Metric :: Synthetica

Fantasie? Weg ermee. Eén plaat lang deed Metric alsof alles ok was, maar nu is het back to business. Synthetica steekt haar teen in de grauwe realiteit en schetst een zwartgallig beeld van onze wereld.

Goed, Fantaisies was een prestatie geweest. Op eigen kracht, zonder de steun van een traditionele platenfirma, een half miljoen exemplaren slijten van je plaatje; voor een Canadese indierockgroep is dat een groot succes. En passant ook de Amerikaanse singles top twintig binnengeraken was nog straffer. Meteen ook een cruciaal moment in de tienersuccesfilm van het moment mogen scoren? Helemaal bulls eye.

En toch zat het Emily Haines niet echt lekker, dat het net met hun minst politieke, hun pop-plaat was dat het eindelijk lukte. Eindelijk was er die beloning voor het werk van vele jaren. Toen ze eindelijk haar bek hield en niet langer de over-politieke zangeres van vroeger was. “Seems like nothing I said ever meant anything but a headline over my head / Thought I made a stand / Only made a scene”, klinkt het in het twijfelende “Dreams So Real” waarin ze wat cynisch concludeert “I’ll shut up and carry on; a scream becomes a yawn”.

Niet dus. Voorwaarts, dat wel, met een nieuwe Metricplaat, maar dan wel eentje waarop de boze wereld weer in ogenschouw genomen wordt. Synthetica, naar een cyborg uit Ridley Scott’s Blade Runner; want over de tegenstelling tussen echt en fake gaat het. Over “jezelf confronteren met wat je in de spiegel ziet als je eindelijk eens lang genoeg stilstaat om de reflectie te bekijken.”

Dat levert verhalen op over verloren tienermeisjes (“Lost Kitten” – aanstekelijke bubblegumpop, gezongen met een pesterige, valse lolitastem) en jongeren die te snel volwassen zijn moeten worden (de stevige glamrock van single “Youth Without You”). Puik is ook “Speed The Collapse”, een energieke song met een omineuze tekst die vaag genoeg is om ons te doen blijven gissen, maar best eens over de bankencrisis zou kunnen gaan. Maar, zoals Haines zelf zegt: ” I’m in the business of asking questions, not providing answers.”

De groep geeft de songs een minder instant-kleedje dan op Fantaisies. Na ettelijke beluisteringen klinkt alles echter al even vertrouwd als pakweg “Help, I’m Alive”. Vanzelfsprekend voeren synths zoals gewoonlijk het hoge woord, maar deze keer doet producer en gitarist Jimmy Shaw ze ook wat harder en voller klinken. “futuristisch en synthetisch, maar toch organisch”, klinkt het in het begeleidende persbericht.

Op zijn beste momenten klopt dat ook, maar dat iets duurdere geluid kan niettemin niet verhelen dat sommige songs toch een beetje dun uitvallen. “Clone” heeft een aangename melodie, maar ze kan niet lang genoeg de aandacht vasthouden. De wat robuuste titeltrack schiet dan weer sterk uit de startblokken, maar verslikt zich in een potsierlijk “I’m not Synthetica”-refrein. Dan liever de duistere synths en de echo van “Dreams So Real”.

Een verrassing krijgen we ten slotte met “The Wanderlust” waar Lou Reed plots opduikt als Haines’ tegenspeler. De interactie tussen hun stemmen over een stuiterende beat werkt wonderwel. Op zo’n momenten komt Synthetica tot leven, iets wat niet meer lukt in de wat doelloze afsluiter “Nothing But Time”.

Het contrast tussen deze twee laatste nummers zegt alles over Synthetica. Haines’ lijkt zoveel te vertellen te hebben gehad, dat ze soms vergat het ook in een steekhoudende song te gieten. Op zijn slechtst lijkt de band dan ook niet goed te weten waar het heen moet, en dus wordt zonder veel overtuiging rechtdoor gewerkt. Als het wel werkt — en dat is nog altijd overwegend zo — maakt Metric van de intelligentste popmuziek die je momenteel kunt krijgen. Dat is, wat ons betreft, al heel wat.

Metric opent donderdag Rock Werchter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − zes =