Black Pyramid :: II

Meteorcity, 2012

Regelmatige bezoekers van onze site zal het misschien niet
ontgaan zijn dat ondergetekende een uitgesproken appreciatie heeft
voor deze band. De anderen verwijs ik
hier
naartoe voor wat achtergrond, maar eigenlijk is dat niet
nodig. De nummers op ‘II’ zijn sterk genoeg om op eigen benen te
staan, zonder de context van het vroegere werk of de geschiedenis
van de band te kennen. Zelfs iemand met weinig of geen kennis van
metal – of hardrock in het algemeen – kan zonder problemen de songs
op ‘II’ volgen.

Als er immers één ding duidelijk wordt gedurende dit uur, dan is
het dat de drie muzikanten die deze plaat bijeen musiceerden
gerodeerde, ambitieuze en geslepen songschrijvers zijn. ‘II’ is
zoveel meer dan een paar kruiwagens fuzzy powerakkoorden
en enkele scheppen psychedelische gitaarsolo’s. Persoonlijk heb ik
daar niets op tegen, maar dan zou ik niet proberen blanke zieltjes
te winnen voor Black Pyramid.

Stel je voor dat iemand met een smetteloze ziel – wat het
hardere spul betreft – toevallig van een vriend met uitstekende
smaak deze cd ter kennismaking in handen krijgt. Die mens met zal
er ten eerste een hele tijd zoet mee zijn, en er ten tweede zijn
leven lang een goede smaak aan overhouden. Een introductie moet
compleet zijn maar ook zonder ballast, en daar heeft de band
duidelijk naar gestreefd.

‘II’ opent met een duootje dat de rollende riffs aaneenrijgt en
de ene carambole van afgehakte krijgershoofden achter de andere op
de mat legt. ‘Endless Agony’ komt eerst en is nog een tikkeltje
voortvarender dan ‘Mercy’s Bane’, dat dan weer catchier
is. Beide tracks staan in ieder geval bol van de testosteron en
doen mij, brave huisvader, zin krijgen om op een briesend ros te
springen en hordes vijanden over de klink te jagen.

Verwacht je nu niet aan Iced Earth– of
Helloween-achtige “strakke-broeken-powermetal”. Nee, deze band is
meer als High On
Fire
, een hybride van enerzijds het glorieuze
van pure metal, en anderzijds de fuzz en de
groove van Black Sabbath en al hun stonervolgelingen. Een
psychedelische ondertoon is overal aanwezig en komt sporadisch
nadrukkelijk bovendrijven.

Een eerste keer gebeurt dat in ‘Night Queen’, dat voor bijna de
helft instrumentaal is, maar gelukkig voortbouwt op een stevige
riff die dat kan dragen. Op het einde ervan horen we zelfs wat
akoestisch getokkel. Werkelijk jammen doet de band eigenlijk niet,
alles is dynamisch gestructureerd en fijnzinnig gebalanceerd.

Het album bevat twee nummers met epische proporties: ‘Dreams Of
The Dead’ en ‘Into The Dawn’, zij duren respectievelijk twaalf en
vijftien minuten. Dat laatste is ook het slot van het album en
stuurt de luisteraar met een voldaan gevoel terug naar de
realiteit. Het nummer is traag en slepend en heeft een
catchy refrein, tenminste voor zover er gezongen wordt,
want ruim de helft van de speelduur is instrumentaal.

Tijdens die lange passages zonder zang weet de band zich te
profileren als een strakke eenheid, waarbij ieder van de drie
muzikanten een duidelijke bijdrage levert aan de progressie van het
nummer. Als de gitaar een riff aan het uitmelken is, zorgen bas en
drum ervoor dat de boel toch beweegt; speelt de gitaar een solo,
dan geven ze een licht tegendraads tempo aan. Soms zakt het tempo
tot net boven het niveau van feedbackende drones,
en dan zijn de cymbalen je gids naar de eerstvolgende
tempoversnelling die nooit ver weg is. Enfin, ik wil alleen maar
zeggen: de laatste tien (instrumentale) minuten van ‘II’ zijn best
spectaculair en – het meeste ervan – geen nodeloos tijdrekkende jam
maar een spannende trip.

Black Pyramid is een verademing om naar te luisteren, zeker voor
wie in de stroom van al te tekstvaste doombands, al te
stonede sludgebands, en al te occulte retrobands zijn
kompasnaald op hol ziet slaan. De groep durft namelijk even
schaamteloos te headbangen als te trippen, en heeft toch een
herkenbaar geluid. Dat mag je gerust letterlijk nemen: zowel zang
als instrumenten zijn met veel zorg opgenomen en gemixt, en hebben
alle een eigen timbre en klankkleur die tezamen een rijk
caleidoscopisch pallet vormen.

De groep slaagt er ook in om met maar drie personen een soort
glorieuze bombast te genereren, die perfect samen gaat met de
verhalen die bol staan van het strijdgewoel en de kommer die heel
wat van de teksten gestalte geven. Het meest positieve aan dit
album is misschien nog wel dat je het heel vaak kan beluisteren.
Geen enkel nummer, zelfs niet de flukse opener, geeft al zijn
geheimen prijs na één beluistering. Door de variatie aan sferen zal
je allicht ook niet altijd door dezelfde tracks aangezogen
worden.

Een klein kritisch geluid wil ik toch nog laten horen: over het
algemeen vind ik dat het album wat emotionaliteit mist. De muziek
is meeslepend en geloofwaardig, maar bezorgt me slechts af en toe
werkelijk kippenvel. Ook de zang zal er bij sommigen niet zo goed
ingaan; Andy Beresky doet verdienstelijke pogingen tot melodie,
maar is niet altijd even toonvast. In de ruigere gedeelten houdt
hij echter stevig stand middels half gedeclameerde, half gezongen
vocalen.

Conclusie: voor Black Pyramid is dit een stap vooruit ten
opzichte van het debuut, maar niet echt een stap met
zevenmijlslaarzen. De composities zijn wat gedurfder, de zang is
wat gevarieerder en de sfeer wat grimmiger. Anderzijds is het
uiteraard ook zo dat een band die zo sterk startte, natuurlijk
moeilijk nóg een indrukwekkende progressie kan maken.

Aan degenen die al langer overtuigde aanhangers zijn van de
zware riff wil ik nog meegeven dat ze dit album toch best een paar
keer beluisteren, vooraleer ze een oordeel vellen. De anderen wil
ik toch een milde aanbeveling doen om Black Pyramid eens te
proberen. Dit drietal staat immers garant voor spannende muziek,
ook al is dit misschien niet wat je meestal onder die naam
verstaat.

http://www.blackpyramid.net/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + zestien =