Gotye :: Making Mirrors

Altijd al een hekel gehad aan de term “hit”. Hitsingle. Tophit. Zomerhit. Doorgaans gebezigd door lui die koketteren met de term “showbizz” zonder een walm van ironie, waar een walm van drank (champagne bekostigd met een pseudo-VIP-status) doorgaans geen probleem is. Welnu, Gotye heeft een fantastische hit te pakken. Tevens de minst evidente en meest terechte van het jaar.

Op Lesley-Ann Poppe na zijn de simpelste dingen het geniaalst: daar is “Somebody That I Used To Know” het typevoorbeeld van. Een tekstuele empathie en in zekere zin simpliciteit die van bakvis en intellectuele poseur zielsverwanten maakt. Wie van u weet immers meer dan eenlettergrepige woorden te stamelen wanneer u de scherven van een gebroken hart weer eens bij elkaar moet vegen? Muzikaal al even simpel als sterk opgebouwd (die percussie, die als ieders DNA even unieke intro), een zanglijn in het refrein die dit jaar zijn weerga op 19 september nog steeds niet gevonden heeft.

Maar de Belgisch (nu hij helemaal doorbreekt weer wel, ja)-Australische Wouter De Backer (Wally sinds hij een minder lucide moment had) lijkt koning te zijn in de stadstaat van minst evidente hitsingles van het jaar. Drie jaar geleden had hij al een enorme sleeper hit “Heart’s A Mess”, met wederom percussie die prachtige strijkers uit hun kot lokte. Weemoed grand cru. En met het aanstekelijke, weliswaar naar (horresco referens) Mika knipogende “Learnalilgivinanlovin” outte De Backer zich definitief als een muzikale kameleon. Tweede en uitstekende plaat Like Drawing Blood was een lappendeken waarop de sfeer alles bij elkaar hield als spuug en touw. In Australië is het album nog steeds, curieus genoeg, mateloos populair, als een ngo tussen hitfabrieken van een Kylie Minogue.

De Backer doet echter allerminst aan carrièreplanning. Making Mirrors zou in weinig geïnspireerde recensie-intro’s een plaat heten “die de grote doorbraak moet forceren”. Maar daar lijkt West-Vlaming De Backer geen ene fuck (hoe zeg je dat in niet-geacteerd West-Vlaams? Fuh?) om te geven. Het is de minst evidente collectie songs waarmee hij zijn hit mee kon omlijsten. De Backer switcht van stijl en sfeer als Berlusconi van hoer. De fond is elektronica waar percussie in alle maten en gewicht rond kronkelt, maar zo simpel is het niet. Wie Gotye’s hit tot tranens toe meelipt, kan de plaat dus best eerst eens streamen, mogelijkheden genoeg. Zelfs vocaal is de rest van Making Mirrors niet te vergelijken. De referenties naar Sting mogen dus rustig weer de berging in. Even overlopen?

“Easy Way Out”, Gotye’s “Song 2”, knipoogt in het refrein stevig naar de strofen van “Day Tripper” van The Beatles. “I Feel Better” is feel good die stevig aan Jamie Lidell doet denken — gospel op zondagochtend, fluitend met de croissant in de ene en het vers geperst fruitsap in de andere hand, de vrouw nog steeds in die sexy nachtjapon. “In Your Light” zal de George Michael van “Faith” doen blozen. “State Of The Art” begint zoals de volgende plaat van Amy Whinehouse had kunnen, moeten openen — maar mondt vervolgens uit in een stijloefening waar niemand behalve De Backer een boodschap aan heeft. “Don’t Worry We’ll Be Watching You” spiekt tijdens het examen hippe dubstep bij James Blake en vooral Jamie Woon. “Giving Me Chance” is Moby op een helder moment, zoals hij er wel meer had tijdens zijn recente, weemoedige Destroyed.

De Backer is echter allerminst een gauwdief. Net als Meus een vol-au-vent een persoonlijke touch geeft, is de kruiding van Gotye impeccable. De Backers gevoel primeert op de song, klank op structuur. Vaak een kritiek, waar op Making Mirrors niet aan te ontkomen valt. Veelzijdigheid schept in die zin een groter dan nodige afstand tot de luisteraar, terwijl zijn teksten de komende tijd al eens op liefdeskaartjes met grijze beertjes (inclusief blauw neusje) kunnen opduiken — “You gave me love when I could not love myself”, “When you’re smiling at me, that’s all I need to put behind all my worries and life’s complexities”. Etc.

Zoals die hitsingle al doet vermoeden, staat daartegenover een productioneel vernuft dat middelmaat in zijn gezicht uitlacht. Het op het eerste gehoor modale “Eyes Wide Open” krijgt net die juiste backing vocals mee, “Smoke And Mirrors” is het juiste orgasme dat blazers en percussie simultaan bereiken. Geluid wordt nooit een doel op zich. Elk detail ademt een passie voor authentieke, goed gemaakte en nooit gefabriceerde pop uit, die noch catchy noch te beredeneerd is. Gotye is een genre op zich in de popmuziek, geen geringe prestatie. Maar die fantastische plaat die u gehoord moet hebben, is Making Mirrors evenmin.

De grote stap vooruit die voorganger Like Drawing Blood en “Somebody That I Used To Know” beloofden, is het allerminst. Wie de term hit op vier minuten tijd van alle prefab ontdoet en in deze tijden op het bijhorende album elke zweem van behaagzucht van zich afslaat als een wesp, heeft van ons in alle geval de zegen. Gotye is een naam die dit decennium nog regelmatig zal opduiken zoals pakweg BHV in het vorige. De bakvis die de clip van “Somebody…” op de Facebook-pagina van het vriendje post, zal vreemde, en soms rollende, ogen trekken bij Making Mirrors, de poseur zal het omarmen — tot daar de zielsverwantschap.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × twee =