Fires on the Plain




De Japanse regisseur Kon Ichikawa is dan wel een tijdgenoot van
Akira Kurosawa en Yasujiro Ozu – dé twee ultieme patroonheiligen
van de Japanse naoorlogse cinema – maar heeft nooit hun
populariteit of kritisch respect behaald. Gedeeltelijk heeft hij
dat aan zichzelf te danken. Ichikawa trok namelijk zijn neus op
voor de auteurtheorie, en draaide zo ongeveer alles dat men hem te
draaien gaf. Op die manier ontwikkelde hij een ongelooflijk
productieve carrière – 89 films heeft hij gemaakt volgens imdb;
zelfs als je daar een paar kortfilms van af zou trekken, nog altijd
een indrukwekkend aantal – maar legde hij ook een erg oneffen
parcours af. Hij maakte onopmerkelijke komedies en thrillers voor
de grote Japanse studio’s, maar tegelijk was hij ook
verantwoordelijk voor films zoals ‘The Burmese Harp’ en deze ‘Fires
on the Plain’ – oorlogsdrama’s die nog steeds overeind staan,
vijftig jaar en langer na dato. In plaats van een consistent oeuvre
op te bouwen, filmde Ichikawa zo veel hij kon, waarbij hij soms
miste en soms in de roos schoot. Maar dammit, wanneer hij
in de roos schoot, was ook meteen goed raak.

‘Fires on the Plain’ is dus lang niet de enige oorlogsfilm die
Ichikawa ooit maakte, maar wel verreweg de meest brutale en
gewelddadige. Waar zijn andere grote meesterwerk, ‘The Burmese
Harp’, nog een humanistisch verhaal vertelde over een soldaat die
zichzelf wist te verlossen van de mentale en fysieke gruwelen van
de oorlog door een Boeddhistische monnik te worden, is ‘Fires on
the Plain’ een genadeloos portret van de totale vernietiging van
alle menselijkheid in WO II. Het script werd geschreven door
Ichikawa’s echtgenote Natto Wada, gebaseerd op het boek van Shohei
Ooka, en gaat over de soldaat Tamura (een schitterende Eiji
Funakoshi), die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog
gestationeerd is op het Filippijnse eiland Leyte. De toestand van
de Japanse soldaten is uitzichtloos: er is zo goed als geen voedsel
meer, de troepen zijn hopeloos verspreid, het wemelt van de ziektes
en regelmatig krijgen ze een bombardement van de Amerikanen op hun
kop. Tamura, die leidt aan TBC, onderneemt een zwerftocht door de
jungle, onderweg naar een rendez vous-punt vanwaar de
Japanse soldaten zullen worden geëvacueerd van het eiland. Af en
toe sluit hij zich aan bij andere troepen, af en toe blijft hij
alleen achter. We volgen zijn dodentocht over het eiland, en zien
hem steeds dichter bij de hongerdood komen. De andere soldaten
spreken over kannibalisme om te overleven, en ook voor Tamura wordt
die optie steeds reëler.

‘Fires on the Plain’ schiet nogal moeizaam uit de startblokken,
met een erg didactisch eerste kwartier. In de eerste scène krijgt
Tamura van zijn overste een klap in het gezicht omdat hij niet in
de ziekenboeg is gebleven waar men hem heeft weggestuurd: “Moet ik
je misschien herinneren wat onze situatie precies is?,” brult de
officier. Waarna hij er Tamura uiteraard aan herinnert wat hun
situatie precies is, zodat de kijkers het ook weten. Een personage
gewoon een monoloog laten afsteken aan het begin van de film om
achtergrondinformatie uit te leggen, is niet bepaald elegant
schrijfwerk. En dat soort geforceerde scenario-ingrepen zijn er
nog: zo duikt er plotseling een voice over op wanneer Tamura alleen
is, die weer verdwijnt eens hij andere mensen ontmoet. Kwestie van
zijn gedachten toch maar duidelijk te maken aan de kijker.

Maar die structurele ingrepen kunnen niet verhinderen dat de
film een ongelooflijke viscerale kracht heeft eens Tamura aan zijn
lijdensweg begint. Op dat moment ontwikkelt de film zich als een
bijna surreële trip door de hel, die alleen maar kan leiden naar
zijn ultieme fysieke en morele ondergang. Een morele ondergang die
over de loop van de film wordt gefixeerd op het eten van
mensenvlees. Dat is de laatste grens die een mens kan
overschrijden, en regelmatig zien we Tamura in de verleiding komen
om het te doen – de vraag of hij uiteindelijk aan de verleiding zal
toegeven, is in feite de inzet van de film, het is de vraag waar
het hele scenario naartoe werkt.

Op fysiek niveau levert Ichikawa ons de ene gruwelijke scène na
de andere. Een stapel lijken naast een kerk. Een gracht die bezaaid
licht met dode lichamen. Mannen die modder eten. En ga zo maar
door. Het is opvallend dat bij dit alles de vijand nauwelijks te
zien is. We krijgen twee of drie korte shots van een Amerikaans
konvooi dat voorbij rijdt, maar daar blijft het dan ook bij. In de
meest uitgebreide scène, zien we hoe Tamura een wit vlaggetje maakt
om zich over te geven, wanneer een andere Japanse soldaat plots uit
de bosjes springt om op de Amerikanen af te lopen. “Ik geef me
over!,” roept hij, maar de Amerikanen verstaan hem niet en schieten
hem neer. Tamura bergt zijn wit vlaggetje dan ook maar op en sjokt
verder door zijn hel. Maar in feite is er in de hele film eigenlijk
geen zichtbare externe vijand aanwezig. De soldaten nemen het op
tegen de natuur, tegen elkaar en tegen hun eigen menselijkheid.
Vandaar ook de metafoor van de fires on the plain, het
vuur op de velden. Van tijd tot tijd zien we een dergelijk vuur
opflakkeren in de verte, zonder dat de personages zeker zijn wat
het betekent. Boeren die maïskolven aan het verbranden zijn? De
vijand? Het beeld van vuur past uiteraard bij het concept van de
oorlog als hel, maar het werkt ook op een ander niveau: het vuur
vertegenwoordigt het ongeziene gevaar, dat zowel van binnen- als
van buitenaf kan komen.

De boodschap van Ichikawa is niet zo heel complex: de oorlog is
een hel die je lichaam, je geest en je moraliteit verteert. Maar
hij illustreert die zo brutaal (zeker naar de normen van 1959), dat
de film toch moeiteloos blijft hangen. De acteerprestaties dragen
bij aan die intensiteit. De acteurs werden om te beginnen al
uitgekozen omwille van hun tengere lichaamsbouw, maar kregen
bovendien tijdens het draaien enkel het hoogstnodige te eten. Ze
zien er pijnlijk mager uit, alsof ze elk moment in elkaar kunnen
storten. Gecombineerd met een angstige, gejaagde manier van
acteren, zorgt dat voor een benauwende sfeer. Visueel kiest
Ichikawa voor strakke widescreen-composities in contrastrijk
zwart-wit. Als leidmotief gebruikt hij horizonten waar Tamura dan
overheen loopt, meestal met lijken of andere gruwelijkheden om hem
heen. Op die manier creëert Ichikawa een visuele omgeving die
altijd beklemmend blijft, ongeacht hoe wijds de omgeving wel mag
zijn.

‘Fires on the Plain’ is geen luchtige kost – hier en daar duikt
er wel wat galgenhumor op, maar enkel van de allerzwartste soort –
maar het is essentiële cinema, die in zijn brutaliteit zijn tijd
ver vooruit was. Ja, hij vergt een inspanning, maar reken maar dat
die beloond wordt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × twee =