Men Of North Country :: The North

In het noorden vindt men soulmuziek. Alleen zijn de Men Of North Country niet afkomstig van het noordelijk halfrond, maar is het zonnige Tel-Aviv de thuishaven van de zevenkoppige band.

De kustlijn van Israël staat nu niet meteen bekend als een walhalla voor muziek, en toch klinken de Men of North Country alsof ze geroutineerde soulmuzikanten uit de VS zijn. De verklaring is ten dele te zoeken bij de bezetting van de groep: met Yashiv Cohen (zang), Nitzan Horesh (gitaar, zang), Doron Farhi (bas, zang), Boaz Wolf (drums, klavier), Sefi Sizzling (trompet), Ongy Sizzling (saxofoon) en Ido Kretchmer (trombone) heeft de band zowat een klein orkest ter beschikking, dat alles tussen bigband en rock kan bestrijken.

Met een plaatje dat maar net boven de grens van een half uur stijgt, heeft Men Of The North Country er goed aan gedaan een selectie van songs op te nemen die een pittig ritme vooropzet. The North is een zomerse sugarrush van draai-ijsjes die bijzonder verfrissend aanvoelt. “Man Of North Country” heeft dat stomende gevoel van sixtiesrock zonder al te veel in imitatie te vervallen. De licht geraspte stem van Cohen is er een waar je urenlang naar kan luisteren, terwijl het orkest op een beweeglijk ritme voortdrijft. De song heeft twee uitstekende ingrediënten: een knap refrein en een goede herneming rond de tweede minuut.

De zomerse cruise gaat in dezelfde stijl verder, met vlotte en stuwende popsongs, waarbij de samenzang en blazerssecties het luchtig en plezant houden. “Pandora” is feelgoodmuziek zonder enige nonsens, terwijl “Ringtone” uitstekend als introsong voor een komische televisieserie zou kunnen dienen. Met “The North” wordt er een iets serieuzere noot geraakt: opnieuw krijg je die volwassen en overtuigende stem van Cohen te horen, met op de achtergrond een sobere songstructuur die met een paar kleinigheidjes is opgesmukt. De geweldige stemmenharmonie waaruit het refrein bestaat, past zonder twijfel in het canon van de Beach Boys.

”Mirror Man” is een song met een grotere knipoog: de backing vocals en vrolijke klanken ademen disco uit, zonder het geheel in de richting van kitsch te duwen. Cohens stem zorgt hier opnieuw voor een uplifting spirit. Die terugkerende stem is een van de weinige constanten in The North, want de groep durft geregeld van genre of inspiratiebron te wisselen. “People Of Tomorrow” schurkt nauw aan bij rockabilly en blues, waar een geweldige wisselwerking tussen de rockgitaren en blazers er opnieuw bovenuit steekt. The North blijft over de gehele lijn fris en opwindend klinken. Een trager ingezet “Staring Daggers” bevestigt enkel maar die indruk: met een heerlijke uitzwaai van gitaarrock wordt The North in volle glorie afgesloten.

De Verenigde Staten hebben al sinds enige jaren niet langer het monopolie op soulmuziek. Dat er in de hele wereld groepen als paddenstoelen uit de grond schieten die soul met hun eigen achtergrond combineren kunnen we enkel maar toejuichen. The North is een vrolijke plaat die het zonnetje in huis brengt — net wat deze wisselvallige zomer nodig heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × twee =