Gallows :: Gallows

Hoe vang je als een van de beste hardcore punkbands in de wereld het vertrek van je frontman en uithangbord op? Het antwoord van Gallows is simpel: rekruteer een groot bakkes in Canada en ga lekker old school.

Toen de charismatische Frank Carter — een vol getatoeëerd podiumbeest met een o zo herkenbare, ruige stem — in de zomer 2011 vertrok en meteen vervangen werd door de Canadees Wade MacNeil (bekend van Black Lungs en Alexisonfire) stond de halve punkwereld op zijn kop. MacNeil mocht dan wel een gevreesde frontman en, tevens, een onvervalste punker — hij ziet er uit als een opvliegerige kroegvechter — zijn, hij was geen Brit. En Gallows’ (tweede) topplaat Grey Britain was net op en top Brits geïnspireerde brutaliteit.

Het was met die plaat dat de band uit Watford, duidelijk niet op zijn gemak bij major Warner Bros, de sceptici brutaal lik op stuk gaf. Toen Gallows na zijn weergaloze debuut Orchestra Of Wolves, in de VS toen verdeeld door Epitaph (en dat wilde al wat zeggen), een deal van één miljoen (!) Britse pond versierde met Warner Bros, vreesden de fans een nieuwe Green Day. De deal met Warner Bros werd al in 2009 vroegtijdig verbroken, maar dat weerhield Gallows er niet van om in het daaropvolgende jaar enkele massashows met Rage Against The Machine te spelen.

EP Death Is Birth, de eerste release met MacNeil op zang, werd wisselvallig ontvangen. ‘Terug naar onze vuile roots‘, moet songschrijver Laurent Barnard gedacht hebben, om de twijfelaars opnieuw te overtuigen. Gallows koos er ook voor om de plaat in thuisstad Watford in te blikken en uit te brengen op hun eigen label, Venn Records. MacNeil garandeerde dat de band weer kleinere clubjes zou aandoen. Het verbaast dus niet dat Gallows een heerlijk opruiende en extreem energieke plaat is geworden.

Als een stel getalenteerde angry kids dat nog maar net een bandje vormt: zo klinkt “Victim Culture”, dat wordt ingeleid door een bizarre spoken word intro. MacNeil doet met zijn geweldige strot Carter al vergeten. Gitaristen Barnard en Steph Carter klinken even dreigend als geïnspireerd. De heerlijk ronkende bas van Stu Gili-Ross en opgefokte drums van Lee Barratt zijn weer van de partij. En wanneer het vijftal in koor “Victim culture’s on the rise!” in je strot ramt, is het feest helemaal compleet.

Zij die al vreesden voor Amerikaanse old school hardcore door die Canadese inwijkeling, geen paniek: Gallows is en blijft gefascineerd door de Britse punkrock van weleer. Neem nu “Everybody Loves You (When You’re Dead)”, dankzij de aanstekelijke rock-‘n-rollriffs (ook te horen in “Nations/Never Enough” en “Cult Of Mary”) en knappe gitaarsolo’s een van de beste nummers op de plaat.

Wat een band als Gallows dan toch typeert als ‘hardcore’, zijn de makkelijk meezing/schreeuwbare fists in the air!-refreinen. Vooral “Last June” (FYI: “ACAB” betekent “All Cops Are Bastards”), “Outsider Art” (oooooh-oooh!) en “Vapid Adoloscent Blues” zitten steengoed in elkaar. Geen overkill aan instrumentale metal-breaks in dit moddervette trio, maar wel genoeg strofes om te crowdsurfen of een circle pit in gang te steken. Even anthemisch, maar minder opvallend zijn “Depravers” en “Odessa”. Geen overbodige nummers, want Gallows maakt ons goed gezind.

Met het loodzware “Cross Of Lorraine” geeft Gallows de finale kopstoot, met een perfecte getimede verschroeiende gitaarbreak — metalcorebands kunnen van Gallows nog wat leren. Ook omdat de derde Gallows een feestelijke ode is aan de ouderwetse hardcore, zonder de roots in de punk te vergeten. Het is een consistente plaat die bol staat van rechttoe rechtaan hardcore punk-anthems: in rumoerige crisistijden meer dan gewenst.

Gallows speelt op woensdag 19 september in de Muziekodroom in Hasselt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + vier =