John Maus :: We Must Become the Pitiless Censors of Ourselves

Upset the Rhythm, 2011

En zeggen dat wij de eerste maanden van het gezegende jaar 2011
zaten te mekkeren over het gebrek aan muzikale overrompelingen!
Soms zijn wij ontegensprekelijk grote onnozelaars. Neem nu ‘We Must
Become the Pitiless Censors of Ourselves’ van John Maus: niemand
die erop zat te wachten, maar ‘t is – op de opzichtig puberale
titel na – wel een dijk van een plaat die er eigenhandig in
geslaagd is om de lauwe zomermaanden tot een euforisch festijn te
vertimmeren. En da’s zo leuk aan 2011: het zijn de kleine namen die
verrassen, die als uit het niets vanuit de as van de jaren ’80
verrijzen, en u een muilpeer bezorgen om Gilles De Bilde tegen te
zeggen. ITunes weet ons te zeggen dat wij de nieuwe John Maus al
tien keer integraal beluisterd hebben, maar eigenlijk hebben wij
vooral de plaat opgezet.

Om maar te zeggen: ook al hadden wij niks verwacht van ‘Censors’
(hooguit een plezierig doorslagje uit de Ariel Pink-entourage
waarin John Maus ooit vertoefde) toch zijn we er nu al maandenlang
aan verknocht. Al is John Maus wel een sluwe vos. Begin juli
dachten wij nog dat de uit het performancemilieu afkomstige Maus
een ietwat vreemd, met weerhaakjes gelardeerd, maar vooral tamelijk
eenvoudig popalbum had afgeleverd. Quirky zonder meer. Nu
zien wij in ‘Censors’ eerder de incarnatie van ‘The Queen Is Dead’,
het legendarische album van The Smiths uit 1986, in de manier
waarop enigmatische dramatiek, donkere pathos en grootse
arrangementen flirten met onnozele songteksten en stiekeme humor.
Een Grote Vergelijking, nietwaar?

Dat de plaat zo’n diepe indruk nalaat, heeft vooral te maken met
haar korte lengte en de wonderlijke manier waarop Maus tempo en
opbouw weet aan te wenden om een kort, maar krachtig statement neer
te zetten. ‘Censors’ is een blitzkrieg op uw zintuigen die als een
botsbal heen en weer stuitert tussen grappig, ontroerend en
opzwepend. ‘Streetlight’ vliegt er meteen in met een vluchtig
synthesizermelodietje, een gezapige baslijn en dito beat, en een
welhaast treurige zanglijn. ‘t Is niet de eerste keer dat de foute
eighties worden aangewend in moderne muziek, maar net als je het
resultaat vergelijkt met Washed Out of Ford & Lopatin, merk je
dat het effect geen twee keer hetzelfde is. Onderschat decennium,
die tachtiger jaren!

‘Quantum Leap’ en ‘The Crucifix’ leveren vervaarlijke new wave
met een experimentele hoek af. ‘And the Rain’ is dan weer een
prachtige elegie (“and the rain came down / down, down, down”), al
hebben wij door de echo’s die de bariton van Maus de hallucinogene
sfeer induwen geen idee voor wie of wat. Minstens even mooi is de
hartverscheurende cover ‘Hey Moon’, dat al even droevig van leer
trekt: “I know it’s been so long since we saw each other last / I’m
sure we’ll find some way to make the time pass / Hey, moon, it’s
just you and me tonight / Everyone else is asleep” klinkt het, en
die ene keer dat we de lyrics kunnen verstaan, is de impact van de
woorden des te indrukwekkender. Gelukkig kunnen we meteen daarna
onze wonden laven aan de elektronische Traumwelt van ‘Keep
Pushing On’.

Ook ‘Head for the Country’ staat dicht tegen iets dat we bijna
dansbaar zouden durven noemen; totaal ontregelend hoe Maus zijn weg
naar je ledematen weet te banen met zanglijnen die eerder doen
denken aan Stephen Merritt dan aan OMD. Op ‘Cop Killer’ spoort Maus
ons dan weer aan, “let’s kill every cop in sight,” al blijft zowel
zang als muziek bloedserieus, op het epische af. Hij heeft ons weer
bij ons pietje in ‘Matter of Fact’: “pussy is not a matter of
fact,” klinkt het, maar in ons hoofd horen wij “some girls are
bigger than others.” Qua sfeer zit nergens een breekpunt, maar
inhoudelijk trekt Maus van hot naar her, om ons gedesoriënteerd en
awestruck achter te laten. En dan is er nog de
onbetwistbaar geniale afsluiter die ‘Believer’ heet. Pompende
Depeche Mode-baslijn, glitterende synths en een kurkdroge beat:
eighties-epiek op zijn best. En kippenvel dat dat oplevert!

Ergens tussen de chaos van het slotnummer vangen wij nog op:
“Baby, you and me across the world” alvorens, nog overtuigender,
“They call me a believer!” In één nummer vat Maus al de
tegenstrijdigheden van het album samen: temidden van ironisch en
bloedserieus, episch en intiem, droevig en exuberant, dansbaar en
experimenteel, en grappig en pijnlijk vindt hij het perfecte
evenwicht voor een bloedmooi album dat klinkt zoals niks anders.
Hiervoor kenden wij ‘m nog niet, maar John Maus mag ons vanaf nu
met gepaste trots een believer noemen.

http://www.myspace.com/johnmaus

http://www.mausspace.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 1 =