Medea







Het was 1987 en ondanks de reputatie van
beloftevolle jonge hond die Lars von Trier had verkregen met ‘The
Element of Crime’ drie jaar eerder, had hij nog niet echt kunnen
incasseren op dat vroege succes. ‘Epidemic’ was een mislukt
experiment (zeker op commercieel vlak) en het sluitstuk van zijn
informele E-trilogie, ‘Europa’, beloofde een artistiek en logistiek
enorm complex project te worden (dat overigens pas vier jaar later
de zalen zou bereiken). In de tussentijd wist von Trier zijn
ervaring echter uit te bouwen met ‘Medea’, een low budgetfilm voor
de Deense televisie. Het resultaat was een mix aan invloeden – een
scheutje Bergman hier, een klodder Tarkovsky daar – die zich op één
vlak alvast laat vergelijken met zijn debuut: je zit overduidelijk
naar het werk te kijken van een hypergetalenteerde filmmaker, die
zijn eigen stem nog niet gevonden heeft.

Ergens rond 1930 schreef Carl Theodor Dreyer, nog steeds het best
gekend als de regisseur van ‘La Passion de Jeanne d’Arc’, een
scenario gebaseerd op de beroemde Griekse tragedie ‘Medea’. Om
verschillende redenen werd de prent destijds nooit geproduceerd,
tot von Trier het script weer opviste voor zijn tv-adaptatie. Zoals
hij zelf vertelt in een tekst aan het begin van de film, was het
niet de bedoeling van de regisseur om “de ‘Medea’ van Dreyer te
maken”, maar wel het scenario te gebruiken als vertrekpunt voor
zijn eigen interpretatie. “Een ode aan Dreyer”, enigszins
vergelijkbaar met de manier waarop Steven Spielbergs ‘A.I.’ een ode
was aan het script van Stanley Kubrick.

Het verhaal is in essentie identiek gebleven aan
het toneelstuk van Euripides. Medea (Kirsten Oleson) is samen met
haar man Jason (Udo Kier) aangekomen in Korinthië, waar koning
Kreon (Henning Jensen) Jason wil belonen voor zijn moed. Jason
krijgt de kans om te trouwen met Kreons dochter Glauce (Ludmilla
Glinska), wat hem gelijk de troonopvolger zou maken. Medea voelt
zich – niet onterecht – enigszins aan de kant geschoven, en wanneer
blijkt dat ze haar man niet op andere gedachten kan brengen,
besluit ze op een gruwelijke manier wraak te nemen.

‘Medea’ is nog steeds de enige film die Lars von
Trier ooit baseerde op een bestaand werk – al zijn andere projecten
vertrokken vanuit originele scenario’s, of, zoals ‘Dogville’,
hooguit zijdelings geïnspireerd door ander materiaal – maar toch
voelt de prent persoonlijk aan, met veel van de inhoudelijke dada’s
die later nog zouden terugkeren in Von Triers oeuvre. In eerste
instantie is er natuurlijk het gegeven van de gekrenkte vrouw, dat
in zijn zuiverste vorm nog te zien zou zijn in ‘Dogville’. Ook daar
werkte von Trier met een vrouwelijk hoofdpersonage dat een hele
film lang alleen maar goed wil doen, om keer op keer misbruikt te
worden, tot ze ontsteekt in een haast bijbelse furie. (Vrouwen
worden overigens altijd uitgebuit in films van von Trier – alleen
is het relatief zeldzaam dat ze wraak nemen.)

Je kan zelfs parallellen trekken met ‘Antichrist’,
als je zin hebt om er een beetje naar te zoeken. In een
sleutelscène zoekt koning Kreon Medea op, om haar te vertellen dat
ze verbannen is uit Korinthië. Hij wordt op een draagstoel door een
moeraslandschap gezeuld. Wanneer hij daar van afstapt, is hij haast
ogenblikkelijk verloren. Hij is gedesoriënteerd, reageert op de
stem van Medea, maar weet niet waar ze is. Medea zelf, daarentegen,
lijkt haast één te zijn met de mist, het water en het hoge gras.
Keer op keer plaatst von Trier haar visueel in de context van de
natuurelementen, om te suggereren dat ze een soort spirituele link
heeft met de aarde. In ‘Antichrist’ werd dat thema veel verder
uitgewerkt: daar was Willem Dafoe de rationele man van de
wetenschap, die machteloos stond tegen Charlotte Gainsbourg, de
vrouw die letterlijk en figuurlijk contact had met de natuur – haar
eigen natuur, en die om zich heen.

Inhoudelijk weet von Trier zich het bronmateriaal
dus wel eigen te maken. Het probleem zit hem meer in de stijl van
de film. Bijna de hele prent speelt zich buiten af, in een
onherbergzaam gebied aan de kust waar het altijd regent – als dit
Griekenland moet voorstellen, dan vrees ik voor het toerisme daar.
De fascinatie met de elementen wordt continu benadrukt met shots
van zand, water, hoog gras, mist, regen en de wind die door alles
heen waait. Net als in ‘The Element of Crime’, voel je de geest van
Tarkovsky meer dan eens neerdalen over ‘Medea’, zeker wanneer er
ook nog eens een paard op het strand in elkaar stuikt. Een paar
scènes dienen dan weer als voorloper voor de technieken die von
Trier in ‘Europa’ voortdurend zou gebruiken. Tijdens een monoloog
van Medea zien we op de achtergrond een levensgrote projectie van
haar twee slapende zoontjes. Voor- en achtergrond worden daar
bewust van elkaar gescheiden – van realisme is er geen sprake meer,
de regisseur creëert een soort van mentaal landschap waartegen die
monoloog zich afspeelt. Medea denkt aan haar zonen en dus zien we
hen ook.

In de manier waarop er met dialogen wordt gewerkt,
heeft von Trier dan weer heel goed naar Bergman gekeken. We krijgen
zeer gestileerde teksten, die vaak in voice-over op de soundtrack
staan, zonder dat we de personages zien spreken. Max Von Sydow die
peinzend voor zich uitstaart over de Zweedse vlakten in ‘Het
Zevende Zegel’, is nooit ver af. Zelfs wanneer een dialoog wel
gewoon plaatsvindt tussen twee personages op het scherm, streeft
von Trier nog steeds naar een bevreemdende ervaring. Twee figuren
die elk aan één zijde van een rivier staan, hoeven blijkbaar
helemaal hun stem niet te verheffen om elkaar te kunnen verstaan.
Ze spreken aan een normaal volume en dat is absoluut geen
probleem.

Al die kunstgrepen op visueel en zelfs auditief
vlak zijn zeker interessant en voor wie het nog niet gemerkt mocht
hebben, een mens kan er al eens een boom over opzetten. Maar het
blijft steeds een duidelijk “refereren-aan”. Iedereen heeft zo zijn
voorbeelden, en zoals Coppola altijd zegt: steal from the
best.
Maar ‘Medea’ heeft, of het nu als ode bedoeld is of
niet, soms meer weg van een collage van de stijlen van anderen. Met
‘Europa’ zou hij er voor het eerst in slagen om meer te doen met
zijn invloeden dan ze te kopiëren. En daarna, met de tv-serie ‘The
Kingdom’, zou hij zijn stem definitief gevonden hebben en de Lars
Von Trier worden die we allemaal kennen. ‘Medea’ is een
fascinerende halte onderweg, maar het blijft wel precies dat: een
tussenstation van een kunstenaar die zich nog volop aan het
ontwikkelen is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − zestien =