Hot Chip :: In Our Heads

De nieuwe Hot Chip in vijf woorden? Fuck it, we gaan dansen.

Dat moet ongeveer de teneur zijn geweest toen de groep opnieuw de studio in trok na het wat ontgoochelende, want veel te melige One Life Stand. Met “I Feel Better” had de groep wel een groter publiek aangeboord, maar die plaat leverde niet echt op wat die single beloofde: een feestje. Tijd dus om wat recht te zetten, zeker nu aan dat nieuw platenlabel moest bewezen worden dat de investering de moeite loonde.

Enter dus In Our Heads; de vijfde van de groep, en misschien wel de plaat waarop alles het beste in elkaar klikt. Voor het eerst werd het slaapkamergevoel achtergelaten, en mocht een echte studiotechnicus de werkzaamheden overschouwen. Het resultaat is een plaat waar de songs aan elkaar plakken; als een zweterige, extended mix van wat de demo’s moeten zijn geweest.

Als geen andere Hot Chip-plaat klinkt deze dus als een uitbundig en zwoel feestje in een iets te kleine nachtclub waar de drank net genoeg is ingekickt om iedereen in extase te krijgen. De groove van “Flutes” stoomt onweerstaanbaar door, glimmende vrouwenlijven kronkelen wellustig, en op het podium staan, welja, vijf redelijk bleke, silly uitgedoste englishmen te performen alsof hun leven er van afhangt. Met net zeven minuten is het slechts het tweede langste nummer van de plaat, maar wel het centrale hoogtepunt. “Work that inside outside”, gebiedt Alexis Taylor, en je werkt je lijf te pletter.

Anders, maar al even aanstekelijk, is de robotische groove van single “Night And Day”, dat met zijn compleet silly “I like Zapp, not Zappa”-break nog even herinnert aan de cartooneske begindagen; de tongue is nog steeds niet helemaal uit de cheek verdwenen, al gaat het er sinds het huwelijksgeluk van One Night Stand toch iets serieuzer aan toe. “Look At Where We Are”, een bloedmooie ballad, is opnieuw niet meer of niet minder dan een oprechter dan oprecht liefdeslied.

“These Chains” gebruikt truukjes die Burial na Untrue niet meer nodig had, maar steekt met die bouwstenen een kathedraal van een dansbare liefdesverklaring in elkaar. Want het blijft bewegen, van de donkere stomp van “How Do You Do” tot de housy stuiterbeat van “Let Me Be Him”; dit is een plaat die voortdendert, zoals ook “Ends Of The Earth” bewijst.

In Our Heads is een plaat om je in te verliezen op de dansvloer; euforie ligt altijd net om de hoek, een licht geïntoxiceerde waas is nooit ver weg. Soms gaat het over het randje van fout, zoals in het eighties aandoende “Don’t Deny Your Heart” — ongeveer elk lemma uit het grote Wham!-handboek is afgekruist –, maar altijd is er die kwaliteitscontrole die niets minder dan “verdomd briljant” laat buitengaan.

Dat is voor een groot deel de verdienste van Taylor; nog steeds de soulvolste bleekscheet, this side van de latere Michael Jackson. Waar hij ook het vocale voortouw neemt, steelt hij de show met gepassioneerde, loepzuivere zang. Het bewijst dat soul geen hol woord moet zijn dat wordt verdiend door om ter luidst te jodelen, maar een zeldzame kwaliteit die je hebt of niet. Bij Taylor zijn ooit een paar bakken afgeleverd die eigenlijk ergens in een hood van New York besteld werden. Hij heeft er het meeste uit gehaald, en met wat vrienden de meest onwaarschijnlijke dancegroep ter wereld gemaakt. Hulde daarvoor: In Our Heads is voorlopig onze dansplaat van het jaar, en we zien niet zo snel concurrentie opdoemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 7 =