L. Pierre :: The Island Come True

Het gebeurt niet vaak dat je een plaat hors catégorie hoort, maar The Island Come True maakt toch erg veel kans op die eervolle titel. L. Pierre, het pseudoniem van de Schot Aidan John Moffat, heeft met The Island Come True een grotendeels op samples drijvend, surreëel album gemaakt dat tegelijk aantrekt en afstoot, waarin je kunt verdwalen en jezelf verliezen. Zolang je maar “young at heart” bent.

Het begint erg vredig met “KAB 1340”: schreeuwende meeuwen, zacht rammelend metaal, een synthesizer die klinkt als een viool die gestemd wordt en het eindigt opnieuw met krijsende meeuwen boven een zacht aangeslagen piano die dicht bij Kate Bush aanschurkt. Het hele lied heeft iets vredig en utopisch, als een eiland dat zich aan een vroege ochtendhorizon aankondigt.

Over het prachtige “Harmonic Avenger” hangt echter een fluwelen sluier in de vorm van een koor dat klaaglijk neuriet alsof het een doodskist uitgeleide doet. De Frans aandoende accordeon speelt een onheilspellende melodie en het hele nummer klinkt als een donkergroen middernachtmeer ergens in de onderwereld, om nog maar te zwijgen van de ijskoude synthesizer die aan het einde vijf seconden invalt en weer verdwijnt. Het gekraak van de tapes en de vinylplaten waar de samples vandaan komen, klinkt als regen tegen de ruit en creëert een magisch sfeertje.

“Sad Laugh” is dan weer een track die William Basinski op zijn Disintegration Loops vergat te zetten: ook hier hoor je het kraken van de tape (of vinyl), echo’s als zweepslagen in de verte terwijl een synthesizer een droevig melodietje herhaalt. Ook “The Grief That Does Not Speak”, “Exits” en innig mooie afsluiter “The Kingdom” zijn van hetzelfde laken een pak. Het melodietje dat aanzwelt en weer wegvalt is een truc die typerend is voor het ambient-genre en wie niet goed naar dit album luistert, zou het dan ook kunnen afschrijven als geluidsbehang.

Toch zou dat een schromelijke misvatting zijn, daarvoor is The Island Come True veel te bewust elliptisch en onvatbaar. Of wat anders te denken van “Drums”, een anderhalve minuut gesamplede, stamelende drum, of het woordeloze “Dumbum” dat niet meer is dan de een jongen die, zoals kinderen vaak op hun eigen eiland zitten, een nonsensicaal melodietje zingt en die vervolgens dubbel gesampled wordt? Vrolijk klinkt het deuntje niet: zijn zucht suggereert verveling en net die combinatie van zinloze deuntjes en verveling vat een andere, minder gehoorde kant van de kindertijd.

Dat zijn immers de essentie en schoonheid van The Island Come True, je krijgt de indruk dat Moffat dit album enkel voor zichzelf gemaakt heeft, voor zijn eigen plezier in elkaar heeft geprutst zoals een kindertekening of zoals de collage met de bevallige Hawaïaans aandoende dame die op de hoes staat. Het is ook niet helemaal duidelijk wat korte stemexperimenten als “Tulpa” of het opdringerige “Now Listen” precies op dit album doen, waardoor The Island Come True net zo vaak de luisteraar op een afstand houdt als hypnotiseert.

In “The Island Come True”, hoofdstuk 5 uit Peter & Wendy in de Peter Pan-serie van J. M. Barrie, staat te lezen: “als je je oor tegen de grond legt nu, zou je het hele eiland horen bruisen van het leven.” Dit album van L. Pierre (oftewel Lucky Pierre) is precies dat: een ondefinieerbare, elektronische collage voor volwassenen met een kinderhart, vaak net zo betoverend als eigenzinnig. Het is een plaat die zijn eigen tekortkomingen niet verbergt en die, misschien net dáárom, bruist van het leven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + 5 =