Exitmusic :: Passage

De muziek van Exitmusic, het duo Aleksa Palladino en Devon Church, aangevuld met een paar huurlingen, wordt weleens voorgesteld als een soort van grandioze melancholie, met emotionele cuddle-liedjes die garant staan voor tranerige gezichtskrampen en hysterisch hyperventileren, en die je zo nog meer doen verlangen naar het fleecedekentje dat weggeworpen werd tijdens de laatste opruimactie. Herhaaldelijke luisterbuien kunnen echter niet voorkomen dat dit spul vooral smaakt naar artificiële bombast, helblauw softijs voor een generatie muziekfanaten die enkel nog vatbaar zijn voor emotie in de gedaante van corpulent uitvergrote pathetiek. Of is ’t carnaval, misschien?

Oké, we kunnen best begrijpen waarom deze mikmak, half droompop, half getoonzette emotragedie, aanslaat. Zo’n actrice-zangeres die opgroeide in een operamilieu en zelf niet vies is van een melodramatisch galmende uithaal in filmische songs, die op papier voorbestemd waren voor arrangementen in grijstinten, met naast de obligate laptopruis misschien ook een welgemikte mandolineaanslag, dat heeft wel iets intrigerend. Maar waarom moet dat in hemelsnaam gegoten worden in kleffe, uit hun voegen barstende arrangementen en verkondigd worden via vocalen die met allerhande, steeds wisselende tics volgestouwd werden?

Krijgt de euforische grandeur van Arcade Fire een haast ziekelijke twist in het titelnummer, dan sluit “The Night” meer aan bij de narcotische lethargie-met-Gus-Van-Sant-randje van Lana Del Rey, die vervolgens compleet onderuit gehaald wordt door een gehijgd walsritme. En de lijst is schier eindeloos: in “The City” wordt een zwak voor Björk uitgespeeld via onbedwingbaar gemekker, terwijl “White Noise”, dat eigenlijk nog veelbelovend van start gaat met iets dat Sparklehorse en Robert Wyatt lijkt te gaan verenigen, uitmondt in een gesuikerde Eurobeat. Het doet je nog maar eens inzien dat we opgescheept zitten met een generatie indiemuzikanten die het begrip melancholie (of beter: “dat onbestemde gevoel” — pshaw!) zo lang misbruikt heeft en zich zo lang onrechtmatig toegeëigend heeft dat het een volstrekt betekenisloos concept geworden is, een hol schaamlapje om een resem puberale en aandachtszieke Grote Emoties achter te verschuilen die liefst van al met een megafoon verkondigd worden.

Stijlvolle, monochrome portretten van contemporaine onthechting, vol smaakvolle, dynamische arrangementen en glitterende sonische details, my ass. Passage haalt zichzelf voortdurend onderuit. Weet “The Wanting” aanvankelijk nog een Devotchka/Little Miss Sunshine-sfeertje op te roepen dat een succesvolle carrière als maker van indiefilmsoundtracks garandeert, dan wordt elders pijnlijk duidelijk dat de theatrale tics van Palladino vooral uitblinken in onbedoelde humor: die laten haar het ene moment even meisjesachtig laten klinken als een 45-jarige pornoster met vlechtjes en witte kniekousen en later als een aan de wodka verslingerde has been. Het is grimassen geblazen. Dat er voor elke song een andere stem gezocht en gevonden wordt, getuigt niet enkel van prima acteertalent, maar ook van een zorgwekkende ongeloofwaardigheid.

In “The Modern Age”, een transfer van EP From Silence, schuilt eigenlijk best een goede song (bonus voor wie ‘m er heelhuids weet uit te halen) en afsluiter “Sparks Of Light” had bijna iets van Blonde Redhead kunnen zijn (bijna!). Dat verandert echter niets aan het feit dat dit album vijfenveertig minuten lang verwarring veroorzaakt door opzichtig te blijven schipperen tussen aandachtsgeil drama dat vooral doet hunkeren naar stilte en indiepop met platte stadionambitie. In milieus waar Muse, Evanescence en Dana International als belanghebbende culturele ambassadeurs worden beschouwd, zou dit wel kunnen aanslaan als het arty snoepje van de week. Ge moogt ze hebben, uw slurpees.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − vijf =