Sin7sinS :: Carnival Of No Tomorrow

Vreemd hoe je mening over een nieuwe release om de haverklap kan veranderen. De allereerste indrukken van Carnival Of No Tomorrow wezen in de richting van een plaat die een vrij middelmatige koers vaart. Na een keer of vijf en wat gewenning veranderde die matige indruk naar een pak meer enthousiasme. Om dan uiteindelijk te kelderen naar: “Niks bijzonders tot hier en daar ergerlijk”.

Wij wijten dat deels aan het feit dat we net iets na de ontvangst van het tweede album van Sin7sinS een plaatje van 69 Chambers in handen kregen (waarover u vorige week in meer detail kon lezen). Dat was wel een goede reminder dat female fronted metal wel degelijk nog origineel kan zijn. Deze twee vergelijken is misschien niet echt fair, maar soms kan een mens het niet helpen.

Om de objectiviteit zo veel mogelijk in ere te houden richten wij graag onze pijlen op de minpunten van Carnival Of No Tomorrow, zonder daarbij rekening te houden met wat andere groepen onlangs uit hun mouw toverden. Op het eerste zicht lijkt het allemaal geen ramp. De albumhoes is afschuwelijk amateuristisch werk, dat wel. De band zelf is een Nederlands vijftal dat met hun debuut Perversion Ltd. lovende kritieken oogstte. Voor de opvolger daarvan hebben ze niemand minder dan legendarisch Zweedse producer Dan Swanö weten te strikken om aan de knoppen te morrelen.

Als die zich met een relatief nieuwe band inlaat, wil dat meestal iets zeggen. De man heeft een neus voor talent en gegarandeerd staan er tientallen schijfjes in uw kast waar hij voor de mix af productie tekende. Ook Mark Jansen (Epica, MaYan) heeft een kleine vocale gastbijdrage aangeleverd. Niet zo verwonderlijk aangezien Jansen niet alleen een landgenoot is, maar ook door de ervaring met zijn eigen bands prima weet hoe de dynamiek tussen mannengrunts en vrouwenzang werkt.

Wat beide heren precies bezielde, is echter een groot vraagteken. Sin7sinS is het zoveelste gothic bandje dat niet bepaald ver buiten de lijntjes kleurt. Toegegeven, het geluid klinkt minder bombastisch en overladen met klassieke arrangementen dan bij de meeste genregenoten. Als er dus werkelijk een punt van originaliteit moet aangestipt worden, dan de puurheid van het geluid. Dat lijkt echter eerder aan een gebrek in budget te liggen dan aan een bewuste keuze. De synthesizer wordt immers extreem vaak ingezet om onder andere strijkinstrumenten na te bootsen of om volle koorzangen uit te spuwen door één zanglijn te dupliceren. Het resultaat is een overdaad aan toetsen in het gros van de nummers.

Als de heren en dame iets steviger van leer trekken, drukt de gitaar, die lekker hard in de mix staat, de toetsen verlossend even naar achter. Daar komt bij dat de speciale stem van Lotus beter tot zijn recht komt in de uptempo stukken. Er zit namelijk een vreemd soort scherpte in die even wennen is, iets wat nooit volledig lukt. In de paar ballades zoals “Shadows and Dust” wringt haar zang het meest. Niet dat de hoge noten er compleet naast de toon uit geperst worden. Het gaat eerder over een moeilijk te omschrijven ondertoon die niet erg aangenaam is om naar te luisteren. Bijna alsof zingen voor Lotus een afmattende sport is, terwijl ze niet in de beste conditie verkeert. De steken in de milt spelen al op, maar toch weet ze niet van opgeven wat uiteraard het resultaat amper vooruithelpt.

Swanö is er daarenboven zelfs in geslaagd het allemaal nog wat erger te maken door ongehoord veel effect op Lotus’ stem te zetten. Soms is less echt wel more echter, en dat bewijst bijvoorbeeld “Cyanide Symphony” waar de producer zijn eigen stembanden aanwendt om een simpel maar doeltreffend duet aan te gaan met de Nederlandse vocaliste. De zang wordt laag gehouden, zonder snerpende uithalen en het bijna doomy tempo maakt dit een emotioneel geladen track. Een echte verademing en het nummer luidt het begin van nog meer muzikale beterschap in. Het daaropvolgende “Revolt Tonight!” is een eenvoudige stamper die als aanstekelijk tussendoortje altijd kan smaken. Daarna passeert “Jenkin’s Nightmare” en die blijkt zelfs oprecht sterk. Ondanks de beperkte middelen, klinkt dit nummer vol en imposant. Bovendien houdt Lotus zich genoeg in om perfect genietbaar te zijn. Met het instrumentale en verwaarloosbare “March To Ruin” zit Carnival Of No Tomorrow aan zijn eindpunt, net wanneer het niveau gevoelig verbeterd.

Sin7sinS bewaarde het beste dus voor het laatst, en dat wil helaas ook zeggen dat je als luisteraar eerst meer dan de helft van de plaat moet doorworstelen om beterschap te bespeuren. Het kalf is dan al lang verdronken en reddingspogingen komen te laat. Hoewel wij in een zéér milde bui enig enthousiasme konden opbrengen, moeten we toch concluderen dat Carnival Of No Tomorrow onbegrijpelijk veel steun oogst van medemuzikanten en producers. De bronnen van ergernis (de zang, de keyboards, de rare effecten) zijn te dicht gezaaid, om de best wel fijne melodieën echt te kunnen appreciëren. Als slechte muziek maken een achtste hoofdzonde was, zou Sin7sinS ergens in het vagevuur moeten afwachten of ze er nog net mee door kunnen of niet. Wat ons betreft? Net niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + veertien =