Pedro Soler + Gaspar Claus :: Barlande

Halsstarrig gewedijver, koppigheid die niet van wijken weten wil en een verstikkende cultuur van verwijten, komen al te vaak roet in het eten gooien als twee generaties na een langdurig afscheid opnieuw toenadering proberen te zoeken tot elkaar. Niet zo bij het duo Pedro Soler en Gaspar Claus, dat blijkbaar gewoon lang genoeg moest wachten om deze plaat te kunnen maken.

Soler is een befaamde gitarist in flamencomiddens, en dan vooral voor degenen die zweren bij de dynamiek en wat rafelige charme van de ouderwetse aanpak (en minder de gepolijste snarengymnastiek van de populairdere virtuozen). Hij maakt in de traditie gewortelde muziek, die een arsenaal aan bekende technieken en stijlen probeert te verenigen met een open houding. Lang zag het er naar uit dat zoon Gaspar Claus een al even succesvolle carrière in de voetsporen van zijn vader zou volgen, maar de jonge cellist dacht daar anders over. Ontgoocheld door de voorkeur voor het formele en vertrouwde van het conservatorium, trok hij de wereld in om te proeven van andere culturen en zijn interesse in geluid, textuur en stilte op een andere manier te verdiepen.

Claus kwam daarbij onvermijdelijk terecht binnen de avant-garde en improvisatiemiddens, ging samenwerkingen aan met muzikanten met de meest uiteenlopende achtergronden en uit allerhande locaties en smeedde zo onder meer een band met een aantal New Yorkse muzikanten. Zo ook Bryce Dessner, gitarist bij The National. Toen Claus na lange tijd nog eens met z’n vader muziek maakte, leverde dat tot ieders verbazing unieke resultaten op. Een frisse combinatie die duidelijk verwant is aan de traditie, maar ook resoluut ervoor kiest om heel wat conventies te omzeilen of minder vertrouwde elementen toe te voegen. Gewapend met een resem demo’s trok het duo naar Brooklyn, om er een plaat op te nemen met Dessner als producer.

Vanaf opener “Insomnio Mineral” wordt duidelijk dat dit geen plaat is die met een monkellachje rond het flamencogegeven danst. De aangeslagen cellosnaren zorgen voor een wat aarzelende start, maar eens Solers gitaar zich ermee moeit, word je meteen overgebracht naar Andalusië. Het is schijnbaar eenvoudige en redelijk kale muziek, die hier en daar wat doet denken aan Ry Cooders desolate gitaarpartijen voor de Paris, Texas-soundtrack, en door de ondersteunende cello een zingende en zinderende onderlaag krijgt met een hypnotiserend effect. Het mooie is dat het samenspel van de twee door en door intimistisch klinkt, maar toch ook een zomerse weidsheid suggereert, waarbij je haast het geruis van de warme winden kan horen.

De twee pakken herhaaldelijk uit met simpele melodieën, die ze al dan niet meebrachten uit de traditie. Toch gaan ze hun samenwerking tegemoet met een verfrissende openheid, waarbij er voldoende ruimte gelaten wordt voor improvisatie. Mooi om te horen hoe Claus het lieflijke “Guajira Borrachita” inkleurt met allerlei ongewone geluidjes, of hoe het titelnummer meteen uitpakt met hard aangeslagen gitaar, opzwepend als de meest intense flamenco. Je verwacht dat er elk moment een zanger en een bloedmooie danseres met castagnetten opduiken om het plaatje te vervolledigen. En opnieuw krijg je daar een contrastwerking van jewelste. Tussen die haast archaïsch klinkende gitaarpartijen, die in discussie gaan met een niet helemaal volgens de regels spelende cello die veel abstracter en weemoediger spel speelt, zorgend voor een woelig hogedrukgebied van onuitgesproken gedachten.

Er zijn momenten dat de twee duidelijk aan eenzelfde, eenduidige verhaal werken, al heb je even vaak te maken met stilistische tweesprongen, waarbij onverwachte harmonieën en spanningen opduiken die het geheel een extra rijkheid geven. Bovendien is het niet enkel zoonlief die zorgt voor het onalledaagse geluid, want “Rostro Descolorido” zorgt misschien wel voor het meest aparte stuk, met weeklagende cellopartijen vol beklemmende weemoed, die een duel aangaan met Solers gedempte gitaarsnaren, die daardoor een percussief, haast krabbend effect krijgen. Net zo geslaagd is afsluiter “Encuentro En Brooklyn”, waarvoor het duo wordt bijgestaan door Dessner op elektrische gitaar en extra gast Sufjan Stevens (!) op harmonium. De combinatie van die vier persoonlijkheden is een succes over de gehele lijn, met hypnotiserend samenspel én emotioneel tumult tussen delicate breekbaarheid en robuuste passie.

Barlande heeft de passie, de zwier, de eigenzinnige harmonieën en continentoverkoepelende melodieën van de flamenco intact gehouden, maar er nog veel meer aan toegevoegd. De manier waarop Claus zijn vader en diens cultuur met open vizier tegemoet treedt, voegt een dimensie toe die zorgt voor resultaten die nooit minder dan boeiend, en vaak ronduit prachtig zijn. Barlande is het geluid van twee persoonlijke stemmen die elkaar vinden in een geanimeerd, intiem en diepgravend gesprek. Aanrader!

Bekijk zeker eens de Take Away Show (zie link rechtsboven) die volgde op de reünie en de weg bereidde voor het album.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vier =