The Element of Crime







Het gebeurt wel vaker dat een regisseur
vereenzelvigd wordt met de stijl of de inhoud van zijn meest
succesvolle film, maar zelden ging dat proces grondiger te werk dan
in het geval van Lars von Trier. De man scoorde pas zijn eerste
grote hit bij het publiek met zijn tv-reeks ‘The Kingdom’, en brak
daarna definitief door bij the arthouse crowd met
‘Breaking the Waves’. Net op het moment dat hij aan het begin stond
van wat uitgroeide tot zijn Dogma ’95-stilistiek. Bijgevolg is dat
dan ook waar von Trier tot het einde der tijden mee geassocieerd
zal worden: een bewust onzorgvuldige, zelfs lelijke cameravoering,
gerealiseerd op digitale videocamera’s, vaak vol met schokkerige
bewegingen en een onflatterende belichting. Wat veel minder mensen
weten, is dat von Trier zijn carrière begon met drie extreem
gestileerde, visueel uitgepuurde films, die zich qua kadrering,
belichting en special effects kunnen meten met het meest ambitieuze
werk van pakweg een David Fincher. Dit was zijn ‘Europa’-trilogie,
die begon met ‘The Element of Crime’.

Gemaakt in 1984, door een 28-jarige debutant vers
van de filmschool, schreeuwt ‘The Element of Crime’ van begin tot
eind de tomeloze ambitie (sommigen zouden zeggen “pretentie”) uit
van jong geweld dat hier en nu zijn stempel wil drukken op de
filmgeschiedenis. Het perverteren van genreconventies,
nadrukkelijke referenties aan de film noir en het verzameld werk
van Andrei Tarkovsky, gekoppeld aan een bewust provocatieve visuele
stijl, maken van ‘The Element of Crime’ een film die uitschreeuwt:
“Analyseer mij! Hoe academischer, hoe liever!” De plot – voor zover
die te ontcijferen is – draait rond Fisher, een gedesillusioneerde
rechercheur die van Egypte terugkeert naar Europa (een specifiek
land wordt er nooit genoemd) om de beruchte lottomoordenaar te
vinden. Die schurk, die jaren geleden enkele meisjes vermoordde die
lottotickets verkochten, is nu plotseling opnieuw actief geworden
en Fisher kan niet weerstaan aan de verleiding om opnieuw te
proberen die onopgeloste zaak tot een goed einde te brengen.
Daarvoor gebruikt hij de handleiding die geschreven werd door zijn
mentor Osborne: The Element of Crime.

Dat alles is uiteraard weinig meer dan een excuus
voor von Trier om thematisch en stilistisch helemaal loos te gaan.
De regisseur situeert zijn verhaal in een dystopische toekomst
waarin culturen in elkaar versmolten zijn – iedereen spreekt
Engels, maar we krijgen zowel blanke, Aziatische als zwarte
personages te zien – en verval alom tegenwoordig is. Geen gebouw of
het staat op instorten: de muren kruimelen bijna voor onze ogen weg
door het vocht en kale lichtpeertjes bengelen mistroostig aan de
plafonds. De natuur lijkt opnieuw greep te hebben gekregen op de
steden; overal zien we water, en om geen enkele tastbare reden
krijgen we telkens opnieuw shots van de rottende kadavers van dode
dieren. Dat alles gefilmd door een gele kleurenfilter, die dat
gevoel van corruptie, van verrotting nog eens versterkt. Een
criticus heeft de visuele stijl van ‘The Element of Crime’ ooit,
weinig mededogend, omschreven als “gefilmd door een glas pis” – en
hoewel ik niet zo neerbuigend wil zijn, roept dat zinnetje wel
ogenblikkelijk het juiste beeld op.

De referenties naar andere sombere visies op
verleden, heden en toekomst zijn nauwelijks te tellen: von Trier
verwijst bijna letterlijk naar Tarkovsky (het water, de shots van
de dode dieren), maar ook naar films als ‘The Third Man’, ‘The
Trial’ en zelfs ‘Apocalypse Now’. De consensus in 1984 was dan ook
dat von Trier een opmerkelijke stilist was, maar dat ‘The Element
of Crime’ uiteindelijk bezweek onder zijn eigen pretenties – de
vorm was er (misschien zelfs te veel), maar het script was ei zo na
onsamenhangend. Naarmate de zoektocht van Fisher verder gaat,
ontrafelt de narratieve drive van de film, tot het bijna
onmogelijk wordt om nog na te gaan waarom hij doet wat hij doet.
Soms is het zelfs moeilijk om te vatten wat hij doet. Wat
begint als een experimentele neo-film noir, wordt uiteindelijk
louter nog een vormexperiment. Interessant voor wat het is, maar
inhoudelijk zo ondoordringbaar dat je er na een tijdje ook wel
genoeg van hebt.

Het zal wel veel zeggen dat de thema’s van ‘The
Element of Crime’ makkelijker te bespreken zijn dan de eigenlijke
plot. Niet voor de laatste keer heeft Von Trier het voornamelijk
over het falen van de rede. Fisher werkt letterlijk volgens het
boekje om de moordenaar te vatten. Hij wil een extreem rationeel
systeem, verwoord in de handleiding ‘The Element of Crime’,
simpelweg van a tot z opvolgen om zo de zaak op te lossen. Hij
zoekt naar patronen, naar een doordachte methodiek achter de
moorden, om de waarheid te kunnen achterhalen. En uiteraard laat
dat vertrouwen in de ratio de protagonist finaal in de steek. Het
oeuvre van Lars von Trier zit tjokvol met rationalisten en
idealisten, die tot de conclusie komen dat rationeel denken niet
werkt (omdat de wereld fundamenteel irrationeel is) en dat
idealisme enkel bestaat om verraden te worden. Von Trier bewijst
hier lippendienst aan het genrecliché van de flik die niet kan
rusten totdat hij zijn zaak heeft opgelost, maar hier wordt dat
gegeven doorgetrokken naar een existentieel niveau: als hij faalt,
dan betekent dit dat zijn methode heeft gefaald. En als zijn
methode heeft gefaald, wat betekent dat dan voor de orde die Fisher
in zijn leven heeft gebracht? ‘The Element of Crime’ (het handboek)
moét werken, of Fishers hele bestaan stort in. Misschien biedt die
interpretatie wel de sleutel tot de steeds moeilijker te volgen
narratieve lijn van de film: Fishers identiteit brokkelt gaandeweg
af, naarmate hij inziet dat de systemen waarop hij zijn werk en
zijn leven heeft gebaseerd, onvermijdelijk te kort schieten.

Da’s een heftige mix, en de hele boel wordt er
bepaald niet luchtiger op door von Triers problematische visie op
seks. De vrouwelijke personages hier beperken zich tot
moordslachtoffers of hoeren. Von Trier etaleert hier een infantiele
visie op seks, die suggereert dat hij zich diep oncomfortabel voelt
over het onderwerp. We krijgen een potsierlijke scène waarin Fisher
het vrouwelijke hoofdpersonage achterwaarts neemt op de motorkap
van een auto – zijn stoten spiegelen het ritme van de
ruitenwissers. Tijdens een andere seksscène zegt zij: “I want
you to screw God into me!”
Nou. Von Trier heeft altijd een erg
ambigue houding tegenover vrouwen en seks behouden – alleen heeft
hij zijn twijfels en angsten achteraf een meer doordachte plaats in
zijn werk gegeven. ‘Antichrist’ toont seks nog altijd als een
gevaarlijke, destructieve bezigheid, maar ditmaal lijkt Von Trier
zich daarvan bewust te zijn en analyseert hij zijn eigen problemen
ermee.

‘The Element of Crime’ is dus absoluut interessant,
zeker als je hem plaatst in de context van de rest van von Triers
oeuvre. Als kijkervaring kan ik hem niet volmondig aanraden – want
zeg wat je wilt, hij is wel degelijk pretentieus en de narratieve
drive van de film is niet sterk genoeg om de aandacht er
100 minuten lang bij te houden. Maar de visuele stijl, de
overlappende thema’s en vooral de manier waarop de film anticipeert
op elementen waar von Trier later nog op zou terugkomen, maken dit
een verplicht nummer voor elke serieuze filmfreak en von
Trier-completist.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 2 =