Captain America: The First Avenger

In tijden waarin de term “Amerika” vooral geassocieerd wordt met
Guantánamo, belangen in de oliehandel en een rijk dat met
gebrekkige sociale voorzieningen in het binnenland en een
agressieve politiek in het buitenland volgens velen op imploderen
staat, getuigt het op zijn minst van bállen om droogweg naar buiten
te komen met een film over Captain America, de ultrapatriottische
Marvel-superheld wiens naam alleen al bij menig salonfilosoof een
oprisping of twee teweeg weet te brengen. Dat de prent in sommige
landen alleen als ‘The First Avenger’ – zonder ‘Captain America’ –
uitgebracht mocht worden, spreekt boekdelen. Maar zie: soms is
cynisme overbodig, argwaan misplaatst en vooringenomenheid
ongepast, want ‘Captain America: The First Avenger’ is niets minder
dan een ijzersterke, lekker ouderwetse avonturenfilm geworden die
meer gemeen heeft met ‘Raiders of the Lost Ark’ en ‘The Dirty
Dozen’ dan met misselijkmakende pseudo-propaganda.

Chris Evans is een verrassend charismatische leading man als
Steve Rogers, een schriele snaak van een jongeman die anno 1942
koste wat het kost bij het leger probeert te geraken. Hij wil zijn
steentje bijdragen om Europa te bevrijden en de wereld van onder
het juk van het Derde Rijk vandaan te halen, maar wordt daarbij
gehinderd door zijn zwakke fysiek. Wanneer hij voor de
drieënnegentigste keer probeert om door de medische check-up te
geraken, wordt hij opgemerkt door de humanistische dokter Abraham
Erskine (een innemende Stanley Tucci), een Duitse jood die het
Amerikaanse leger probeert te helpen met een reeks experimenten om
super soldiers met een goede inborst te kweken. Erskine
ziet in Steve het perfecte proefkonijn et voilà: een
superheld is geboren. Na een desastreuze Duitse sabotagepoging
wordt alle research echter vernietigd en ziet Steve zich
genoodzaakt vrede te nemen met een rol als propaganda-boegbeeld om
fondsen te werven voor het leger: Captain America is een symbool
voor rechtvaardigheid, maar kan stiekem niet wachten om zélf naar
het front te trekken.

Ondertussen smeedt de extreemrechtse nazi Johann Schmidt (Hugo
Weaving) – het soort dat Hitlers ideeën maar platte kost voor
goedgemanierde scoutsjongetjes vindt – occulte plannen om, zoals
dat gaat in de hoofden van super villains, de wereld te
veroveren, vernietigen of iets daar tussenin. Onder het toeziende
oog van een knorrige legerkolonel (Tommy Lee Jones), een bijzonder
goed geproportioneerde Britse agente (Hayley Atwell) en een
ambitieuze uitvinder (Dominic Cooper speelt de papa van Iron Man)
zal het uiteindelijk wandelend reclamebord Steve zijn die the
nation’s greatest hope
wordt. Fijn is evenwel dat de thema’s
van heldenmoed, opoffering en la-di-da nooit al te serieus
worden genomen. Steves tijd als legermascotte wordt vrolijk
onderuit gehaald en de film vervalt nooit in een Bay-achtige
hitsigheid tegenover alles dat een militair logo draagt en/of
ontploft. ‘t Is vooral een klassiek verteld avonturenverhaal met
een rasechte held in de hoofdrol. Het patriottische kantje komt
daar maar halvelings bij kijken.

Regisseur Joe Johnston – vorige keer leverde hij nog het
onderschatte ‘The Wolfman’ af – neemt rustig zijn tijd om het
verhaal op gang te trekken, de personages voor te stellen en
langzaam maar zeker de actie binnen te rollen. Zeker in de eerste
helft van de film wordt er eigenlijk amper gevochten en wanneer de
strijd dan toch in alle hevigheid losbarst, worden de set
pieces
en de vuurgevechten helder in beeld gebracht zonder te
vervallen in frenetieke effectenneukerij. In vergelijking met de
totale chaos van ‘The Green Lantern’ (DC doet het toch betrekkelijk
minder goed dan Marvel tegenwoordig) ziet ‘Captain America’ er
haast ambachtelijk uit, met voortreffelijk production design en een
ultracoole retrolook , vergelijkbaar met die van ‘X-Men: First
Class’. Van de gestileerde decors en de uitstekende Alan
Silvestri-soundtrack tot de authentieke kledij en de spaarzame
effecten: je voelt aan de kleinste details dat dit een project is
waar met veel liefde voor het bronmateriaal aan gewerkt is.

‘Captain America: The First Avenger’ doet afwisselend denken aan
‘Indiana Jones and the Last Crusade’, ‘The Guns of Navarone’,
‘Inglourious Basterds’, ‘Mad Men’, ‘Hellboy’ en nog een dozijn of
wat andere titels. Van jaren ’40-klassiekers tot Zack Snyder: het
zit er allemaal wel ergens in, terwijl de stijl toch eenvoudig en
uniform blijft. Niet dat ‘Captain America’ een cinematografisch
meesterwerk is geworden – de film zit stilistisch efficiënt in
elkaar zonder meer – maar het is tenminste wel een superheldenprent
met persoonlijkheid, die Marvels winning streak na ‘Thor’
en ‘X-Men: First Class’ luttele weken geleden, vlotjes verderzet.
Het enige echte minpunt dat wij kunnen aanhalen, nu wij er zo over
nadenken, is dat het “maar” een avonturenfilm is. Emotie en
diepgang zijn ondergeschikt aan het vertellen van een verhaal. Maar
hey, guess what, verhalen vertellen: daar gáát cinema toch
over?

Ja, wij zijn dus wel te spreken over deze ‘Captain America’. Hij
heeft nog wat tijd nodig om in de achterste regionen van onze
schedelpan uit te groeien tot een heuse zaterdagavondfavoriet, maar
heeft het ongetwijfeld in zich om in de zeer nabije toekomst een
plaatsje te krijgen in een filmavond naast ‘Star Trek’, ‘Spider-Man
2’ en dat soort titels. In het slechtste geval begint ons
enthousiasme binnen enkele weken te temperen, in het beste geval
wordt dit binnen twintig jaar een genrefavoriet die de kinderen van
nu zullen bezingen als ze het hebben over de blockbusters van “die
goeie ouwe tijd – jeweetwel, toen alles nog in
old-fashioned 3D werd geprojecteerd.” Of zo. Noem ons
optimistisch, maar wij gokken meteen op optie twee. God bless
Captain America
.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 5 =