Paolo Conte :: Gong-Oh

Het Italiaanse poplandschap kent veel zangers, maar slechts weinigen met een randje en dus met het potentieel om doorwinterde muziekliefhebbers aan te spreken. Tot dat kleine groepje rekenen wij echter de vijfenzeventigjarige Paolo Conte, van opleiding een advocaat, maar sinds het begin van de jaren zeventig eveneens een begenadigd zanger, al was het maar omdat de combinatie van zijn liefde voor jazz en zijn ruwe stem hem heel wat eigen charme meegaven met een paar grote hits tot gevolg.

Met Gong-Oh is Conte uiteraard niet aan zijn proefstuk toe. Het plaatje is immers een soort best of, hoewel er een paar van zijn grootste hits ontbreken. Velen kennen Conte namelijk van “Un Gelato Al Limon” en “Max”, het laatste een nummer over een overleden vriend. Dat soort liedjes typeert hem, omdat hij met de combinatie van zijn ruwe vocalen en de door jazz beïnvloede popmuziek een eigen handelsmerk wist uit te bouwen. Ondanks het ontbreken van een paar grote hits op Gong-Oh hoeft u echter niet veel te missen, want met opener “La Musica È Pagana” laat hij het publiek meteen kennis maken met zijn jazzy, haast muzakachtige popmuziek waar hij met zijn korrelige stem inhoud aan geeft. Weliswaar geen hoogstaande jazz dus, maar wel een mompelende Italiaan die erin slaagt om zijn tekortkomingen met een speciaal soort charme perfect tegemoet te komen.

Tot Conte’s charme rekenen wij eveneens het feit dat hij erg traag zingt, met het gevolg dat het voor niet-Italianen vrij gemakkelijk is om zijn teksten te begrijpen. Wie “Un Gelato Al Limon” al een keer gehoord heeft, kiest bij een volgend bezoek aan Italië namelijk instinctief voor een citroenijsje. Op Gong-Oh is het een nummer als “Cosa Sai Di Me?” dat met soort charme gaat lopen doordat Conte op de melancholische tonen van een saxofoon zijn beklag doet over de vrouwen. Helemaal geen slechte muziek om vlak voor het slapen nog eens even op te zetten en dat heeft Conte goed begrepen, want met “Sonne Elefante” haalt hij dat soort charme gewoon nog eens uit zijn binnenzak tevoorschijn.

Niet dat de naar popmuziek omgetoverde jazz altijd even zaligmakend is. In nummers als “Mister Jive” en “Dragon” leert u immers Conte’s grote schaduwzijde kennen, namelijk het feit dat hij net als veel Italianen de Engelse taal niet machtig is, maar er ondanks dat gebrek toch iets mee probeert te doen. Dat leidt tot nummers met hoofdzakelijk Italiaanse teksten en Engelstalige refreinen, niet meteen een toonvoorbeeld van goede smaak. Een heel mooi voorbeeld hiervan is “Via Con Me”, waarin Conte in het refrein heel goed bedoeld “Chips, Chips…” begint te mompelen, maar waarbij hij eigenlijk vooral op de lachspieren van buitenlandse luisteraars werkt, omdat zij in zijn geraaskal maar heel weinig logica zien.

Neen, dan beperkt Conte zich beter tot de Italiaanse taal zoals in het eenvoudige “Un Vecchio Errore”, een nummer waarin hij veel melancholie weet op te wekken met zijn doorwinterde stem en waarin hij zich niet belachelijk maakt door voor de coole klanken van enkele voor hem onbekende, exotische Engelstalige woorden te kiezen. Conte’s foute drang naar popfähigkeit uit zich trouwens eveneens in enkele nummers waarin er op kunstmatige wijze jonge vrouwenstemmen werden bijgesleurd om er moderne popmuziek van te maken. Ook hier geldt de regel dat minder meer is en dat Conte nog het best gewoon zichzelf kan zijn: een eenvoudige Italiaan met weinig grote ambities.

Dat Conte’s bekende schoonheidsfoutjes op Gong-Oh goed vertegenwoordigd zijn, houdt echter het positieve aspect in dat u hem zowel op zijn best als op zijn slechtst leert kennen. En dat is een eindresultaat dat niet eens echt hoeft tegen te vallen, want voor wie vrede kan nemen met het halfbakken totaalpakket kan het na enkele authentieke nummers best wel eens ontspannend zijn een flauwe lach op het gezicht te krijgen wanneer men Conte tussen de lange Italiaanse teksten in met de regelmaat van de klok “To be, to be, to be or not to be…” hoort mompelen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + zeven =