The Devil’s Double

Oh, how the mighty have fallen. Lee
Tamahori brak midden jaren negentig door met één van de ultieme
“beloftevolle debuutfilms”, ‘Once were Warriors’, een krachtig
drama over huiselijk geweld onder de Maori-gemeenschap. ‘Once were
Warriors’ leek het begin van een bliksemcarrière, maar helaas:
Tamahori kwam terecht in de klauwen van Hollywood, met flauwe kost
als ‘Along Came a Spider’, de fletse James Bondfilm ‘Die Another
Day’ en het afgrijselijke ‘xXx 2’. De forse regisseur die Tamahori
ooit was, leek voorgoed verdwenen, en alsof dat allemaal nog niet
gênant genoeg was, werd de brave man in 2006 ook nog eens
gearresteerd omdat hij, verkleed in drag, een undercover
agent een blowjob aanbood. Auch. Daarom ook dat ‘The
Devil’s Double’ zichzelf aanvankelijk hoopvol aankondigde, met een
sterke premisse, die eindelijk nog eens afweek van de bandwerkjes
waar Tamahori zich de laatste jaren mee had bezig gehouden. Pech
voor ons: wat een topper had moeten zijn, ontwikkelt zich als een
ongeïnspireerde opeenvolging van platte geweldscènes.

Dominic Cooper speelt Latif Yahia, een luitenant in
het Iraakse leger die circa 1990 wordt ingelijfd om als
dubbelganger te dienen voor Uday, de zoon van Saddam Hoessein. Een
job die, zo wordt er hem letterlijk verteld, zal betekenen dat hij
zijn eigen identiteit volledig moet opgeven. Zijn familie zal
geloven dat hij dood is. Yahia heeft niet veel zin in de job, maar
een korte martelsessie en enkele dreigementen tegen zijn geliefden
later, stemt hij toch toe. Uday blijkt een sadistische gek te zijn,
die voor de lol meisjes oppikt van straat, verkracht en vermoordt,
mensen de buik opensnijdt met een zwaard en op zijn eigen
verjaardagsfeestje de gasten verplicht om hun kleren uit te
trekken: “Als verjaardagscadeau voor mezelf wil ik iedereen hier
naakt zien!” Dolletjes. Yahia speelt zijn rol zo lang hij het kan
opbrengen, maar na een tijdje wordt toch duidelijk dat hij moet
zien te ontsnappen als hij wil overleven.

Yup, ‘The Devil’s Double’ klinkt als een
goeie film. Hij biedt de blik van een insider op een regime dat
bekend stond voor zijn wreedheid, en vertelt en passant
een verhaal dat nog steeds relevant is, gezien de nooit eindigende
waanzin in het Midden-Oosten. Maar om de prent echt te doen werken,
had Tamahori zijn intrige duidelijker moeten kaderen in een
historische context. Hij had met dat geflipte personage iets meer
moeten doen dan enkel twee uur lang te tonen hoe geflipt hij wel
is.

In de praktijk wordt Uday Hoessein opgevoerd als
een overgroeide, infantiele puber die blijkbaar te vaak naar
‘Scarface’ heeft gekeken. Hij zit voortdurend tot aan zijn
oogballen in de coke en maakt iedereen af die hem nog maar scheef
bekijkt. ‘The Devil’s Double’ wordt als het ware een catalogus aan
gewelddadigheden: we zien Uday mensen neerschieten, met messen en
zwaarden bewerken, verkrachten, martelen en ga zo maar door. En dat
twee uur lang. De makers van de film beweren dat ze niet hebben
overdreven in die scènes; dat Uday écht zo wreed was, en ik geloof
hen. Maar door te tonen hoe wreed een bepaalde persoon was, zeg je
nog niet noodzakelijk iets zinnigs over die persoon. Waarom was hij
zo wreed? Wat was precies zijn relatie met zijn beruchte vader? En
met zijn broer, die we in één of twee scènes heel even te zien
krijgen? Welke functie had hij in de Iraakse regering? Welke rol
speelde hij in de eerste Golfoorlog? Het zijn allemaal vragen die
onbeantwoord blijven, omdat Tamahori en scenarist Michael Thomas
ervoor kiezen om hun hoofdpersonage volledig uit eender welke
context weg te rukken en hem simpelweg te presenteren als wat hij
ongetwijfeld ook was: een sadistische psychopaat, met
ongelimiteerde toegang tot geld, drugs en wapens.

Logisch gevolg: omdat de film zich zo genadeloos
concentreert op het gewelddadige en sensationele, raak je al snel
afgestompt en verveeld. Geweld kan in principe wel filmisch
interessant zijn, maar dan moet het ook ergens naartoe leiden.
Tamahori weet wel degelijk hoe hij zijn verhaal in beeld moet
brengen. De cameravoering is energiek zonder verwarrend te worden,
de montage is hip zonder irritant te zijn. Op vormelijk vlak zit
het wel goed, maar centraal in het scenario lijkt er een soort
leemte te bestaan, die nooit wordt opgevuld. Er bestaan twee
soorten saaie films: het soort dat vervelend wordt omdat er te
weinig handeling is (arthouse drama’s over mijmerende mensen, je
kent het wel). En dan is er nog het soort dat barstensvol zit met
oppervlakkige actie, maar nooit de moeite doet om een link te
leggen met onderliggende thema’s of ruimere context. ‘The Devil’s
Double’ is zo’n film par excellence.

De enige geldige reden om toch te gaan kijken, is
de spectaculaire centrale vertolking van Dominic Cooper, die hier
zowel de gesjeesde Uday, als de intense, serieuze Yahia speelt.
Cooper geeft hier twee compleet verschillende acteerprestaties
binnen dezelfde film: uitbundig, kinderlijk, maar levensgevaarlijk
onbetrouwbaar als de zoon van Saddam (Al Pacino in ‘Scarface’ is
écht nooit veraf), en dan weer erg ingetogen als Yahia. Een showy
dubbelrol, die hem meteen de kans geeft om zijn bereik als acteur
te tonen, en Cooper slaat de bal nergens mis. Naast hem staat
Ludivine Sagnier, die opvallend zuiver Engels spreekt voor een
Française, en voor de rest vooral haar indrukwekkende
looks uitspeelt als Sarrab, de vriendin van Yahia.

‘The Devil’s Double’ is, zeker op technisch vlak,
competent gemaakt, maar hij laat je achter met een gevoel van “was
het dàt maar?”. Die oplijsting van wreedheden, is dat echt alles
dat Tamahori te vertellen heeft over Uday Hoessein? De film waarmee
je deze nog het beste kan vergelijken, is ‘The Last King of
Scotland’, over Ugandese dictator Idi Amin – die film was minder
gewelddadig (op een memorabele finale na), maar hij kroop wél onder
de huid van zijn personages. Waar zit Kevin Macdonald als je hem
nodig hebt?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − zeven =