Anderson/Kemenade/Glerum/Bennink :: 10 januari 2014, Bimhuis (Amsterdam)

Ze zijn dun gezaaid, de bands die je doen lachen en die je prikkelen, die ervoor zorgen dat je gat voortdurend in beweging blijft, terwijl ze uitpakken met onweerstaanbare grooves, op je gemoed inhakkende thema’s en een niet te stoppen drive. In het Bimhuis zagen we er nog eens eentje, het kwartet Anderson, Van Kemenade, Glerum en Bennink, internationale klasse met een vinger in de neus.

Bands die sterk geworteld zijn in de klassieke jaren van de jazz hebben nogal vaak de neiging om in duffe retrowateren rond te hangen, of uit te pakken met gladde technische hoogstandjes zonder een greintje soul, iets wat bij deze vier vermeden wordt met voorwaartse stuwing, energie en humor. Vanaf “Pippin’”, een compositie van bassist Ernst Glerum, kreeg je meteen een prachtige inkijk in het laboratorium van deze kleppers, waarin de blazers voortdurend aangemoedigd en ondersteund worden door een van de beste ritmesecties in deze contreien. De wandelende basfiguren van Glerum hebben steeds een broeierige naturel, maar vaak ook een pronte elegantie die de voortgang nergens een duimbreed in de weg legt. Het blijft het fundament waarop deze band z’n vrijheid kan uitbouwen, en die is ondanks de strakke thema’s en meeslepende ritmes best wel aanzienlijk.

Het is “echte” jazz, maar gebracht met verve en virtuositeit die nergens behaagziek of aanstellerig wordt. Trombonist Ray Anderson van jetje zien geven in “Who Is In Charge”, met een gamma aan technieken dat varieert van breed gesmeerd geronk tot en haast trompetachtige zuiverheid, dat blijft elke keer opnieuw en festijn, maar met die baslijnen van Glerum, de instant herkenbare swing van Bennink en de vlugge interactie met Van Kemenade wordt het allemaal nog zo veel mooier. En dan is er natuurlijk nog de humor, gaande van Benninks capriolen tot het steekspelletje met Rotterdammer Van Kemenade. “Paul, je moet wat zeggen hoor”, grapte de Amsterdamse drummer toen de saxofonist even een stilte liet vallen, en het was goed voor een aaneenrijging van zelfrelativerende mopjes van Van Kemenade die als een rode draad door het concert liepen.

Maar het was geen luchtig schaamlapje, want het samenspel liet het nergens afweten. Dat je te maken hebt met drie uitmuntende componisten (enkel Bennink draagt geen composities bij) is dan ook een enorme troef. Andersons kersverse “Instigation”, wat springeriger dan de andere stukken, liet duidelijk de wisselwerking horen tussen zijn staccato stoten en het fladderende altsaxwerk van Van Kemenade, die zich van z’n beste kant liet zien. Het spel van de twee blazers was zo kleurrijk en zo knap verweven dat je zelfs zonder ritmesectie de vingerknip geen tel zou missen. Of hoe bluesgetinte stukken als “A Tune For N.” (Van Kemenade) en “Nothing Is Ever” (Anderson) een wereld creëerden die hier en daar deed denken aan die van Mingus, met Van Kemenade die soms speelde met de sound en begeestering van een moderne Jackie McLean.

Hoogtepunten? Moeilijk aan te duiden, want het kwartet speelde met een gretigheid die je doorgaans enkel te zien krijgt in marginale jazzkelders, en die was zowel te horen in vlammende stukken, zoals het nieuwe “To The Point”, als in het meer ingetogen materiaal. Hoe de ballade “Close Enough” subtiel aan het dansen sloeg, dat was een klassiek moment. De “Salt Peanuts”-referentie in Andersons “As Yet”, was niet zomaar een knikje naar de oude garde, maar een naadloze combinatie van ‘free’ en ‘bop’, terwijl afsluiter “Two Horns And A Bass”, eentje die ook al even meegaat, in de melancholie dook als een ragfijne begrafenismars, waarvoor Glerum z’n mooiste strijkstok werk nog eens bovenhaalde en Bennink z’n meesterschap met de brushes onderstreepte.

Ach, en zo kan je bezig blijven. Dit was een ijzersterk concert van een begaafd kwartet dat ondanks een kolossale collectieve bagage nog altijd klinkt als een stel frisse hoentjes dat na een krappe aanloop z’n draai gevonden heeft en staat te popelen om dat te laten horen. Dat Andersons plezier om in ‘the worlds greatest jazzclub’ te mogen spelen enkel nog overtroffen werd door de verrassing en dankbaarheid van de vier na een staande ovatie van een volle zaal maakte het enkel nog mooier. Grote klasse.

Is er nog een plaatsje vrij op Jazz Middelheim 2014?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 8 =