Crazy, Stupid, Love

Glenn Ficarra en John Requa kwamen vorig jaar voor
het eerst ruim in de belangstelling met hun vreemde komedie ‘I Love
You, Phillip Morris’, waarin Jim Carrey en Ewan McGregor een koppel
gay jailbirds speelden. Die film, die in de VS nauwelijks
een release kreeg omdat ze daar homo’s nog steeds een beetje vies
vinden, zeker als ze voor hun zonden zelfs geen aids krijgen, was
wat mij betreft een extravagante mislukking: flamboyant, gedurfd en
in your face, maar ondertussen ook onsamenhangend en
toondoof. De twee heren keren nu terug met het van bizarre
interpunctie voorziene ‘Crazy, Stupid, Love.’ (twee komma’s en een
punt, meen je dat nu?), een tragikomedie die veel conventioneler is
dan hun vorige prent, maar daarmee ook het publiek beter weet mee
te slepen. Ze hebben gas teruggenomen, om op de proppen te komen
met een film die een combinatie is van ‘American Beauty
light’ en euhm… laat ons zeggen ‘Hitch’, maar dan wél
echt grappig.

Steve Carell en Julianne Moore spelen Cal en Emily,
een koppel dat al meer dan twintig jaar samen is, tot Emily beslist
dat ze een echtscheiding wil. Cal is, op zijn zachtst gezegd,
enigszins van zijn melk, en doet wat elke zichzelf respecterende
man in die situatie zou doen: hij gaat zich bezuipen en valt de
andere cafégangers lastig met zijn privéproblemen. Zo ontmoet hij
Jacob (Ryan Gosling), een playboy die dezelfde bar gebruikt als
jachtgebied om grieten op te pikken. Jacob trekt zich het lot van
Cal aan, geeft de brave huisvader een make-over en begint hem te
trainen in het oppikken van vrouwen voor een potje casual
sex
. Maar Cal kan Emily niet vergeten. En ook Jacob ziet zijn
oppervlakkige leventje veranderen wanneer hij Hannah (Emma Stone)
ontmoet, de eerste vrouw die door zijn defensies weet te
dringen.

In essentie is ‘Crazy, Stupid, Love.’ dus een
hedendaags voorbeeld van de comedy of remarriage, een
subgenre van de screwball comedy uit de jaren dertig en
veertig, waarin de hoofdpersonages uit elkaar gaan, elk hun eigen
amoureuze avonturen beleven en uiteindelijk terug samen komen (en
dat niemand komt zeuren dat dit een spoiler was; als u dat niet zag
aankomen, moet u dringend wat meer films bekijken). Veel nieuws is
er niet onder de zon, en wie daar zin in heeft, kan de makers zelfs
verwijten dat ze blijven vasthangen in de traditionele
Hollywoodmoraliteit: een tijdje lang de krolse kater uithangen is
allemaal goed en wel, maar aan het einde van de rit moeten en
zullen de protagonisten toch veilig in een monogame relatie zitten.
Tja. Ergens is dat natuurlijk wel waar, maar je bent in dit soort
cinema nu eenmaal op zoek naar een zekere loutering voor de
personages, en in de boodschap “hij rommelde nog lang en gelukkig
met honderden verschillende vrouwen” valt denk ik fundamenteel maar
weinig loutering te rapen. Deal with it.

Belangrijker is dat de film wel degelijk werkt
zolang de makers zich concentreren op de twee grote verhaallijnen
(de scheiding van Cal en Emily en de opbloeiende relatie tussen
Jacob en Hannah). Steve Carell en Julianne Moore weten op een
verrassend geloofwaardige manier de dynamiek tot leven te wekken
van een koppel dat elkaar, na al die jaren, nog altijd graag ziet.
Het is alleen dat ze al zo verdomd lang samen zijn en elkaar
simpelweg té goed kennen. De twee acteurs hebben een mooi momentje
samen, wanneer ze allebei op een oudercontact aanwezig moeten zijn.
Cal zegt simpelweg: “Ik ben boos op mezelf omdat ik zomaar ben
vertrokken. Ik had voor je moeten vechten.” Geef die regel tekst
aan een slechte acteur, en hij levert een melig emo-moment op waar
je tenen van gaan krullen. Maar Carell zegt hem met zo’n eenvoudige
oprechtheid, dat het zowaar werkt. Hij zegt het alsof het iets is
dat hij op dat moment vaststelt van zichzelf, en dus geloof je het.
Dat is goed acteerwerk.

De relatie tussen Cal en Jacob levert dan weer de
meeste grappige momentjes op (“We gaan op zoek naar je verloren
mannelijkheid, heb je enig idee waar je die het laatst gezien
hebt?” En dan Cal: “1984 zou een goeie gok zijn.”). De twee acteurs
ontwikkelen een knap komisch ritme, zonder te vervallen in
platvloersheid of de bekkentrekkerij waar zelfs Steve Carell zich
wel eens schuldig aan maakt (nog ‘Dinner for Schmucks’, iemand?).
De romance tussen Jacob en Hannah, op zijn beurt, is oprecht
schattig. Emma Stone brak vorig jaar door met ‘Easy A’ (een
verrassend leuke film die bij ons schandelijk over het hoofd werd
gezien), en combineert opnieuw zichtbare intelligentie met een
sterke komische timing. Of simpel gezegd: ze is een moordwijf.

Had de film zich uitsluitend op die vier personages
geconcentreerd, dan had ‘Crazy, Stupid, Love.’ een pareltje kunnen
zijn. Het probleem is echter dat de regisseurs er nog eens extra
verwikkelingen bij sleuren, die het geheel overbelasten. Emily
begint aan te pappen met een boekhouder van haar kantoor (Kevin
Bacon), maar met die plotlijn wordt uiteindelijk maar weinig
aangevangen. Bacon is ongeveer vijf minuten in de hele film te
zien. En ook een plotlijn rond Jessica (Analeigh Tipton), de vaste
babysitter van het gezin, is er te veel aan. Het dertienjarige
zoontje van Cal en Emily is verliefd op Jessica, terwijl zij dan
weer geobsedeerd is door Cal (en het is hier dat ‘American Beauty’
voorzichtig om het hoekje komt kijken). Dat geeft aanleiding tot
een comedy of errors die te kluchtig van toon is om goed
te passen bij de rest van de film.

Al die plotlijnen komen wel degelijk samen aan het
einde van het verhaal, in een nogal geforceerde komische set
piece,
maar dan nog. ‘Crazy, Stupid, Love.’ was wellicht een
betere, meer gestroomlijnde film geweest als hij die extra bagage
overboord had gegooid om zich te focussen op de personages die echt
belangrijk zijn. Dichter tegen de 90 minuten dan tegen de 120,
zoals nu (komedies hebben zelden een goed excuus om langer dan
anderhalf uur te duren). Korter en snediger.

Hoe dan ook, ‘Crazy, Stupid, Love.’ blijft een zeer
genietbare date movie, die intelligenter is dan de meeste
van zijn soortgenoten en, voor het grootste deel, een mooi
evenwicht weet te bewaren tussen zijn komische en tragische
momenten. Natuurlijk zitten er ook uitschuivers tussen: Marisa
Tomei heeft een hysterisch bijrolletje als één van Cals
veroveringen, die we liever zo snel mogelijk vergeten, en de
slotscène tuimelt alsnog frontaal in de stroop. Maar toch: enkele
raak geobserveerde scènes over love and marriage (dat
telefoontje over de boiler!), heel wat geslaagde grappen en vier
uitstekende hoofdrollen doen al heel wat. Met al zijn gebreken er
bij, moet je ‘Crazy, Stupid, Love.’ maar eens naast films als ‘How
Do You Know’ of ‘The Dilemma’ leggen (nochtans allebei prenten die
in dezelfde vijver vissen). En noteer dan de verschillen eens.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + dertien =