John Escreet :: Exception To The Rule

In de drie jaar sinds zijn debuutalbum Consequences ontpopte pianist John Escreet zich tot een van de meest onvermoeibare muzikanten van de New Yorkse jazzscene. Met z’n recentste plaat, Exception To The Rule, na The Age We Live In ook alweer z’n tweede van 2011, bewijst hij andermaal een mooie positie voor zichzelf gevonden te hebben.

De 27-jarige Engelsman is ook een goed voorbeeld van de D.I.Y.-geest en ondernemende aanpak die de jonge garde van The Big Apple aan de dag legt. Vaak nog maar vers afgestudeerd, gaan de jongeren actief op zoek naar nieuwe concertruimtes, starten ze zelf initiatieven en labels op en gaan ze de meest uiteenlopende samenwerkingen aan. Het leidt ongetwijfeld tot een felle concurrentiestrijd, maar tevens tot een omgeving die bruist van de mogelijkheden. Escreet zelf hield er in de vorige jaren al verschillende bands op na, waarbij vooral opvalt dat hij zich steeds laat omringen door toonaangevende drummers zoals Marcus Gilmore, Nasheet Waits en Tyshawn Sorey.

Met die laatste speelde hij voorbije zomer tijdens het North Sea Jazz Festival wat ongetwijfeld het meest eigenzinnige concert van het festival moet geweest zijn: een radicale avant-garde performance die in de verste verte geen verwantschap had met de wereld van de jazz. Op Exception To The Rule gaat het er heel anders aan toe. Het gebruik van elektronica en de eclectische kruisbestuiving waarbij moderne jazz en inventief spel met ritmes worden opgesmukt met elementen uit de avant-garde en klassieke muziek, is door en door hedendaags. Naar goede gewoonte laat hij zich ook weer bijstaan door saxofonist/mentor David Binney.

Het album is een ambitieuze cocktail en een mooi voorbeeld van Escreets zwak voor een wisselwerking tussen doorgedreven compositie en vrije improvisatie. Zijn stukken bevatten vaak halsbrekende passages, iets wat hem vooral door de blazers niet altijd in dank wordt afgenomen, waarbij ritmes onderuitgehaald worden en het formele aspect sterk benadrukt wordt, met verschuivende maatsoorten en harmonische uitdagingen. Escreet, die zelf bekeerd werd tot de experimentele jazz na het ontdekken van Andrew Hill en Cecil Taylor, lijkt ergens een stijl tussen die twee te ambiëren, soms neigend naar het atonale domein van Taylor, maar zich toch steeds aangetrokken voelend tot een minder chaotische, maar daarom niet minder complexe klankwereld.

Het titelnummer dat het album opent, geeft meteen een indicatie van waar de pianist naartoe wil, met een lange drumsolo van Waits, die lijkt te suggereren dat in alle stilte gewerkt zal worden aan een ingetogen stukje jazz. Tot de herhalende patronen van Escreet opduiken, een dansbaar ritme op gang getrokken wordt door Waits en bassist Eivind Opsvik en Binney uitpakken met een melodie die even speels als complex is: catchy als het eenvoudigste kinderlied, maar volgestouwd met abrupte riedels die een foutloze precisie vereisen. Escreet neemt schijnbaar even plaats op de achterbank, maar hij is een pianist die altijd boeiende dingen doet, wisselend tussen repetitieve stoten en prikkelend reagerend op het spel van de saxofonist.

Een album vol van dit soort werk zou wel eens kunnen leiden tot het soort indigestie dat je ook te beurt kan vallen bij werk van Steve Lehman (even indrukwekkend als enerverend als je er niet voor in de stemming bent), maar dat is duidelijk niet de bedoeling. Het album lijkt opgevat als een dynamische suite, waarbij kortere, abstractere stukken (“Redeye”, “They Can See” en de soundscape “Restlessness”) afgewisseld worden met zorgvuldig uitgewerkte composities. Hoogtepunten zijn daarbij “Escape Hatch”, een nerveuze uitdaging voor Escreet en Binney, en het met repetitieve elementen volgestouwde “The Water Is Tasting Worse”, waarmee Escreet lijkt te testen hoe ver hij de formele obsessies kan uitbuiten zonder te vervallen in bombastisch maniërisme. Het uit debuutalbum Consequences geplukte “Wayne’s World” zorgt dan weer voor een iets conventionelere finish.

Kortom: dit op het Nederlandse Criss Cross uitgebrachte album is een stuk experimenteler dan wat het label doorgaans in de aanbieding heeft, maar het blijft hangen in een tussenvorm die het beste van twee werelden lijkt te combineren. Het integreren van elektronica is misschien niet altijd even geslaagd (“Electrotherapy” is wat makkelijke ambient en “Redye” lijdt onder de synthetische geluiden), maar het zorgt wel voor voldoende afwisseling in een album dat anders moeite zou hebben om een vol uur de aandacht vast te houden. Het is alleszins een prima werkstuk geworden van een artiest die tot een boeiende carrière voorbestemd lijkt.

Escreet speelt op 24 november een soloconcert in de Hnita Club (Heist-op-den-Berg).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − 4 =