument nu ook herkennen als een tenorsax aan zijn timbre, terwijl je daarvoor je geld niet erop zou verwedden) en laat een combinatie van traditionele speelwijze en experiment horen. Het is Butcher op z’n meest toegankelijk en breedst, met ronduit spetterend resultaat. Een knap contrast met de harde klanken van het korte “Unspeakable Damage”.

In de vijf volgende stukken is de saxofonist in de weer met zijn tweede instrument, de sopraansax. De waaier is hier minder divers maar getuigt al net zozeer van een immense controle, zowel binnen de plagerige bokkensprongen, een diepgaande exploratie van piepgeluiden (“Second Dart”) of een oefening in wisselende intensiteit (de versnellende en vertragende trillingen en verbluffende circulaire ademhaling in tour de force “Fourth Dart”). De sopranostukken zitten in elk geval in een hoger register maar verkiezen ook een meer prikkelende aanpak, die het geheel wat abstracter doet klinken. Ontoegankelijk, maar minstens even fascinerend, en boeiend om eens te beluisteren na de invloedrijke opnames van kleppers als Coltrane en Steve Lacy en ze dan op te laten volgen door bijv. Joachim Badenhorsts recente soloplaat The Jungle He Told Me.

Bij Butcher beland je steevast in de meest experimentele en radicale uithoek van de vrije improvisatie (dat heeft immers niks met decibels te maken): krijg je in de tenorstukken nog even een zoethoudertje in de vorm van een conventionele melodie aangereikt, dan gaat vooral de tweede helft volledig in op de mogelijkheden van het instrument als fysiek object en zijn relatie tot de omgeving. Eindeloos fascinerend voor wie er het geduld voor kan opbrengen, al blijft dit muziek die zo’n intense concentratie afdwingt dat een album nooit echt op kan tegen een concert dat het allemaal wat transparanter en vatbaarder maakt.

John Butcher staat op zaterdag 1 juni in KC BELGIE (Hasselt) met meesterpercussionist Mark Sanders, een concert i.s.m. Motives For Jazz. Sanders maakt later die avond ook deel uit van een kwartet met Kris Wanders, Peter Jacquemyn en André Goudbeek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vier =