Dutch Uncles :: Out of Touch in the Wild

Out of Touch in the Wild, het derde album van artpopgroep Dutch Uncles, klinkt een beetje als een kamer vol van die tikkende slingerbollen die je op je bureau kan zetten, maar dan met strijkers en marimba. Iedere noot krijgt dezelfde intensiteit mee.

Dutch Uncles maakt net als Field Music erg mathematische muziek met een nerveuze spanningsboog die constant kort en strak gehouden wordt. Maar omdat wat er uit de instrumenten komt wiskundig afgemeten patronen zijn die door elkaar bewegen, vindt een logische geest er toch veel houvast in.

Out of Touch in the Wild is er dus niet voor mensen met drang naar rust en eenvoud. Maar wie de draad kan volgen, kan er zelfs op dansen. Het is een plaat met weinig zachtheid; zelfs de productie klinkt meedogenloos efficiënt en koel als inox. Alle geluiden krijgen ook evenveel scherpte, als in hd.

Dit is muziek die draait om drukke patronen van ritmes. Om wiskundige ritmes, om algoritmes. Zo begint “Flexxin” als klassieke muziek met een lieflijke marimba over romantische strijkers. Na een tiental seconden slaat Dutch Uncles al een ander, veel feller, pad in. En dit uitwijken naar andere tempo’s, andere combinaties van ritmes, zal blijven gebeuren. Om de veertig seconden ongeveer. Bij Dutch Uncles moet je niet zijn voor conventionele songstructuren en voorspelbare uitkomsten.

Telkens is er toch een moment dat de passie, die eerst beknot wordt, losbreekt. Maar het blijft gecontroleerde passie. Er klinkt iets genadeloos systematisch in door, als die machines in de Ikea die een stoel blijven testen om te zien wanneer en of hij breekt (wel uit liefde voor de stoel).

Out of Touch in The Wild wordt gedomineerd door strijkers en strakke percussie van xylofoon en marimba, die samen zwaardere patronen vormen. Zowel in “Zug Zwang” als in het gelijkaardige “Brio”, onze favorieten, slaat Dutch Uncles spijkers met koppen op het ritme van meedogenloos heen-en-weer rennende strijkers. “Phaedra” heeft een iets afgelikter, koel geluid en zou passen bij ‘Moonlighting’, een televisieserie met Bruce Willis uit de jaren 80. Moeilijk na te zingen als de muziek niet opstaat, al was het maar omdat de zanglijn enkel kan bestaan als ze tegen de cello’s en marinba’s aan schurkt.

In “Fester” zingt Duncan Wallis over vaak niet meer dan een drumstel dat muisstil op de achtergrond hoogst eenvoudig de simpele tel bijhoudt. De ingewikkelde houterige en metalen percussie komt voluit op de voorgrond. Hier en daar een draadje synth en een druppeltje bas. Maar omdat er zo veel messcherpe tikjes en klopjes zijn dat ze bijna een fakirtapijt vormen, geeft zelfs die minimalistische aanpak wat instrumenten betreft een nerveus beeld.

Dutch Uncles brengt de grootsheid en strakheid van ingewikkelde klassieke muziek, maar dan op een popgevoelige, zelfs dansbare manier.Out of Touch in the Wild is geen achtergrondmuziek voor een romantisch etentje en ook veel te intens om een autorit tot een goed einde te brengen, maar wel verdomd goed. Wegens de onverwachte breaks en tempowisselingen super om op te squashen bijvoorbeeld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + negen =