Florence + The Machine :: Ceremonials

Daar was ze dan in 2009. Furie had voortaan rood haar en een stem die vooral live zielenpijn schipbreuk deed lijden. Uitgelatenheid met een cynische tongval, pathos blootsvoets lopend op gebroken glas. Dat was Lungs. Op Ceremonials is de euforie nog meer bevrijd, de ondertoon nog donkerder. Het mondt uit in een alles verzengende emotionele catharsis.

Lungs liet zich luisteren als een nog onvoltooid groeiproces. “Kiss With A Fist”, “My Boy Builds Coffins” was Florence Welch reeds ontgroeid. “Howl” en “Cosmic Love” ontbolsterden tijdens een eeuwige tournee pas echt tot een oerkracht die van uw ziel het Polen van 1939 maakte. Eerlijk? Die eerste noten van haar op Pukkelpop, hoe ze “Between Two Lungs” inzette in de Club die 22ste augustus, waren er om niet snel te vergeten. Fanboy? Hoe gemakkelijk. Nee, gewoon geen toeval dat Florence en haar uitstekend musicerende gevolg, dat er live voor zorgt dat de songs en Welch zelf met beide blote voeten op de grond blijven, elke week de rijen voor het podium zagen aandikken.

Dat Ceremonials tot stand kwam tijdens Welch’ triomftocht die vertrokken was vanuit een alles verterende hartzeer is eraan te horen. Het is deze plaat ten voeten uit. Lungs was rechtop krabbelen na een gebroken relatie, Ceremonials is niks minder dan een viering van de eigen kwetsbaarheid, aanvaarden dat het even onontkoombaar is als niets ontziende schoonheid — als het al geen synoniemen zijn. Troostender dan dit wordt het niet.

In beginselverklaring “Shake It Out” luidt het al: “It’s hard to dance with a devil on your back, so shake him off”. En als u dat zelf niet lukt, dan doet zij het wel voor u: Ceremonials lijkt een uur lang geen ander doel te dienen dan demonen uit te drijven met muziek als een houten kruis. Let ook op de filmische strijkers in het pikdonkere “Seven Devils” die een leger Orks voor uw deur lijken aan te kondigen. Of op talloze zinsnedes als “We will never be afraid again” en toespelingen op alle ellende wegwassend water. Tuurlijk is dit erover — lees maar wat het met deze arme (pn) doet — maar het gáát ergens over. Dit is geen holle pathos, maar een zeldzaam oerkrachtige plaat die barst van leven en liefde, en beide bezingt als slepende ziekte en kuur tegelijk. Een plaat van extremen — zoals elke dag.

Ceremonials doet tweemaal naar adem happen: na een eerste beluistering, wanneer de grootsheid van de plaat u vertrappelt als een meute losgeslagen mammoeten. Een tweede keer wanneer het stof is gaan liggen en pas echt duidelijk wordt hoe ingenieus de songs telkens opbouwen naar een verschroeiende climax. Daar heeft Welch immers geen dramatische boem paukenslag voor nodig: het effect is totaal, telkens de zanglijnen die draaierig worden van hun eigen schoonheid langzaam aan kracht winnen, en de strijkers gaandeweg plaatsmaken voor steeds forsere synths die de melodieën boven zichzelf doen uitstijgen. Openingsnummer “Only If For A Night” zet resoluut de toon. En dan is er nog de percussie die op haar stevigst uw hart technisch werkloos maakt wanneer aanzwellende drumslagen het bloed door uw aderen pompen.

Komt dat allemaal samen, dan ontstaan tornado’s zoals ze rooie Welch’ handelsmerk zijn vandaag, en alleen van haar: volgende single “No Light, No Light” (de bonkige zus van vorig sleutelnummer “Between Two Lungs” en nu al de livebom van 2012), “Heartlines” en recente livefavoriet “Strangeness And Charm”, dat vreemd en helaas genoeg alleen op de (ja ja) limited edition staat. Het zijn zulke songs die van Welch’ albums een belijdenis maken, van haar concerten een collectieve uitdrijving en van zichzelf een hogepriesteres van de uit de hand gelopen sekte die het leven is.
Zo, even ademen.

Bovendien bezondigt Welch zich geenszins aan goedkoop effectbejag met bolle barok die een uur niet aflatend aanhoudt — het zou de impact compleet onderuithalen: de zanglijnen op Ceremonials verraden soul als een van de vele inspiratiebronnen, wat culmineert in “Spectrum” en vooral “Lover To Lover”, een relatief rustpunt samen met “Breaking Down” dat zo van op Arcade Fires The Suburbs lijkt geplukt. Alleen “Never Let Me Go” smaakt wat te klef — Kate Bush die “Take My Breath Away” doet, zoiets. Maar kom, imperfectie draagt alleen maar bij tot geloofwaardigheid, ook bij u en mij. Voorts is Ceremonials een tweede plaat waarop rechtlijnigheid, binnenstebuiten gekeerde eerlijkheid en visie deze keer geen aangeschoten wild zijn.

Van alle popmeisjesgolven de afgelopen jaren, blijken alleen Adele en Florence Welch niet alleen ruimschoots te bevestigen, maar zich compleet los van elkaar te manifesteren. Met Ceremonials wordt Florence + The Machine ongetwijfeld de live-act van 2012, zoals ze dat in 2010 al stilaan werd. Het beste bewijs dat dit geen overgeproducete luchtzak is. Plaat van het jaar? Een meesterwerk als een onmisbare soundtrack bij de pieken en dalen van het leven van elke dag, ja. Een kloppende hartslagader tussen euforie en ellende. Dát is Ceremonials.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + zeven =