Breaking the Waves






Het is zelden duidelijk precies waarom, maar
regelmatig zie je in de filmgeschiedenis periodes van tussen de
vijf en de tien jaar waarin er plotseling iets los lijkt te komen.
Verschillende interessante filmmakers steken opeens de kop op, en
we krijgen een golf aan kwaliteitsfilms die achteraf herinnerd
worden als het begin van een bepaalde traditie of stroming in de
cinema. De tweede helft van de jaren negentig was zo’n tijd. In
Amerika bloeide de independent cinema helemaal open, met
Quentin Tarantino als poster boy, en regisseurs als Kevin
Smith, Anthony Minghella, Paul Thomas Anderson en anderen als jonge
(of minder jonge) filmmakers die het pad naar de
mainstream door hem geëffend zagen. Maar ook Europa roerde
zich meer dan ooit. Het was niet zozeer dat de kwaliteit van de
films er plotseling zo op vooruit ging – hoewel we wat dat betreft
niet mochten klagen. Het was veeleer dat er ook effectief mensen
gingen kijken naar die films. Danny Boyle in
Groot-Brittannië met ‘Trainspotting’. Tom Tykwer in Duitsland met
‘Lola Rennt’. Pedro Almodovar in Spanje met ‘Todo Sobre Mi Madre’.
Matthieu Kassovitz met ‘La Haine’ in Frankrijk. De Europese cinema
was aan een heropleving toe rond die tijd, en de definitieve
internationale doorbraak van Lars von Trier met ‘Breaking the
Waves’ past in dat plaatje.

Hoewel ‘Breaking the Waves’ natuurlijk meer heeft
dat in zijn voordeel speelt dan alleen de tijdsgeest – niet alleen
was het von Triers meest toegankelijke film tot dan toe, die zich
naar het grote publiek toe presenteerde als een eenvoudig te volgen
melodrama; maar ook en vooral leverde hij een emotioneel
overdonderende prent af, die – misschien – nog steeds zijn beste
is.

Emily Watson maakte een debuut van heb-ik-jou-daar
als Bess, een diepgelovig, naïef meisje dat in de jaren zeventig in
een streng calvinistische gemeenschap in Schotland woont. De
kerkouderen bepalen het hele leven, en zijn zodanig repressief dat
ze zelfs een klok in hun kerk “te werelds” vinden. De doden worden
begraven met de charmante woorden: “Je was een zondaar, en je
verdient je plekje in de hel.” Geen wonder dan dat ze de
wenkbrauwen behoorlijk fronsen wanneer Bess aankondigt te trouwen
met Jan (Stellan Skarsgård), een arbeider op een boorplatform. Met
veel tegenzin staan ze het huwelijk toe, en via Jan leert Bess het
leven kennen: in eerste instantie seks, maar ook eenvoudiger
geneugten zoals film (in een schattige scène gaan ze samen naar
‘Lassie’ kijken) en de occasionele borrel. De wereld van Bess stort
in wanneer Jan slachtoffer wordt van een werkongeluk en volledig
verlamd dreigt achter te blijven. Vanuit zijn seksuele frustratie
vraagt Jan aan Bess om te vrijen met andere mannen en hem daarna
verslag uit te brengen. Bess, die zichzelf heeft wijsgemaakt dat
het ongeluk haar schuld was, gaat akkoord.

In essentie klinkt dat als een eenvoudig melodrama,
met een anti-religieuze bijsmaak, en wie er niet meer achter wil
zoeken dan dat, hoeft dat ook niet te doen. In die interpretatie is
Bess simpelweg iemand die altijd afgeschermd is gebleven voor de
werkelijkheid, maar na haar huwelijk ontdekt dat de wereld veel
groter is dan ze had vermoed. Waarbij de vraag blijft of ze zich
wel van de kerk zal kunnen losrukken. Religie staat dan gelijk aan
repressie. Het verwerpen ervan (of op zijn minst van de
kerkgemeenschap, wat niet helemaal hetzelfde is), wordt dan een
absoluut noodzakelijke, zij het ook gevaarlijke stap.

Maar von Trier is er nooit de man naar geweest om
geloof in het bovennatuurlijke (welke vorm dat dan ook mag
aannemen) eenvoudig af te wijzen als iets onderdrukkends, en wie
net iets verder kijkt, ziet dat ‘Breaking the Waves’ in feite een
bijzonder spiritueel verhaal is. De film is een soort van omgekeerd
heiligenleven. Waar de meeste heiligen beginnen als wereldse
zondaars en daarna het licht zien, gebeurt bij Bess het
tegenovergestelde: aanvankelijk weet ze niets van het leven, tot ze
trouwt en ingeleid wordt in seks en al die andere dingen die de
kerk zondig vindt. Maar wat de religieuze leiders ook mogen zeggen,
haar daden corrumperen haar niet, omdat ze altijd handelt vanuit
liefde en altruïsme. Het laatste shot van de film – dat ik niet zal
beschrijven, voor het geval iemand de prent nog niet gezien heeft –
maakt dat duidelijk: von Trier keert zich in ‘Breaking the Waves’
niet tegen religie, maar wel tegen de repressieve, vreugdeloze
interpretatie die er door sommigen aan wordt gegeven. In zijn film
leeft God letterlijk in de mensen zelf, en maakt iedereen zijn
eigen hemel en hel.

Heel wat mensen zagen ‘Breaking the Waves’ dan ook
als een religieuze film, gemaakt door een gelovige regisseur,
hoewel dat dan weer buiten de intellectuele spelletjes van Lars von
Trier gerekend is. Het is niet omdat hij een film maakt die een
bepaald standpunt uitdraagt, dat dit ook noodzakelijk zijn eigen
mening in het echte leven is. Als filmmaker heeft hij meer dan eens
de charlatan gespeeld, die standpunten in zijn scenario’s stak,
niét omdat hij ze geloofde, maar omdat hij ze interessant vond om
een verhaal over te vertellen. ‘Breaking the Waves’ werd overigens
het eerste deel in een informele trilogie rond vrouwen die op de
proef worden gesteld, maar hun goedheid en naïviteit nooit
verliezen. ‘The Idiots’ en ‘Dancer in the Dark’ zouden volgen.

Visueel volgt de regisseur zijn eigen ‘Riget’ op,
zij het dan zonder de gele kleurenfilter. Een handgehouden camera
zit de acteurs continu op de huid, jump cuts zijn eerder regel dan
uitzondering en alles heeft een erg korrelachtige kwaliteit – het
contrast met zijn gestileerde E-trilogie kon niet groter zijn.
Dogma is het nog niet, maar je voelt de Dogma-principes wel
aankomen.

Maar de reden waarom ‘Breaking the Waves’ nog
steeds herinnerd wordt als von Triers ultieme meesterwerk, is de
enorme emotionele impact van de film. En die is enerzijds afkomstig
van de genadeloze verhaallijn, maar ook voor een gigantisch deel
van de acteerprestaties. Emily Watson had nog nooit eerder in een
film gespeeld, maar zet hier een onvergetelijk personage neer.
Zwalpend tussen onschuld, kinderlijke ondeugendheid, verwondering
en uiteindelijk mentale breakdown, creëert Watson hier een
personage dat we niet alleen geloven, maar dat we zowaar graag gaan
zien. Haar scènes met Stellan Skarsgård hebben een ontzagwekkende
intimiteit en leggen het fundament voor de hele film. Wie vaak
vergeten wordt, is Katrin Cartlidge als Bess’ schoonzus, misschien
wel het enige rationele, koele hoofd in het hele dorp, maar haar
eenvoudige rechtschapenheid verankert de film sterk in de
realiteit.

‘Breaking the Waves’ is een veelgelaagd, meeslepend
en uiteindelijk diep ontroerend drama. Eén van de beste films van
de jaren negentig.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − dertien =