Riget (The Kingdom)




In 1994 bereikte Lars von Trier een keerpunt in
zijn carrière. Al zijn projecten tot nu toe, van ‘The Element of
Crime’, over ‘Epidemic’ en ‘Medea’, tot aan ‘Europa’, waren
bloedserieuze kunstfilms geweest die op alle niveaus prat gingen op
hun eigen complexiteit. Met ‘Europa’ had hij een razend ambitieus,
visueel uitgepuurd werkstuk afgeleverd, dat van de eerste tot de
laatste minuut uitschreeuwde: “hier is lang en hard aan gewerkt”.
Als tegenreactie deed von Trier nu iets dat hij zelden deed: hij
ontspande zich. Zijn televisieserie ‘Riget’ gooide de visuele
hoogvliegerij overboord om een surrealistisch, zwart-komisch
verhaal te vertellen, met een uitbundigheid en een zichtbaar
filmplezier, die altijd atypisch voor hem zouden blijven.

Het verhaal is een soort groteske parodie op een
ziekenhuissoap. Het Riget (“koninkrijk”) hospitaal is één van de
meest geavanceerde ziekenhuizen in Denemarken, waar echter bizarre
dingen aan de gang zijn. De arrogante Zweedse chirurg Stig Helmer
(een kostelijke Ernst-Hugo Järegård), heeft een fout gemaakt
tijdens een hersenoperatie, waardoor de tienjarige Mona als een
plant achterblijft. Dokter Bondo (Baard Owe), vindt een patiënt met
een levertumor die hem vooruit kan helpen bij zijn klinisch
onderzoek, maar de familie geeft hem geen toestemming om na de dood
van de zieke de lever te verwijderen. Bijgevolg vindt hij er niet
beter op dan het orgaan in zijn eigen lichaam te transplanteren.
Dokter Krogshoj (Søren Pilmark) distilleert drugs uit medicijnen en
leidt dan ook zijn eigen handel vanuit de kelders van het
hospitaal. En als ruggengraat voor al die verwikkelingen is er
Sigrid Drusse (Kirsten Rolffes), een hypochondrische oude vrouw die
het spook van een klein meisje door de gangen van het koninkrijk
ziet lopen.

Dat alles werd aanvankelijk geconcipieerd als een
twaalfdelige serie. In 1994 werden de eerste vier afleveringen
opgenomen en uitgezonden. Drie jaar later (en na von Triers
internationale doorbraak met ‘Breaking the Waves’), keerde de
regisseur terug naar het hospitaal voor de volgende vier episodes.
Jammer genoeg overleden enkele acteurs kort na reeks twee, waardoor
het einde van de serie nooit gedraaid werd. ‘Riget’ heeft dan ook
het air van een onvoltooid meesterwerk – twee derden van een
geweldige tv-serie – wat het project in zekere zin eens zo
intrigerend maakt. ‘Riget’ werd een enorme hit op de Deense tv, en
kreeg een Amerikaanse bewerking onder het toeziend oog van Stephen
King.

Die immense populariteit heeft ongetwijfeld veel te
maken met de toegankelijkheid van de serie. Alles wat von Trier tot
dan toe had gemaakt, was relatief moeilijk, met warrige plots,
verschillende realiteitsniveau’s en openlijke referenties aan het
werk van Tarkovsky, Bergman en andere, niet bepaald lichtvoetige,
filmmakers en kunstenaars. ‘Riget’, daarentegen, heeft alle
verkoopargumenten van een traditionele soap: personages met vaak
grappige excentriciteiten, gekoppeld aan een plot die van de ene
cliffhanger naar de andere snelt en niet vies is van wat sensatie
op zijn tijd – afgehakte koppen! Spoken! Seks! Bloederige
bevallingen! Von Trier lijkt zijn imago van ernstige artiest even
los te laten en zich te amuseren. Vergelijkingen met ‘Twin Peaks’
waren destijds niet van de lucht, en zijn ook wel logisch. De
surreële avonturen in een (ogenschijnlijk) realistische setting en
de vaak gortdroge humor zijn oprecht gelijkaardig. En wat sterker
is: de beide reeksen zijn tv-uitstapjes van filmregisseurs, die
veel luchtiger en speelser zijn dan eender wat dat hun makers ooit
in de cinemazalen hebben losgelaten.

Wat overigens niet wil zeggen dat Von Trier zijn
typerende thema’s vaarwel zegt. In tegendeel: in ‘Riget’ vind je de
zuiverste verwoording van een idee dat als een rode draad doorheen
zijn hele oeuvre loopt. Tijdens de montage die elke aflevering
opent, horen we een verteller zeggen: “Het Riget-hospitaal werd
gebouwd op moerasgrond, waar vroeger de bleekvijvers lagen. De
blekers moesten baan ruimen voor dokters en onderzoekers. Het leven
wordt hier in kaart gebracht, los van onwetendheid en bijgeloof.
Misschien werd hun arrogantie wel te groot, en hun consistente
negeren van het spirituele. Want het voelt aan alsof de koude en
het vocht van vroeger zijn teruggekeerd.” Dat idee, dat het leven
een spirituele, of op zijn minst irrationele dimensie heeft die
maar al te vaak wordt weggedrongen door wat we ons gezond verstand
noemen, zie je telkens opnieuw opduiken in al het werk van Von
Trier. Personages in zijn films proberen het leven neer te pinnen,
te definiëren en te begrijpen, maar ze botsen voortdurend op de
vaststelling dat dat niet lukt. ‘Riget’ bevat de puurste
manifestatie van dat idee: de kil-rationele medische wetenschap
tegenover de spiritualiteit van mevrouw Drusse. Het geloof in
onderzoek en testresultaten tegenover het geloof in het
bovennatuurlijke, in spoken.

Dat thema heeft er zelfs al toe geleid dat Lars von
Trier beschuldigd werd van anti-wetenschappelijkheid; alsof er uit
‘Riget’ een algemeen statement over de medische wereld
moest afgeleid worden. Dat is dan weer een simplistische visie –
von Trier pleit eerder voor een evenwicht tussen de twee, voor
agnosticisme in de ware zin van het woord: het erkennen van de
mogelijkheid dat we niet alle antwoorden hebben en dat er misschien
– heel misschien – meer is tussen hemel en aarde dan we weten. Je
kunt daarmee akkoord gaan of niet, maar het is sowieso een geldig
en provocerend standpunt voor een film of tv-reeks.

Los daarvan is er de visuele stijl, die radicaal
verschilt van von Triers eerdere werk. Waar hij tot nu toe zijn
films bijna kapot stileerde, bekeert hij zich nu tot de
look die tot op heden met zijn naam geassocieerd wordt.
Hij films uit de losse pols, met bibberige, zenuwachtige beelden
tot gevolg, en op 16 mm film, die daarna tot 35 mm werd opgeblazen,
wat een grove korrel in het beeld tot gevolg had. Bovendien
overtreedt von Trier bewust een aantal regels: hij springt over
zijn as van 180 graden alsof het niets is, en gebruikt jump cuts
waar hij maar kan, of hij ze nu nodig heeft of niet. Die bewust
ruwe, onverzorgde stijl anticipeert zijn later werk in ‘Breaking
the Waves’, ‘The Idiots’ en ‘Dancer in the Dark’. Het enige dat een
beetje terugverwijst naar vroeger, is de gelige tint van de
beelden, waar je met veel goede wil de geest van ‘The Element of
Crime’ in kunt herkennen.

De humor van het project is enerzijds het gevolg
van de ongegeneerd buitenissige plotwendingen (op een bepaald
moment probeert één van de artsen een collega zowaar in een zombie
te veranderen), maar ook van de acteerprestaties, die pareltjes van
onderkoelde comedy zijn. Vooral Järegård als foeterende
Zweedse dikkenek (“Deens tuig!” is zijn catchphrase) en
Holger Juul Hansen als de sullige afdelingschef Moesgaard (die zich
verstopt onder zijn bureau wanneer hij controle krijgt) zijn
hilarisch, zonder dat ze het gevoel van suspense in de rest van de
reeks ondergraven.

Achteraf zou von Trier uiteraard nog ambitieuzer
werk maken, dat inhoudelijk dieper graaft en emotioneel langer
bijblijft. Maar ‘Riget’ is zonder meer zijn meest amusante project.
Hij zal wel nooit een regisseur zijn die giert van de pret achter
zijn camera, maar als hij ooit al verdacht kon worden van enig
joie de vivre, dan is het wel hier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 4 =