Gregory Porter :: Be Good

Eens om de zo veel jaren verschijnt er een jazzartiest die het genre weet te overstijgen en het tot de populaire media, podia en lijstjes kan schoppen. Wie de meest recente in dit rijtje nog niet gevonden had, mag kennismaken met Gregory Porter.

Een groot en vooral jong publiek een stap(je) doen zetten richting de jazzwereld, het is weinigen gegeven. Miljoenen Youtube-views verzamel je tegenwoordig sneller met een gedragsgestoorde kat dan met een glasheldere stem, begeleid door piano of sax. Anno 2013 — of liever 2012, want Be Good kwam midden vorig jaar uit — lijkt de Amerikaanse jazzvocalist Gregory Porter de man te zijn die voor zo’n manoeuvre kan zorgen.

Gregory Porter is een knuffelbeer in maatpak uit Brooklyn, die gezegend is met een stem als die van Nat King Cole, charisma te over heeft en warme, heerlijk herkenbare jazzsongs schrijft. Zijn stem heeft een natuurlijke flair in zich, die met sprekend gemak op en af de toonladder huppelt. Loepzuiver, perfect beheerst en zacht als een versgewassen flanellen pyjama. Dankzij een doodsimpele gimmick — die onafscheidelijke pet op zijn hoofd — past Porter bovendien prima op de cover van een muziekblad. Zijn plaatje klopt helemaal.

In 2010 liet Porter voor het eerst van zich spreken met zijn debuut Waters, dat meteen werd genomineerd voor een Grammy in de categorie Best Jazz Vocal. Een snel rijzende ster dus, die voor opvolger Be Good hoge verwachtingen te verwerken kreeg. Die verwachtingen beantwoordde hij overtuigend met de eerste single “Be Good (Lion’s Song)”, een fluwelen pianowals die zo uit het great american songbook lijkt te komen. De uitgeklede versie ervan die Porter in het Glazen Huis van onze Noorderburen zong, hoort bij het beste wat daar in die kerstweek te horen was.

Gregory Porter bewijst dat hij in de eerste plaats een meesterlijke vocalist is, een zingende verteller die doet denken aan de grote Broadway-sterren van de jaren 40 en 50. Dat Porter een verleden heeft als musicalacteur, is dus geen verrassing. Die verteller laat hij nadrukkelijk aan het woord in het aan Bill Withers schuldplichtige “Real Good Hands”. Wie schoonouders te overtuigen heeft van zijn goede bedoelingen met hun dochterlief, heeft hier aan gladde Gregory het perfecte voorbeeld.

Porter graait het hele album lang lustig in het muzikale verleden, zoals met “Painted On Canvas” dat barst van de poëtische soul of “On My Way To Harlem” waarin hij knipoogt naar klassieke rhythm and blues en toegeeft te zijn “baptized by a jazz man’s horn”.

Porter schuwt de zeemzoete kaarslichtjazz niet (zijn cover van het vijftig jaar oude “Imitation Of Life”, of het intieme “Our Love”), maar schakelt net zo makkelijk over naar jazzacrobatie in “Bling Bling”, waar hij scattend probeert de hyperkinetische blazers bij te houden. Eindigen doet Be Good ingetogen, met een a-cappella-versie van “God Bless The Child”, ook zo’n tijdloze standard, voor eeuwig toebehorend aan Billie Holiday.

Met Gregory Porter heeft de jazz een potentiële nieuwe ster gevonden, één die de inmiddels ongetwijfeld uitgeputte Jamie Cullum en Michael Bublé misschien ooit achterna kan. Maar laat ons voorzichtig zijn en het voorlopig gewoon houden bij een uitzonderlijk talent, dat de zware deuren van de jazz voor heel wat mensen kan opengooien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − vijf =