Out Stealing Horses (Ut og Stjaele Hester)

Al sinds de films van Victor Sjöström, Maurice Stiller of Ingmar Bergman, hebben Scandinavische cineasten gebruik gemaakt van het bijzondere en specifieke licht in het noorden van Europa. Het laatste decennium is het gemakzuchtige gebruik van vale fotografie en onderbelichting echter verworden tot een bijzonder vermoeiend cliché: vooral onder impuls van een eindeloze reeks crimi-series en dito films, lijkt het wel of ieder visueel werk afkomstig uit Zweden, Noorwegen of Denemarken moet gebruik maken van hetzelfde idioom.

De opening van Out Stealing Horses is meteen in hetzelfde bedje ziek: grauw en donker beeld, een gefluisterde voice-over en introspectie … Het is de schijnbaar wat contradictorische terugkeer van regisseur Hans Petter Moland naar zijn heimat, na het Hollywood-avontuur van Cold Pursuit met Liam Neeson. Contradictorisch, omdat Molland met zijn Kraftidioten uit 2014 (de titel die een Amerikaanse remake kreeg met Neeson) precies een genreprent draaide die sterk inging tegen de heersende trends in zijn thuiscinema.

Gelukkig verandert Molland het geweer van schouder na de ouverture en kiest hij in dit introspectieve drama voor een aanpak waarin zijn beelden wel degelijk iets te bieden hebben. Gefotografeerd door Rasmus Videbaek met een bijzonder goed oog voor lichtinval, kiest de film voor een bijzonder statische camera die veel nadruk legt op de verpletterende kracht van het landschap (vaak zijn personages slechts stippen) en binnen dat decor kleine opvallende details ontdekt: een streep zonlicht of plaatselijke flora en fauna. De aandacht voor de natuur en het suggereren van een transcendente kracht die erin huist, doet denken aan de films van Terrence Malick (met zelfs een maaiende zeis als opvallend gelijkaardig motief dat ook aanwezig is in Malicks nakende A Hidden Life) en bij momenten overdrijft Molland in het imiteren van die aanpak, zodat Out Stealing Horses soms een beetje te veel naar pastiche neigt.

De dragende structuur van de prent is het verhaal van Trond (Stellan Skarsgård), die terugblikt op een leven gevuld met ongeluk en verlies: de dood van zijn echtgenote, de dood van een buurjongen bij een tragisch ongeval met een jachtgeweer, een vader die kreupel wordt bij het laden van hout, zijn eigen vader die hem in de steek liet. Al die gebeurtenissen worden gekaderd binnen de raamvertelling waarin de oude Trond zich teruggetrokken heeft en nadenkt over de laatste zomer die hij doorbracht met zijn vader op dezelfde plek. Freudiaanse en Oedipale thema’s zijn nadrukkelijk aanwezig in de combinatie van eerste erotische prikkelingen, het in het reine komen met het verleden van de vader en – de wat bij het haar getrokken – bespiegeling over de eigen vaderrol van de protagonist in het latere leven.

Een aantal ijselijk mooie visuele momenten – een eenzaam silhouet bij valavond in de regen, de jonge Trond die ’s nachts wakker schrikt in het maanlicht, een trip te paard langs de rivier – en een langoureus ritme verhullen ten dele dat de psychologische schets bijzonder flets en doorzichtig is en deze adaptatie van de gelijknamige roman vooral teert op levenslessen en inzichten die op zijn zachtst gezegd bestaan uit zwaar beproefd materiaal.

Moland weet echter de wat voorspelbare bedoening boven zichzelf uit te tillen door zijn talent als beeldsmid, waardoor Out Stealing Horses uiteindelijk een soort poëzie biedt waarbinnen het aangenaam toeven is – weinig origineel of opzienbarend, maar als vormspel zeker de moeite waard.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − 4 =