Anderskov Accident :: Full Circle

We waren al vertrouwd met het Deense Ilk-label, omdat het werk uitbracht van de geweldige Lotte Anker (bezwerende mantra’s met haar Amerikaanse vrienden Gerald Cleaver en Craig Taborn) en het Han Bennink Trio (Parken), maar eigenlijk was de enige die we van dit sextet kenden de vreemde eend in het gezelschap, drummer Tom Rainey. Die maakt ook nu het mooie weer.

Leider van dit zestal is pianist Jacob Anderskov, die al een stuk of vijftien albums op z’n credo heeft en met Full Circle al het vierde album van Anderskov Accident presenteert. Het regelmatig van bezetting wisselende sextet bestaat naast Rainey en Anderskov, die hier enkel Wurlitzer orgel speelt, momenteel uit Laura Toxvaerd (altsax), Kasper Tranberg (trompet/bugel), Mads Hyhne (trombone) en Nils Bo Davidsen (bas). Samen zorgen ze, gesteund door een geweldige sound, voor een spannende en broeierige plaat die je enkel maar kan doen verzuchten dat je ze ooit zelf aan het werk te zien mag krijgen, want dit is heel erg straf spul.

Het is vooral een band van contrasten, en dan niet zozeer omdat de groep heen en weer schiet van het ene uiterste naar het andere, van wufte kamerjazz naar dissonant gierende freejazz, maar omdat het schijnbare onverenigbaarheden moeiteloos weet om te buigen naar vanzelfsprekende partners. Zo wordt in opener "Pintxos For Varese" uitgepakt met een behoorlijke power, maar kan die niet verhinderen dat het samenspel bij momenten bijzonder fijnzinnig in elkaar steekt. De band werkt met vaste structuurelementen door het gebruik van uitgeschreven thema’s, maar nergens heb je het gevoel dat dit de vrijheid belemmert. Het vuur van het sextet doet nu en dan denken aan Martin Küchens Angles, al gaat het er hier doorgaans iets ingetogener aan toe.

Hoewel, als Toxvaerd en Tranberg samen aan een climax bouwen zoals die van de opener, dan is het ronduit dramatische, woelige muziek. Dat is niet iets dat gedurende het hele album aangehouden wordt. Zowel "Portrait Of The Lullaby As An Upper" als "Yelling In Jelling" zijn gefundeerd op plechtige stukken voor de blazers, al worden ze helemaal anders ingevuld. Het eerste wordt gedomineerd door een zuivere trompetsolo, terwijl het andere nummer het ene moment de gelegenheid biedt aan de bassist om uitgebreid z’n ding te doen, maar dan omslaat naar een driftig beukende bluespartij die vooral doet denken aan Mingus’ meest expressieve composities met volk als Roland Kirk, Byard en Dolphy.

"Three Pieces Of Wood" houdt het energiepeil intact, met de meest rockgerichte sfeer van het album en potig weerwerk van de ritmesectie. Het is in deze compositie dat nog eens benadrukt wordt hoe vaardig de band weet om te gaan met statige passages én groove, met intellect én soul, kracht én finesse. Toxvaerd geeft het volle pond met een klagerige emotionaliteit die aanleunt tegen die van Küchen, de leider doet het met composities die stuk voor stuk opvallen en met robuuste en grillige bijdrages en Rainey, welja, die doet het door eenvoudigweg de show te stelen. Wat hij hier laat horen, en waar hij niet eens de lange solo in "Psychotonalities" voor nodig heeft, is van een imponerende kracht, veelzijdigheid en collegialiteit. Het is een muzikant die het geheel een niveau hoger kan tillen.

Dit sextet heeft eigenlijk alles: sterke thema’s en voldoende uitdaging, individuele hoogstandjes en collectieve begeestering. Dit is broeierige en meeslepende freejazz van een soms intimiderend hoog niveau en absoluut een must voor wie houdt van een uitdaging. En nu maar hopen dat we dit gezelschap eens op een van onze podia te zien krijgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − vier =