Matana Roberts :: Coin Coin Chapter One :: Gens de couleurs libres

Constellation, 2011

Het gebeurt niet zo vaak dat we diep onder indruk zijn van een
album en dat dan nog eens van de daken willen schreeuwen. Het
gebeurt nochtans geregeld dat we iets met een hoge score belonen,
omdat het prikkelt en misschien wel een lange tijd bijblijft. Maar
zoiets betekent niet dat we steeds lovend zijn, extatisch worden,
een vreugdedans inzetten en daarbij zonder aarzelen roepen: dit is
het beste van het jaar! Waarom? Omdat voor zo’n uitbundige
vreugdekreet te laten plaatsvinden er iets aanwezig moet zijn dat
niet altijd te duiden valt, niet onder woorden te brengen is, maar
wel onze mening van ‘uitstekend’ naar ‘subliem’ doet
overhellen.

Ergens zouden we graag iedereen in onze kring stevig vastgrijpen
en duidelijk maken hoe grensverleggend ‘Coin Coin Chapter One: Gens
de couleurs libres’ van Matana Roberts wel is. Alleen willen we nog
even – heel even – de kalmte bewaren, één voor één onze argumenten
opbouwen en poneren om uiteindelijk met een overtuigende (hopelijk
collectieve) kreet af te sluiten.

Eerlijk gezegd hadden we niet verwacht dat Constellation Records
na de krachttoer van Colin Stetson met
iets even indrukwekkend op de proppen zou komen. Twee meesterwerken
op één jaar, en dan nog bij hetzelfde label (ze zijn in ieder geval
goed bezig)? Dat doet even schrikken, maar bij de eerste
beluistering van ‘Coin Coin’ verzinkt die aanvankelijke bedenking
plots in het niets. Matana Roberts is jarenlang onder de radar
gebleven, met kleinschalige releases, veel zijprojecten en een hoop
collaboraties – o.a. met Thee Silver Mt. Zion Memorial Orchestra,
Godspeed You!
Black Emperor
, Burnt Sugar en TV on the Radio. Dat
lijstje doet misschien al kriebelen van genot, al willen wij nu
vooral de aandacht op ‘Coin Coin’ vestigen.

Al vanaf die eerste onbesuisde saxofoonklank bij ‘Rise’, groeit
het besef dat we terecht zijn gekomen in een volstrekt andere
wereld, vormgegeven door het unieke leven en denken van Matana
Roberts. Die eerste toon mag dan wel een massieve en verpletterende
indruk geven, het is allesbehalve representatief voor een album dat
de klemtoon voornamelijk op subtiliteit in geluid en tekst legt (al
gaat het er soms wel stevig aan toe). Roberts heeft haar
kroonjuweel jaren lang laten rijpen vooraleer ze het aan het
publiek heeft voorgesteld. En dat gegeven is voelbaar aanwezig in
de verschillende segmenten van haar composities.

Een gemiddelde muzikant zien we bijvoorbeeld niet uitpakken met
‘I Am’, een 10 minuten durend muzikaal verhaal dat diep in de
persoonlijkheid en herinneringen van Roberts snijdt en bovenal geen
bittere en verdrietige thema’s uit de weg gaat. Aanvankelijk wordt
dat op muzikale wijze voorgesteld met een lange spanningsboog:
momenten van driftig duelleren en complete waanzin monden uit in
ontwapende maar confronterende schoonheid. Roberts waagt zich in de
laatste minuten ook aan spoken word, op de
stormachtige golven van haar orkest, waar ze feiten met fictie
vermengt en de luisteraar met een intense ontroering overvalt.

De spanningsboog die we in heel wat composities terugvinden is
misschien wel het meest significante, alsook indrukwekkendste
kenmerk van ‘Coin Coin’. Roberts verweeft als saxofoniste en
tekstschrijver elementen van traditionele volkscultuur
(spirituals, lullaby’s en blues) met een
buitengewoon vermogen om grenzen te verleggen en het experiment te
omarmen. Van op afstand bekeken ligt de instap misschien redelijk
hoog, maar ergens geraak je erin meegesleurd zonder de vele
weerhaken onmiddellijk te voelen. Nochtans drijft Roberts het
geheel ver van jazz en blues weg: de eerste seconden van ‘Pov Piti’
mogen dan wel zacht en ingetogen van start gaan, al snel neemt haar
psychotisch stemgedrag de bovenhand. Ze schreeuwt onafgebroken op
een manier die als bruut maar oprecht overkomt om dan vervolgens de
rust te laten wederkeren met behulp van haar saxofoon. De wijze
waarop ze met een volstrekt eigen geluid laveert tussen chaos en
vertrouwdheid, doet heimelijk terugdenken aan de groten der
jazz.

Roberts keert niettemin alle conventies van het genre om en
bouwt een volledig ander weefsel op waaruit een nieuw geluid uit
ontspruit. De swingende riedel van ‘Song for Eulalie’ mag dan wel
even vertrouwd klinken, de wijze waarop ze het geheel in een gevoel
van dreigement laat verzinken is indrukwekkend. Vooral de plotse
uitbarstingen hebben een wervelend effect en doen geregeld
aangrijpen. De volle saxofoonklanken, uit de onderbuik van Roberts,
zijn een trademark waar ze veelvuldig mee uitpakt.

Graag willen we ook nog even stilstaan bij ‘Libation for Mr.
Brown: Bid Em In…’, dat op het eerste gezicht niet meer lijkt dan
klassieke spiritual. Niettemin kleeft er een laagje
geschiedenis aan, dat zowel de wortels van de Afro-Amerikaanse
geschiedenis blootlegt als de contemporaine wereld een spiegel
voorhoudt. Op muzikaal vlak zien we een compositie die vanuit pure
eenvoud opbouwt naar een swingend slot – en nogmaals haar gevoel
voor opbouw en geduld in de verf zet.

‘Coin Coin Chapter One: Gens de couleurs libres’ is meer dan een
album. Het is het dagboek van een bijzonder getalenteerde
saxoniste, een deeltje uit de Afro-Amerikaanse geschiedenis, een
synthese tussen traditie en avant-garde en nog het meest van al een
meesterwerk in wording. Het is muziekgeschiedenis beschrijven en
tegelijk schrijven. Jawadde, Matana.

http://www.matanaroberts.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vier =