Paul Van Kemenade :: Kaisei Nari

Met een ondertitel als ‘altoist Paul Van Kemenade in duos and trios with Aki Takase & Han Bennink, Three Horns And A Bass & Cappella Pratensis a.o.’ weet de goede verstaander genoeg. Net als op Close Enough (2010) is de Nederlander er in geslaagd om de meest uiteenlopende bezettingen bij elkaar te brengen. Dan rest enkel de vraag of dat gebeurt met dezelfde impact.

Wat een klasseplaat was die Close Enough dan ook. Het begon met een compositie die een vocaal ensemble voor Renaissancemuziek samenbracht met een flamencogitarist, een Senegalese percussionist en een jazzkwartet. Dat het niet alleen wérkte, maar leidde tot een verbluffende prestatie, bevestigde nog maar eens dat Van Kemenade tot de meest creatieve muzikanten en componisten van deze contreien gerekend mag worden. Op Kaisei Nari herhaalt hij het spelen met bezettingen nog eens, met dat verschil dat het er deze keer iets gestroomlijnder aan toegaat.

Voor de eerste vijf composities wordt immers enkel gewerkt met Han Bennink en pianiste Aki Takase. De vanuit Berlijn opererende Japanse heeft wel voeling met meer traditionele jazz (wat leidde tot een paar bluesalbums), maar is toch vooral gekend als een vrij explosieve freejazzpianiste, terwijl Van Kemenade’s spel veeleer aan de lyrische kant van het spectrum geplaatst wordt, iets waar z’n verleidelijke, frisse klank op de altsax zeker voor iets tussen zit. Zowel de duostukken als de triostukken overtuigen probleemloos.

Opmerkelijk is ook dat Takase-composities “Cherry”, een tedere ballade die evolueert tot een prachtige onderonsje, en “Song For Hope”, dat uitpakt met een onschuldig klinkende, bijna melige melodie, zo toegankelijk klinken, wat dan ook leidt tot bedwelmende resultaten. Tijdens het knoestiger “Eva” gaat de Japanse even loos met ratelend en beukend spel, terwijl Bennink zichzelf kan zijn door te rommelen met marsritmes in het titelnummer. De samenwerking tussen deze drie vindt een mooi evenwicht tussen dartel avontuur en romantische ingetogenheid. Daar mag gerust een vervolg op komen.

Het vocale kwartet Cappella Pratensis mag twee keer opduiken: met Van Kemenade in “The Joy”, een korte improvisatie die gebaseerd is op een stuk van Pierre de la Rue (1460-1518) en goed genoeg is om kerken terug te doen vollopen. Ook buiten het Kerstseizoen. Voor afsluiter “Une Couleur Différente” werd de complete bende nog eens verzameld: Cappella Pratensis, de flamencogitarist, de Senegalese percussionist en Three Horns And a Bass. Het klinkt iets conventioneler dan “Fantasy Colours” op Close Enough en mist de weemoed die je daar meteen bij de lurven greep, maar ook nu wordt het niveau van de vingeroefening snel overstegen en vormen de invloeden en stijlen een meeslepend en organisch geheel. Op en top Van Kemenade.

“Mex” en “Lullaby For A Petulant Guy”, met Three Horns And A Bass, zijn ten slotte ook weer knappe stukken, waarbij vooral het samenspel in het tweede nummer, vol sputterende, zeurende en zingende effecten van de rond elkaar wentelende muzikanten bijblijven. Rest enkel nog de vraag hoe Kaisei Nari zich verhoudt tot z’n voorganger. Het verrassingseffect is alleszins al minder sterk en het is wat jammer dat er deze keer geen stukken te rapen vallen met Ernst Reijseger, maar Kaisei Nari is opnieuw een opvallend knappe, kleurrijke en diverse plaat geworden, die bovendien maar van één artiest had kunnen komen. En die mag gerust tot de toppers van Nederland gerekend worden.

Van Kemenade speelt op 21 december in De Singer (Rijkevorsel) met zijn kwartet met Ray Anderson, Ernst Glerum en Han Bennink. Niet te missen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =