Florence + The Machine :: Ceremonials

Island, 2011

De tijd dat roodharigen als demonen vervolgd werden
of tijdens de speeltijd met hun hoofd in de toiletpot belandden is
lang voorbij. Jessica Rabbit heeft daar zeker en vast een
emancipatorische rol in gespeeld, maar toch was het pas in 2008 dat
koper het nieuwe blond werd. Mad Men‘s Joan Holloway
stak de oceaan over, Jessica Hamby maakte haar intrede in True Blood én Florence
Welch wierp zich in de spotlight met het radiohitje ‘Kiss with a
Fist’. Deze drie dames groeiden in vijf jaar tijd uit tot
respectievelijk dé kantoorstoot, vampire vamp en muzikale banshee
van de 21ste eeuw, maar laten we bij dezen even op laatstgenoemde
focussen. Haar debuutsingle leek aanvankelijk een eendagsvlieg te
broeden, maar met die argwaan werd al snel komaf gemaakt dankzij
het debuutalbum ‘Lungs‘ – een
ijzersterke staalkaart van Welch’s schijnbaar grenzeloze
capaciteiten, een eclectische collectie songs die tijdens een drie
jaar durende tour live steeds krachtiger en duisterder ten tonele
verschenen.

Het is dan ook geen wonder dat ‘Ceremonials’ –
geschreven tussen het optreden door – de bombaste theatraliteit van
het gerijpte materiaal opslorpte en verder liet woekeren. Bij de
laatste festivalpassages hoorde je al ‘Strangeness & Charm’,
dat waarschijnlijk omwille van de gelijkenis met ‘Heavy in Your
Arms’ en ‘Rabbit Heart’ tot de bonustracks verbannen werd, maar de
perfecte balans tussen de duisternis en het sprookjesachtige van
beide nummers ontdekt. Bij een eerste luisterbeurt dreigt het album
logger dan de voorganger aan te voelen, maar zo’n intens werkstuk
laten wij graag eerst even chambreren alvorens erover in de pen te
kruipen. Ondertussen vloeit het nieuwe materiaal al even door de
aderen en zullen we er maar geen doekjes om winden: ‘Ceremonials’
is niet zomaar een verlengstuk van de live-versies van eerder
materiaal, maar de ultieme bevestiging van Florences grandeur.

Met deze plaat wil Welch definitief haar eigen
wereld opbouwen. Over een feeërieke achtergrondriedel hoor je als
eerste lijn “And I had a dream”; en wel één waarvan je een uur lang
de diepste krochten en verborgen hoekjes kan ontdekken. De opener
‘Only If for a Night’ is onmiddellijk en onmiskenbaar Florence +
The Machine, maar met extra zware percussie en heviger uitgespeelde
backings beladen – twee elementen die als een muzikale rode draad
doorheen de plaat lopen. Wat meteen opvalt, is dat het gros van de
hedendaagse artiesten zo’n bombaste song als afsluiter op een plaat
zouden programmeren, terwijl ‘Ceremonials’ hem als aftrap gebruikt.
Om ‘Ceremonials’ te kunnen verteren is zin voor grandeur
broodnodig: dit is het evangelie volgens Welch, die zich van
zoetgevooisde engel tot goddelijke entiteit ontpopt.

Niet toevallig zoekt deze plaat overheersend de
inspiratie in religieuze oorden. Je kan ze best als een moderne
hoogmis opvatten, met de energieke moraliserende eerste lezing
‘Shake It Out’ (“It’s hard to dance with a devil on your back”),
‘Spectrum’ om feestelijk de communie te vieren en het magistrale
‘Seven Devils’ als bezwerende preek. Laatstgenoemde pikt de draad
op waar ‘Blinding’ hem op ‘Lungs’ liet liggen – een obscure hymne
die vanuit de onderbuik opborrelt en blijft aanzwellen zonder ooit
echt tot een explosie te komen, waardoor hij na de laatste noot nog
enkele uren blijft rondtollen in je maag. Waar Shara Worden met haar
derde langspeler dit jaar kamermuziek interessant wist te maken,
blaast Welch op haar tweedeling het gospelgenre nieuw leven in.
Alle naysayers kunnen zich laten overtuigen door het grandioze
‘Leave My Body’, dat op zijn uppie de klerikale crisis in het
westen zou kunnen oplossen.

Welch heeft haar eigen muzikale tekentaal
geschreven, maar blijft openstaan voor externe invloeden. ‘Remain
Nameless’ gaat daarin het verst door met zware, uitgebeende
electronica te experimenteren, maar ook elders hoor je externe
toetsen. ‘Never Let Me Go’ zoekt de mosterd bij dramatische
eighties pop à la Jennifer Rush, het refrein van ‘Breaking Down’
had gerust aan het brein van Air kunnen
ontspruiten en ‘Lover to Lover’ – zonder twijfel het meest
vreugdevolle nummer van de plaat – neemt gospel als vertrekpunt,
maar gaat een kruisbestuiving aan met de pianocapriolen van Elton
John en de olijke soul van de vroege Motownklassiekers. Deze
zijstapjes zijn minder memorabel dan de sonore draaikolken die
rondom hen razen, maar vormen niettemin aangename tussendoortjes
die een indigestie weren.

Nadat je na de eerste overdondering weer overeind
bent gekropen, kan je niet anders dan de genialiteit van
‘Ceremonials’ erkennen. Sommige nummers verdienen nu al een plaats
in het muzikale canon. Neem nu de nieuwe single ‘No Light, No
Light’, die een superieur gevoel voor opbouw tentoonspreidt en dat
bekroont met een joekel van een refrein – wat een eer om als man op
deze manier ook eens de geneugten van het meervoudige orgasme te
mogen ervaren. Of “What the Water Gave Me”, een epische tour de
force
die frivole harp, ronkende gitaren en doemdrums een
triumviraat laat aangaan. Laten we aan een eindconclusie niet te
veel woorden vuilmaken: ‘Ceremonials’ is all killer, no filler. Een
fikse spanking als je hem tegen eind van het jaar niet door je
gehoorgangen hebt laten razen!

http://florenceandthemachine.net/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 11 =