The Spits :: The Spits V

Moet het geen ware eer zijn om door je grootste idool op één van de concerten persoonlijk in het gezicht te worden gerocheld? Het is waarschijnlijk met dat idee in het achterhoofd dat The Spits zijn groepsnaam heeft gekozen, want hun punk klinkt na vijf platen nog altijd even smerig als een bloedrochel met wat groen, fluorescerend snot erin.

The Spits is een fenomeen waar het moederlabel In The Red Records in ieder geval erg trots op is, want om het halve jaar wordt er wel een nieuwe plaat uitgebracht, waarvan bepaalde versies maar in een beperkte uitgave. En iedere keer opnieuw verschijnen er op In The Red’s website een paar dagen later weer de niets verhullende woorden “Sold The Fuck Out!”. Wat te begrijpen valt, want The Spits maakt echte punk volgens het handboekje en daar is altijd wel een publiek voor te vinden.

Eén van de trucjes uit dat handboek luidt alvast dat je het best eenvoudig kan houden. Een raad die het combo met “All I Want” ter harte heeft genomen, want met een eenvoudige zinsnede als “All I know is I wanna be with you!” schiet The Spits meteen op scherp. En dat terwijl een heuse draaikolk van vurige gitaren en rollende drums het nummer muzikaal onweerstaanbaar maakt. Dat The Spits geen echte zanger in huis heeft, speelt hen uiteraard geen parten omdat het net de bedoeling is om er een potje van te maken, zoals het combo bijvoorbeeld bewijst met het toepasselijk getitelde “My Mess”. Het nummer begint al heel goed met de niets verhullende woorden “Well, I’m feeling down and I’m feeling so fucked up …” maar klinkt met de voice distortion naast de gebruikelijke distortion op gitaar toch nog net iets smeriger. En dan hebben we het nog niet eens gehad over het feit dat er terloops nog wat telefoongerinkel te horen is.

In “Tomorrow’s Children” klinkt de zang op zijn beurt alsof hij door een megafoon in plaats van een microfoon is opgenomen. Er is namelijk een soort galm op de zang te horen met het gevolg dat troosteloze stukken tekst als “Look at all the people who live between their walls…” nog net iets troostelozer gaan klinken. Wat meteen een link legt met het vorige album The Spits IV, want waar de groep toen nog met nummers als “Eyesore City” en “Rip Up The Streets” herinneringen aan lelijke, in neonlicht gehulde industriesteden opriep, is hier het grijze bestaan van een kantoorklerk kop-van-Jut.

Dat de meeste nummers minder dan twee minuten duren, doet geen afbreuk aan de kwaliteit omdat de boodschap van The Spits toch altijd even duidelijk naar voren komt. “My Life Sucks” klokt bijvoorbeeld maar net boven de minuut af, maar doordat er zo weinig rond de pot wordt gedraaid, komt het nummer erg krachtig over. Hetzelfde geldt voor “Electric Brain”, waarmee de band duidelijk maakt niet om te kunnen met de talloze elektronische gadgets van ons tijdperk. Ontroerend eerlijke punk dus, en dan maakt het natuurlijk maar weinig uit hoe lang de nummers duren, zeker als ze efficiënt op één plaat geconcentreerd staan, zoals dat bij The Spits altijd het geval is.

Het bewonderenswaardige aan The Spits is dan ook dat de groep met zoveel eenvoud kan blijven schitteren. Het geheim daarbij is de gedrevenheid waarmee het combo Ramones-gewijs eenvoudige, maar krachtige nummers kan blijven schijten, terwijl kleine nuanceverschillen het geheel toch altijd even mooi blijven inkleuren. Een succesformule waarmee het combo het eeuwige vuur nog wel even kan doen blijven oplaaien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vijf =