Foals :: Holy Fire

Succes en ambitie zijn nooit vieze woorden geweest voor Foals, de vijfkoppige band uit Oxford die in 2008 de alternatieve scene wist te charmeren met debuut Antidotes, waarop postpunk (het was tenslotte het Bloc Party-tijdperk) vakkundig gekruid werd met enkele math-rocktoetsen (zo werden liefhebbers van Battles ook bediend). Opvolger Total Life Forever (2010) was een stap vooruit in die zin dat de band zichzelf beter wist te definiëren, waarbij meteen ook naar een breder publiek gehengeld werd.

Dat laatste was — rekening houdend met de plaat en zijn inslag — mogelijk te hoog gegrepen, maar de honger en het verlangen naar meer verlieten de groep daardoor niet. Op Holy Fire zijn de nodige lessen dan ook getrokken en verruilt de band zijn meer experimentele kantjes voor een toegankelijker geluid en vlotter in het oor liggende melodieën. Een totale zelfverloochening is het uiteraard niet geworden, maar het pad dat met Total Life Forever ingeslagen werd, wordt — althans gedeeltelijk — verlaten voor een “commerciëler” geluid en “bravere” songs die net voldoende randjes bevatten om de oude fans niet geheel te vervreemden. Het is een spreidstand die de band echter ook in een ongemakkelijke positie brengt, in het bijzonder daar het gros van de nummers niet tot het beste werk van de groep kan gerekend worden.

Op “My Number” tracht Foals — niet geheel onsuccesvol — zijn vroegere geluid te combineren met een vlottere productie, een trucje dat de band met “Bad Habit” met iets meer succes uitvoert. Toch zijn het niet meteen de meest memorabele nummers. Daarvoor is het wachten op “Everytime”, dat wel weet hoe het commercie en eigenzinnigheid tot een modern indie anthem moet omturnen. Jammer genoeg verliest Foals zijn momentum meteen opnieuw met het aanvaardbare, maar ook weinig memorabele “Late Night” dat slome funkelementen koppelt aan slepende rock en zichzelf zo naar het einde voortzeult zonder echt potten te breken.

“Milk And Black Spiders” mag een volgend ijkpunt heten op de plaat, waarbij opnieuw het intrigerende van de eerste twee platen treffend gekoppeld wordt aan de kenmerken van elke zichzelf respecterende oorwurm. In het bijzonder de meanderende melodie en de zeurderige, maar net daardoor opvallende zang van Yannis Philippakis vinden elkaar in het nummer en weten het te verheffen naar een hoger niveau. “Providence” haalt niet eenzelfde niveau maar profiteert wel van zijn voorganger om mee onder de aandacht te komen. Helaas verwatert het daarna opnieuw snel met het trage “Stepson”, dat zoals het gros van de songs vooral op een licht schouderophalen en een gemompeld “niet slecht” onthaald wordt.

Het afsluitende “Moon” wil overduidelijk verbazen door zijn opbouw zorgvuldig uit te werken, maar is net daardoor zo doorzichtig in zijn opzet dat de verrassing ver weg is. Het geeft paradoxaal wel de essentie van de plaat weer als zijnde “niet tenenkrullend maar evenmin opzienbarend”. De oplettende luisteraar had die bedenking overigens al kunnen maken vanaf opener “Prelude” dat zich — al even kenmerkend voor Holy Fire — aandient als “alternatief en gedurfd zonder voor het hoofd te willen stoten”. “Inhaler” verdient tot slot een aparte vermelding, al was het maar omdat het als tweede song op de plaat de valse hoop geeft dat Foals effectief met dit album beide ambities (alternatief en succesvol) wel eens waar zou kunnen maken.

Holy Fire is geen sof maar evenmin is het een hoogvlieger. Een drietal songs netjes verspreid over de hele plaat geven de indruk dat Foals’ derde album een stap vooruit is, maar wie de verschillende nummers naast elkaar legt, hoort vooral hoe het gros van de songs zich staande weten te houden dankzij deze sterkhouders en op zichzelf de plaat niet kunnen redden. Foals heeft ambitie te over, wat geen schande is, maar als de band het echt wil waarmaken op artistiek en commercieel vlak, dan is Holy Fire niet de juiste marsrichting.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =