Porcupine Tree :: The Incident

O ironie. Steven Wilson zingt ”Time flies”, ergens op de eerste cd van The Incident, en net het eerste deel van Porcupine Tree’s tiende album was het langste uur ooit uit de loopbaan van deze recensent. Gelukkig zorgt cd twee ervoor dat The Incident (net) geen groot ongeluk geworden is.

.

Aan gekke professor Steven Wilson was de afgelopen jaren alvast geen ontsnappen. Hij legde niet alleen met Porcupine Tree een grote productiviteit aan de dag en toerde meermaals doorheen Europa en de VS, maar hield zich ook vlijtig bezig met hobbyprojecten No-Man, Blackfield en Bass Communion, zwevend tussen poppy rock en zware drones. Daarbovenop bracht hij dit jaar zijn eerste — ongemeen prachtige — solo-album Insurgentes uit.

Intro “Occam’s Razor” is de stevige klets in het aangezicht die nodig is om gedurende The Incident bij de pinken te blijven, want het geheel is maar een saaie muziekles. De eerste cd is een aaneenschakeling van stijlbreuken, opgevuld met slaapverwekkende intermezzo’s. Waar is die pisnijdige kracht van Fear Of A Blank Planet? Deze keer geen thrilleralbum maar een langdradig muzikaal drama met een zwak scenario. Op “The Blind House” doet Wilson nochtans zijn best, wild rockend in zijn huisstijl. Zo ook op “Time Flies”, het zwaartepunt van het eerste deel, dat één grote ode aan Pink Floyd’s Animals is en ons alvast wakker houdt. Toch wordt hier te veel voortgeborduurd op één van Steven Wilsons grootste muzikale voorbeelden. Tot zover de spannendste scènes.

Ook in “Octane Twisted” en “Drawing The Line” wordt de gaspedaal ingeduwd, maar dat gebeurt in het eerste geval geforceerd en in het refrein van het tweede onnodig catchy en zelfs op het randje van het irritante. Het water ging eventjes borrelen, maar de patatten zijn nog gaar. De eerste plat van Wilson dreigt een klein Brits ongeluk te worden. Masterchef it ain’t.

Tijdens het titelnummer gooit Wilson het muzikaal gezien weer over een andere boeg. Menig Trent Reznor-adept zou hem willen straffen voor diefstal, en de Porcupine Tree-fan had wellicht meer genialiteit verwacht van het combo Wilson, Barbieri, Edwin en Harrison. Ook wij zaten na de bruuske overgang van industriële beat naar gitaarrock met de handen in het haar. De laatste restjes van Part One blijven ook liggen: het zagerige “The Seance” of “Circle Of Mains”, dat verzuipt in zijn woestheid. “I Drive The Hearse” is dan weer één grote melancholische zucht.

Wie na de pauze het tweede deel van The Incident goed volgt, beseft meteen dat het naar meer smaakt. “Flicker” zoemt weg op pianotonen en Wilsons “Barely a flicker of light…” klinkt heerlijk onverschillig, alsof hij zelf weet dat het nummer alle voorgaande akkefietjes doet vergeten. Door Barbieri’s soundscapes, Gavins elegante drumspel, Edwins atmosferische baslijnen en Wilsons gitaarlagen lijkt het spacy Porcupine Tree, perfect te genieten op live-album Coma Divine, voor twintig minuten teruggeflitst. “Black Dahlia” is een beetje het kleine broertje van “Flicker”: sloom, broos en licht psychedelisch voortbewegend. Het wilde “Bonnie The Cat” voldoet, ondanks het straffe drumritme, niet aan de verwachtingen. De metalen Tree is altijd welkom, maar niet op deze manier.

Op tekstueel vlak is het vuur er ook uit. Dat de maatschappijkritiek van Fear Of A Blank Planet verdwenen is, kan de fan worst wezen, maar de persoonlijke teksten, ervaringen en — kuch — “incidenten”, bevinden zich bij momenten op de grens van persoonlijke aanstellerij. Op de 20 minuten durende beproeving “Flicker” na heeft The Incident meer weg van een milde cocktail met een wrange nasmaak en rare textuur. Het had weinig gescheeld of Steven Wilson moest opnieuw naar de muziekschool.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − twee =