Steven Wilson :: Grace For Drowning

Steven Wilson is niet te stoppen. Het creatieve genie achter Porcupine Tree releaste dit jaar zijn derde album met Blackfield, zat in de studio met Opeth en blikte zijn eerste samenwerkingsalbum in met Mikael Akerfeldt. Het beste moet echter nog komen, want met Grace For Drowning heeft Wilson het progalbum van 2011 op zak.

Als kind kreeg Wilson alle progrockklassiekers met de paplepel ingegoten: geen wonder dat de zanger/gitarist/pianist/producer Pink Floyd, King Crimson, Genesis en consorten uitademt. Het zou echter te kort door de bocht zijn om Wilsons eclectische smaak samen te vatten met enkele progrocknamen. De Londense duizendpoot haalde in interviews de postpunk van Joy Division en The Cure, de ambient van Brian Eno, de filmmuziek van Ennio Morricone, Radiohead en zelfs Merzbow meermaals aan als belangrijke invloeden. En daarmee is zijn muzikale lijstje nog niet rond.

In zijn rijkelijk gevulde, bijna dertigjarige carrière, waarvan een gemiddeld muzikant zal gaan duizelen, liet Wilson geen enkel genre onbenut. In Porcupine Tree, Bass Communion, No-Man, Blackfield, Incredible Expanding Mindfuck (IEM) en Storm Corrosion deed Wilson mooie dingen met progrock, metal, noise, pop, triphop en psychedelische rock. En Wilsons cv oogt nóg indrukwekkender als je denkt aan zijn vruchtbare samenwerkingen met Anathema, Opeth, Marillion, Orphaned Land, Klaus Schulze en King Crimons Robert Fripp. Toch zal elke progrockminnende muziekliefhebber beamen dat Wilson vooral hoge oren gooide én commercieel scoorde met progmetalreus Porcupine Tree.

En neen, het is niet dat we elke scheet van Wilson geniaal vinden. Porcupine Tree’s laatste album The Incident (2009) kon niet over de volle lijn overtuigen en ook Blackfields derde was geen hoogvlieger. Wilsons eerste soloplaat (Insurgentes) was wel meteen een schot in de roos: psychedelisch, sfeervol en verrassend mooi tegelijk. Minder zeemzoet en poppy dan Black Field en minder technisch en metalgericht dan de twee laatste Porcupine Treeplaten. Het een uur en twintig minuten durende Grace For Drowning ademt volgens de perstekst de creatieve, open geest van de late jaren zestig en begin jaren zeventig uit. Goddeau op slag benieuwd.

Grace For Drowning is niet zoals Opeths Heritage een bijna pure historische trip geworden naar de progressieve (hard)rock van de seventies. Het album klinkt als een muzikale reis doorheen vier decennia. We horen jazzfusion (“No Part Of Me”), zweverige Porcupine Treerock (“Deform To Form A Star”), stevige industrialstukken (“Raider II”), sentimentele triphop (“Index”), klassieke filmmuziek (“Raider Prelude” en “Belle Du Jour”), psychedelische rock (“Track One”), symfonische schoonheid (“Postcard”) en bij momenten pure Pink Floyd (“Like Dust I Have Cleared From The Eye”). Noem maar op. Het album is allerminst knip- en plakwerk van verschillende ideetjes en oude stijlen; de melancholische sound is een constante en maakt van Grace For Drowning een verrassend consistente plaat.

Stuk voor stuk horen we indrukwekkende nummers, dankzij al even indrukwekkende gastmuzikanten. Ondermeer ex-King Crimsonbassisten Tony Levin en Trey Gunn doen mee. Saxofonist/dwarsfluitist Theo Travis schittert in “Postcard”, “Remainder The Black Dog”, “Sectarian” en “No Part Of Me”. Ex-Genesisgitarist Steve Hackett (alstublieft!) jamt en soloot er op los in “No Part Of Me”, “Remainder The Black Dog” en “Raider II”; vooral het laatste nummer klinkt als een eenentwintigste-eeuwse versie van King Crimson. Dan zijn er nog Dream Theaters pianovirtuoos Jordan Rudess, die letterlijk een schitterende hoofdrol speelt in “Sectarian”, en, hou u vast, de topstrijkers van het London Session Orchestra (vooral “Postcard” verdient een uitroepteken).

De allerbeste nummers op Grace For Drowning bewijzen dat Wilson naast een geniale muzikant ook een grootse progcomponist is. In “Deform To Form A Star” klinkt elk instrument adembenemend mooi, of het nu de mellotron, de piano, de dwarsfluit, de gitaarsolo of de lalala-gezangen is. Een Porcupine Treeachtig nummer dat we lang niet meer gehoord hebben. “Belle De Jour” klinkt dan weer als een haast tragische soundtrack bij een schietpartij in een fiftiesfilm, bij voorkeur in de gietende regen, want opnieuw vallen honderden muzieknoten als regendruppels uit de lucht. Het krachtigste muzikale contrast van het album is te horen in “Track One”. De voortdurende afwisseling tussen Syd Barrettesque euforie en geweldige noise-uitbarstingen neemt haast manische proporties aan.

Grace For Drowning is de voorlopige kroon op Wilsons nu al indrukwekkende carrière. Of dit nieuw productiehoogstandje zijn magnum opus is, zal de toekomst uitwijzen. Wij zijn er wel zeker van dat er nog meesterwerken zullen volgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × twee =