Guided By Voices :: Let’s Go Eat The Factory

Jochei! Een van onze favoriete lofi-bands uit de jaren negentig heeft na zeven jaar nog eens een plaat gemaakt. Meer nog: het is de eerste sinds 1996 in de ‘klassieke’ bezetting van Guided By Voices.

Je hoort de magie die deze line-up van Guided By Voices – verantwoordelijk voor het legendarische Bee Thousand – vroeger al kenmerkte, duidelijk terug. Hun sound rammelt even hard, hun songs lijken nog steeds met haken en ogen aan elkaar te hangen en bovenal voel je dat ze nog steeds meer belang hechten aan samen een plezante tijd beleven dan aan commercieel of wat voor succes dan ook. Vooral de aanwezigheid van multi-instrumentalist Tobin Sprout gaat niet onopgemerkt voorbij: hij leverde de beste songs aan.

Let’s Go Eat The Factory is een archetypische Guided By Voicesplaat: 42 minuten lang en 21 songs. Ze schiet vol energie uit de startblokken met Laundry and Lasers en The Head, twee moddervet klinkende garagerockers. Doughnut for a Snowman vangt aan met een akoestische gitaar en een blokfluit om even later te veranderen in een folky gitaarpopsong. Spiderfighter, een van de zes songs van de hand van Sprout, heeft een hoog stofzuigergehalte. Tot het lied halverwege de luisteraar op het verkeerde been zet en een metamorfose maakt naar een gevoelige pianoballad. Hang Mr. Kite vangt aan met repetitieve strijkers en houdt het midden tussen Bowie’s Ziggy Stardust en de vroege Pink Floyd, maar dan slordiger. In God Loves Us kweelt Pollard: “We are living proof that God loves us.” Een man met zijn merites mag al eens tevreden achterover leunen, toch? Eerste single The Unsinkable Fats Domino is ook het eerste hoogtepunt. Zo zouden The Beatles geklonken hebben moesten ze vijftien jaar later geboren zijn en sex pistols geweest zijn. Who Invented The Sun is een ingetogen lied dat drijft op gitaargetokkel, een geneuzelde zangpartij en een cello in de achtergrond. How I Met My Mother stopt al na een strofe en een refrein. En dat is typerend voor hoe de band te werk gaat: liever aan het volgende lied beginnen dan te zwoegen op het verzinnen van extra strofes.

Waves, ook al uit de koker van Tobin Sprout gesproten, is de beste song op de plaat. Het doet denken aan shoegazers als The Jesus And Mary Chain met een van Peter Hook geleende baslijn. The Things That Never Need is een buitenbeentje. Meer een soundscape dan een echte song. Gedragen door een piano en gesamplede stemmen fungeert het als adempauze tussen al het lofi gitaargeweld. In Either Nelson eist een dissonant klinkende piano de hoofdrol op, geruggensteund door een monotoon roffelende drumpartij. Cyclone Utilities (Remember Your Birthday) is gefundeerd op een moddervette gitaarriff die door het zware metaal van Black Sabbath geïnspireerd lijkt. Old Bones, nog een compositie van Sprout, klinkt behoorlijk far out. Vooral door de esoterische klanken die de multi-instrumentalist uit zijn synthesizer wist te toveren. Go Rolling Home is met vierendertig seconden het kortste nummer. Terwijl Pollard de ziel uit zijn lijf zingt, hoor je in de achtergrond een hond blaffen. Overduidelijk homegrown dus, deze plaat. Het lied loopt naadloos over in The Room Taking Shape, waarin Pollard vocaal wordt bijgestaan door bassist Greg Demos. Afsluiter We Won’t Apologize for the Human Race klokt net voorbij de vier minuten af en is zo het langste nummer op de plaat. En wat ons betreft krijgt het meteen ook de prijs voor de origineelste songtitel.

Let’s Go Eat The Factory is een goede plaat, maar niet de beste die de band al op de wereld los liet. Misschien moeten ze na vijftien jaar terug wat op stoom komen? Ook houden Pollard en co er duidelijk nog steeds niet van nummers tot in de details af te werken. Liever laten ze de diamant ruw en beginnen ze aan het volgende werkstuk. Het tempo waarin Guided By Voices songs produceert heeft dan ook altijd al hoog gelegen en dat is bij hun comeback niet anders. Frontman Robert Pollard bijvoorbeeld bracht in de zeven jaar dat de band ophield te bestaan maar liefst dertien (!) soloplaten uit. Aan dat hoge werktempo is dus weinig veranderd. Zo laat de band in mei alweer een nieuwe plaat op de wereld los en in de tussentijd zou ook Pollard nog een soloalbum op de markt gooien. Het is sterker dan henzelf zeker?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − twee =