Savages

Oliver Stone lijkt ons een geweldig man om te interviewen. Niet dat we het genoegen al gehad hebben, maar als je interviews met de man leest of bekijkt dan heeft hij altijd wel interessante dingen te vertellen. Stone is een man met een klare kijk op de staat van de Amerikaanse politiek en zal het niet snel laten om hier zijn mening over te spuien. Er was een tijd dat die vastberadenheid in mening zich flink manifesteerde in kopstoten van films als Platoon, Born on the Fourth of July en JFK. Toch lijkt die tijd al lang vervlogen en lijkt de angry young man die Stone ooit was met pensioen. De Don Winslow-verfilming Savages deed ons even hopen op een bikkelhard en bijtend drugsrelaas, maar naast tropische locaties, mooie mensen en flitsende fotografie trakteert Stone ons op weinig nieuws. The new Scarface this is not.

We bevinden ons onder de stralende zon van het Californische Laguna Beach. In dit tropische walhalla wonen Ben (Aaron Johnson) en Chon (Taylor Kitsch), twee boezemvrienden die er een zeer lucratieve wietteelt op nahouden en samen een relatie hebben met de ravissante O(phelia)(Blake Lively). Zowel Ben als Chon hebben hun eigen typering. Om het in de woorden van O te zeggen: “Ben is like warm wood, Chon is like cold steel. Ben makes love, Chon fucks”. Het leven gaat goed, totdat een Mexicaans drugskartel, onder leiding van de meedogenloze Elena (Salma Hayek), interesse toont in hun succesvol handeltje. Ben en Chon weigeren om met het kartel in zee te gaan, een beslissing die ze zich al snel zullen betreuren. Het kartel ontvoert O, waardoor Ben en Chon besluiten om het recht in eigen handen te nemen en hun liefje uit haar bernarde situatie te bevrijden. Zoals u waarschijnlijk zelf al kan voorspellen: bloederig geweld is imminent.

Er valt Savages veel te verwijten, maar niet dat Stone niet probeert om zijn film een levendige energie mee te geven. De sfeer van de tropische locaties zit onmiddellijk goed, een sfeer die tot stand wordt gebracht door het gebruik van felle kleuren, blitse camerabewegingen, afgetrainde wasbordjes, palmbomen, hagelwitte stranden en muziekdeuntjes waarop je heupen haast uit eigen beweging beginnen te shaken. Het is vooral met de kleurenpaletten dat Stone speelt. Soms schakelt hij plots over naar zwart-wit, of kiest hij tijdens de wat grauwere en gewelddadigere scènes voor een kleurenfilter. Die aanpak doet met momenten terugdenken aan de visuele flair van Stone’s Natural Born Killers en U-Turn en geeft de film wel zijn portie aan rock ‘n roll mee. In aantrekkelijkheid moet het Californië uit Savages niet onderdoen voor het Miami uit het door Stone geschreven Scarface. Het is dan ook spijtig dat Stone’s swingende beeldtaal en regie verbleekt bij de oppervlakkige en rommelige inhoud van het verhaal.

Het begint allemaal met de mekkerende voice-over van Blake Lively die de hele plot uit de doeken doet. Voice-overs zijn meestal een pain in the ass, en dat is hier niet anders. Het toppunt is wanneer de voice-over van Lively naar het einde toe nog eens wordt gebruikt als gigantische middelvinger naar de kijker om het slotpleidooi van de film plots over een heel andere boeg te gooien en je flink bij de neus te menen. Daarbovenop mist het verhaal heel wat aan karakter en raakt Stone niet verder dan een hobbelend wraakverhaaltje waarin iedereen elkaar de loef probeert af te steken. Recent liet Stone zich ontvallen dat hij met Savages enkel wil entertainen en er geen boodschap wil mee overbrengen. Noem ons veeleisend, maar we hadden toch wel graag gehad dat Stone eens zijn kritische blik had geworpen op de hele war on drugs. Savages serveert het perfecte materiaal om dat op een zowel entertainende als sardonische manier te doen. Scarface was naast al zijn overdaad veel relevanter op dat vlak. Omdat Stone enkel voor het entertainment kiest in Savages blijft de film met zijn voorspelbaar verhaaltje ter plaatste trappelen. Plotelementen als the brothers in arms die hun liefje willen redden, corrupte flikken en sadistische Mexicanen zijn even ‘been there, done that’ als Bart Kaell die vol enthousiasme de Marie-Louise voor de duizendste maal aanvangt.

De acteurs in deze film balanceren tussen deftige en compleet belabberde acteerprestaties. Benicio del Toro slaat alles als de onvoorspelbare maniak Lado, die rondloopt met een haardos waarvoor Don Johnson indertijd een moord gepleegd zou hebben en een snor die gestolen lijkt van Ron Jeremy. Del Toro is een dreigende aanwezigheid die graag kogels door knieschijven jaagt en verraders in brand steekt. Je zou bijna denken dat Mexicanen niets anders doen om de tijd te doden. Een even groot cliché is John Travolta als corrupte flik, die verschrikkelijk irriteert met zijn overacting. Salma Hayek maakt het mooie weer als kartelhoofd, maar weet daarin nooit echt volledig te overtuigen. Taylor ‘John Carter’ Kitsch en Aaron Johnson weten nog enig soelaas te brengen als Ben en Chon en creëren een aangename chemie. Ook Lively doet het niet slecht (ondanks de voice-over), maar je vraagt je toch af of het verhaal niet beter zou zijn geweest zonder haar aanwezigheid. Laat ons zeggen dat het scenario wat gegijzeld wordt door het feit dat Lively zo goed als heel de film het middelpunt is.

Wanneer het verhaal van Savages in een hogere versnelling schakelt en kiest voor wat meer actie, dan is het nog wel in beperkte mate genietbaar. Toch zorgt het gebrekkige scenario en de stoet aan onnozele personages na World Trade Center, W. en Wall Street: Money Never Sleeps weer voor een grotendeels teleurstellende filmervaring. Mooi om naar te kijken,soms leuk, maar niet genoeg om over de heropstanding van Oliver Stone te spreken. We blijven hopen dat Stone ooit nog eens zijn bokshandschoenen van weleer aantrekt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × drie =