Sigur Rós :: INNI

“We won’t be the same, we’re heading in a new direction. The music you hear in that film will never be recreated”, liet Sigur Rós-bassist Georg Hólm onlangs optekenen in The Guardian over de liveplaat en -film INNI. Jammer dan dat het geen definitief statement werd, maar gewoon ‘een’ liveplaat: niet essentieel, maar voor de liefhebbers.

Even getwijfeld: bespreken we INNI als cd of als dvd? Na een keer te hebben gekeken, was het geen vraag meer: de film van Vincent Morisset is zo goed als verwaarloosbaar. Niet meer dan de hem zo kenmerkende grofkorrelig zwart-wit geschoten concertfragmenten — niet eens een volledig concert — doorspekt met wat nietszeggende fragmenten interviewmateriaal. Niet verhelderend, en als liveopnames biedt het weinig meerwaarde.

Conclusie? INNI is vooral een liveplaat, en helaas niet zo’n hele goeie, zullen we onze voet maar meteen midden in het bord der vreugdevolle verwachtingen planten. Dat is jammer, want Sigur Rós live is op zijn best een levensveranderende gebeurtenis. We herinneren ons passages op Werchter, waar “Svefn-G-Englar” in 2002 de wereld even deed stilstaan, en “Popplagið” in dezelfde Pyramid Marquee in 2006, dat zo intens was dat het pijn deed.

Het helpt natuurlijk niet dat Sigur Rós niet aan zijn beste tour bezig was in het najaar van 2008. Dat vast strijkerskwartet Amiina ontbrak, gaf de groep een rauwer randje; dat was goed. Maar met Með suð I eyrum við spilum endalaust had de groep ook een album op zak dat al eens op handjeklap op zijn Coldplays durfde mikken; de spanning en de beklemming waar de groep eerder voor stond, was grotendeels verdwenen.

Het klinkt dan ook allemaal verschrikkelijk mooi zonder het tikkeltje meer dat de groep in zijn eerste fase zo verschrikkelijk bijzonder maakte. “E-Bow” is niet langer van een hartverscheurende tristesse, het is wat het is; een mooie melodie. Ook de drums in “Saeglópur” lijken niet half zo hard te hameren als ze ooit deden. En zelfs in deze context valt het materiaal van die laatste plaat (we geven het toe, we zijn destijds te lief geweest) genadeloos door de mand.

Zo probeert “Við spilum endalaust” met een atmosferische intro nog wel aansluiting te vinden bij de rest, maar wanneer die dreunende basdreun naar een handjesdraaien moment op zijn Coldplays opbouwt, is die ballon al lang doorprikt. Hetzelfde gaat op voor “Inní mér syngur vitleysingur”, nog zo’n moment waarop Sigur Rós bijna op kleuterniveau gaat werken. Het stotterende pianomomentje halverwege is van een flauwigheid die we van deze groep nooit hadden verwacht.

Neen, dan liever de manier waarop “Glósóli” je nog steeds gaandeweg bij je nekvel pakt, en ergens een paar sferen hoger weer loslaat, of hoe “Hoppípolla” de grenzen van de euforie maar blijft opzoeken. En natuurlijk blijft het hier maar liefst vijftien minuten durende “Popplagið” het culminatiepunt dat alles ijzingwekkende dieptes intrekt; het heeft niet dezelfde impact als in het echt, maar het blijft een stuk straffer nog dan de plaatversie van ().

En toch is het niet genoeg. Als geheel maakt INNI een weinig overtuigende indruk; te flets, te veel hangend tussen plaat en live-beleving zonder een van beiden te zijn. Nochtans is het “the definitive Sigur Rós live experience”, verkoopt de groep u. Geloof hen niet. Dit is degelijk voer voor de fans, maar voor hen alleen.

Op 18 en 19 november wordt INNI vertoond in KC België in Hasselt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + 14 =