Ihsahn :: Eremita

Ihsahn is voor de volgers van Noorse blackmetal uiteraard een bekende naam. Hij was de centrale figuur in het legendarische Emperor, de band die op twee korte reünies na al meer dan tien jaar niet meer bestaat. Sinds die split toonde Ihsahn zich uiterst bedrijvig: hij startte een band met zijn vrouw, deed iets met een folkviolist en bracht met Eremita ondertussen zijn vierde soloalbum uit.

Wat opvalt aan die soloalbums is het feit dat Ihsan steeds meer opschuift van blackmetal naar prog, zonder daarbij zijn roots volledig uit het oog te verliezen. Zo liet het vorige album, After, een rukje naar het extreme optekenen en opende het tegelijkertijd nieuwe horizonten, door de introductie van de saxofoon van Jorgen Munkeby. Een nieuw Ihsahn-album beluisteren is dus elke keer een beetje zoals een Kindersurprise-ei eten: de smaak is vertrouwd, maar het extraatje kan van alles zijn.

Op Eremita is dat nog steeds zo, al lijkt het ons dat je deze plaat vooral moet aanschaffen voor de smaak en minder voor de surprise. De nummers op dit vierde soloalbum klinken al erg vertrouwd bij de eerste luisterbeurt. Dat komt doordat ze niet alleen doen denken aan Ihsahns vorige werk, maar ook omdat er geluiden gerecycleerd worden van genregenoten. Zo lijkt het erop dat met name Opeth en Mastodon regelmatig op ‘s mans draaitafel terecht zijn gekomen de laatste tijd.

Net als After werd ook dit album gemixt door Jens Bogren, de man die eerder al werkte met Opeth, Leprous en Devin Townsend. Naast zijn talenten als mixer leverde ook Bogrens adressenboekje een belangrijke bijdrage aan dit album. Zo bezet de drummer van Leprous op Eremita de kruk, en zingen zowel Devin Townsend als de zanger van Leprous mee op een nummer. Zo zijn we dan ook meteen bij hét verrassinkje van deze plaat beland: de gasten. Naast de eerder genoemde namen speelt ook Jeff Loomis van Nevermore een solo in, en mag zijn vrouw vocalen leveren voor het laatste nummer.

De belangrijkste gastmuzikant is echter Jorgen Munkeby van Shining. Die speelde zoals gezegd ook al mee op After, maar krijgt nu een veel belangrijkere rol toebedeeld. Op quasi alle nummers is hij te horen, en vaak met zeer bepalende bijdrages. Ihsahn mag dan het type muzikant zijn dat voor 100% de creatieve controle wil behouden over zijn werk, voor de tegendraadse freestyle saxsolo’s van zijn kompaan lijkt hij graag een uitzondering te maken. De mix van een track als “The Eagle And The Snake” moet trouwens een huzarenstukje geweest zijn: de saxvibrato’s vliegen je om de oren terwijl de gitaar steeds maar laagjes dreiging toevoegt, die op hun beurt volledig in contrast staan met de zalvende zang van Ihsahn zelf.

Van After onthielden we vooral het overdonderende en compromisloze aspect. Eremita schiet eveneens redelijk voortvarend uit de startblokken, met het zwierige progmetalnummer “Arrival”. Daarna worden de nummers steeds introspectiever van karakter. Ironisch genoeg is de derde track,“Introspection”, ondanks die titel een redelijk stevige song. Het is vooral in de nummers 5 en 6, “Catharsis” en “Something Out There”, dat Ihsahn zich laat gaan in mijmering en melancholie. Hij laat zich daarin zelfs een beetje te ver leiden, want de luisteraar zal zijn gedachtengang niet altijd kunnen volgen wanneer hij plakkerig zoete refreintjes afwisselt met academische gitaarsolo’s en het typische saxofoonspel van Munkeby.

Na een kort orkestraal intermezzo herpakt Ihsahn zich wel in het afsluitende duo “The Grave” en “Departure”. Beide tracks zijn relatief lang en overladen met een duistere sfeer. “The Grave” evolueert naar het einde toe in een ambient hoorspel met golven van roffelende drums, verleidelijke saxakkoorden en dominante vocalen, die om de beurt je aandacht opeisen. Het is misschien niet zo agressief, maar het blackmetal verleden van Ihsahn hoor je hier zeker in terug. Dat geldt ook voor het laatste nummer: ondanks de directere opbouw is het een exploratie van grotendeels dezelfde sferen en emoties.

Ihsahn beweegt zich op dit album vlot heen en weer op het brede veld van de stijlen en invloeden die hij beheerst. Hij houdt echter steeds een veilige afstand tot de rand van zijn comfortzone. Dat kan je afleiden uit de mensen met wie hij werkt, en dat hoor je in de muziek die hij maakt. Halverwege het album laat hij zelfs de cruise control het grootste werk doen. Dat is jammer, want met een speelduur van ruim een uur kon er wel wat gesnoeid worden. Hoewel dit album zeker gehoord mag worden door liefhebbers van progmetal, kan je ook niet anders dan hopen dat Ihsahn de volgende keer op iets gedurfdere excursies trekt. Want zeg nu zelf: wie wil er een leeg Kindersurprise-ei?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + negentien =