Fred Hersch :: Alone at the Vanguard

Palmetto Records, 2011

Daar zit hij dan, als een kleine, fragiele man achter zijn
reusachtige vleugelpiano. Niet echt strak in het pak, een eenvoudig
hemd volstaat. Kledij is voor hem louter functioneel en geen middel
tot status en vertoon. Zelfs weelderige bewegingen tijdens het
pianospelen zijn niet aan de orde. Voor sommigen mag dat saai
klinken, maar voor ons is Fred Hersch een
wonderlijke oase van sereniteit tussen al dat ander pianogeweld.
Ingetogen expressies en beredeneerde kalmte. In tegenstelling tot
zijn pupil, Brad
Mehldau
, doet hij geen beroep op een volledig orkest om zijn
boodschap over te brengen. Noch is hij de persoon die jazz met
andere stijlen poogt de combineren, in de hoop iets nieuws te
ontdekken. Fred Hersch is een eenvoudige man, maar dan wel een man
die aardig wat piano kan spelen.

Als Hersch dan een solo-album uitbrengt dat de titel ‘Alone at
the Vanguard’ draagt, overvalt ons toch een gevoel van verstilling.
Zou dit dan het album zijn die de mens Hersch, al decennia lang
actief in de jazzwereld, tot in de kleinste details kan registreren
en bevatten? Zou dit dan de bekroning van een geweldige carrière
zijn, maar tegelijk een toegangspoort voor allen die het willen
ontdekken? Na veelvuldig luisteren, kunnen wij dat allemaal
volmondig beamen.

Zoals het bij alle mooie verhalen gaat, berust het ontstaan van
‘Alone at the Vanguard’ op een toeval. Fred Hersch was geboekt om
zes dagen op rij op te treden in de intieme kelder van de bekende
New Yorkse club ‘Village Vanguard’. Met het verloop van de dagen,
bleek de pianist naar zijn beste vorm toe te groeien. Hierdoor
ontstond het idee om een selectie te maken van de beste
muziekmomenten uit die zesdaagse. Uiteindelijk besloot Hersch
echter het knip-en-plakwerk te laten voor wat het was, en de
laatste (en volgens sommigen de beste) sessie integraal op een cd
te persen. ‘Alone at the Vanguard’ is dus één en hetzelfde geheel,
een minutieuze registratie van de laatste avond – en daar is
niemand rouwig om.

Een gevaar dat bij een livealbum soms om de hoek loert, is dat
het resultaat op cd nooit de intensiteit tijdens het moment van
totstandkoming kan evenaren. Bij ‘Alone at the Vanguard’ hoeft die
bedenking niet gemaakt te worden. De composities worden stuk voor
stuk over de zeven minuten getild, zonder ook maar een seconde
repetitief of voorspelbaar aan te voelen. Hoewel de luisteraar
altijd een gevoel van richting heeft, gebruikt Hersch dat gevoel
van natuurlijk vertrouwen om steeds nieuwe overgangen te maken en
daarbij andere elementen in te voegen. Omdat niets bruusk of plots
gebeurt, maar gestaag naar binnen sijpelt, is ‘Alone at the
Vanguard’ een album dat geleidelijk tot de kern doordringt en de
luisteraar sprakeloos achterlaat.

Hersch heeft door jarenlange ervaring geleerd om de kunst (en
combinatie) van ritme, melodie en dynamiek tot in de kleinste
puntjes te doorgronden. Het resultaat liegt er dan ook niet om:
vanaf de eerste dauwdruppeltjes ? in ‘In The Wee Small Hours of the
Morning’ maakt u al kennis met zijn vloeiende stroom van muzikale
gedachten. Een opening die ontroering en openhartigheid ontlokt.
Zelfs wanneer Hersch kiest voor een iets vrolijkere noot, zoals bij
‘Down Home’, herken je nog steeds zijn stempel op het geheel. Een
verfijnd gevoel voor ritme, waarin een complex kluwen van noten en
motiefjes tot vloeiende structuur verworden.

Dat gevoel keert eveneens terug bij het meanderende ‘Echoes’.
Hersch brengt ditmaal een gevoel van onzekerheid naar boven, dat
levendig in de kleine en snelle intervallen wordt uitgewerkt.
‘Alone at the Vanguard’ is gecreëerd in een minimale setting en
toch is het muziek waar onvermijdelijk ook beelden bij horen, in de
vorm van dromen, gedachten en herinneringen. Hersch’ muziekspel
laat de minuten argeloos voorbijvliegen, om dan uiteindelijk met
een krachtig eindpunt tot de werkelijkheid terug te keren.

Voorts zijn wij hevig uit ons lood geslagen door een klassieke
schoonheid als ‘Pastorale’, een compositie waarin hij het
herderlijke genre tot een nieuw hoogtepunt verheft. In eerste noten
die door Hersch geplant worden, voel je als luisteraar al de kiemen
van een geheel dat boven het gewoonlijke uitstijgt. Hersch
illustreert zijn kunde met indrukwekkende overgangen en talrijke
reminiscenties naar een ontwapenend motief. Zeven minuten later
vervolledigt hij de cirkel geheel in zijn eigen stijl. Het is de
sobere behendigheid waarmee dat alles gebeurt, dat ons laaiend
enthousiast maakt.

Na het diep doordringende ‘Pastorale’, gaat Hersch verder met
het lichtvoetige ‘Doce de Coco’, dat met zijn pittig en fleurig
tempo een andere richting uitgaat. Geen enkele compositie voelt
overbodig of herhalend aan. ‘If I Would Ever Leave You’ doet de
toetsen van de piano zachtjes tintelen. Kracht en finesse
overheersen bij ‘Work’, oorspronkelijk van Thelonious Monk, maar in
dit geval uitgevoerd alsof het een eigen compositie betreft. De man
ademt muziekgeschiedenis.

‘Alone at the Vanguard’ is een album waar veel aan te koesteren
valt. Het mag dan misschien wel niet als gewaagd of vernieuwend
aanvoelen, toch is het album dat subtiel de gemoedstoestand weet te
veranderen en het hart doet oplichten. Fred Hersch is de meester
van subtiliteit.

http://www.fredhersch.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 5 =