Girls :: Father, Son, Holy Ghost

De indiescherprechters van Pitchfork zijn al lang grote fan, maar in onze contreien dobberde Girls tot nog toe relatief onopvallend net onder de radar. Volledig onterecht als u het ons vraagt en hun nieuwe bevat nog een reden of tien extra om hen uw oor te lenen. Doen!

Toen Girls’ debuut Album uitkwam, leek de bio in eerste instantie boeiender dan het album zelf. Zanger-gitarist-songschrijver-bezieler Christopher Owens was lange tijd lid van een sekte die het luisteren naar popmuziek verbood. Films kijken mocht wel en daarin hoorde hij dan weer wel popmuziek allerhande, wat Owens mateloos fascineerde. Die fascinatie leidde uiteindelijk tot Album: een frisse, ontwapenende trip doorheen de popgeschiedenis, die barst van de levensvreugde. Je hoort er duidelijk op dat Owens van alles wil proeven en zich daarbij net niet verslikt.

Girls bevestigde met de ep Broken Dreams Club en ook het nieuwe full album is een verslavende reis langs de meest diverse betere popmuziek, met zijsprongetjes naar metal en prog rock. Ondanks de vreemde zijsprongen en echo’s van andere artiesten, klinkt Girls op dit album een stuk beheerster en coherenter dan vroeger. Het lijkt erop dat Owens paradoxaal genoeg zijn draai en eigen geluid heeft gevonden in het oeverloos refereren aan muziekjes van vroeger, zonder zichzelf al te serieus te nemen.

We hopen alvast dat het hoofdpersonage uit de vrolijke surf-deun “Honey Bunny” niet Owens zelf is. Net zoals de hard rock- en hairmetalismen uit “Die” allicht minder serieus bedoeld zijn dan bij Deep Purple of Fleetwood Mac (die duidelijk inspiratie boden). Fijn nummer overigens, zo blijkt nadat je van de shock bekomen bent. Indiesterren die uit verguisde genre-elementen een topsong maken: we kunnen het enkel aanmoedigen (zie ook Bon Iver’s onvolprezen “Beth/Rest”).

Verder kleurt Father, Son, Holy Ghost iets getrouwer binnen de indie-lijntjes, met de knipoogjes naar Beach Boys, Elvis Costello en shoegaze die we al van de vorige albums kenden. “Saying I Love You” kabbelt licht jazzy vooruit. “Vomit“ is een verslavende, langzaam open bloeiende sleper die aan het eind Pink Floydiaanse proporties aanneemt. Onze huidige favoriet is “Jamie Marie”: het kleinste nummer op de plaat, met — op een orgel in de outro na — gitaar en zang. Volgens Owens een poging tot Randy Newman. Dat is een te gevleide vergelijking, maar “Jamie Marie” mag zeker zonder blozen langs het beste van pakweg Ryan Adams staan.

Girls is zonder gène speels en naïef en flirt dan ook al eens met de grenzen van de goede smaak. Zo leunt “Just A Song“ (met dank aan houtblazerij) vervaarlijk dicht tegen foute prog rock, zijn de a-a-a’s uit “Magic” misschien net dat tikje te silly en bezwijkt “Forgiveness” ook net niet onder de ambities. Gelukkig blijft het bij geflirt en biedt dit album voldoende moois om de kleine uitschuivers met de glimlach te tolereren.

Father, Son, Holy Ghost is een overtuigende stap vooruit voor Girls. Het album klinkt minder rommelig (minder vals ook) dan Album. Onder de uitgekiendere, ambitieuze productie en beter afgewerkte songs, borrelt gelukkig nog steeds de branie die van het debuut zo’n opwindend album maakte. Wie zich echter toen al ergerde aan de wat lijzige attitude en de net-niet genante teksten, zal dat nu nog doen. Ook wie hooguit twee retro-invloeden per vijf songs aankan, laat dit album best links liggen. Wij krijgen er alleszins nauwelijks genoeg van en hopen van u hetzelfde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + achttien =