Flipo Mancini :: Hide Seek Lost Found

Hide Seek Lost Found: het klinkt bijna alsof Flipo Mancini in dat halve decennium even niet meer wist wat zijn geluid was en in kieren en gaten en achter gordijnen ernaar op zoek moest. “Gevonden”, klonk het op het eind van die titel, maar dat was een vergissing. Wat we krijgen is een geluid dat lijkt op dat van vroeger maar een tik aan scherpte mist om echt het origineel te zijn.

Wie we daar hebben: Flipo Mancini! Het is van 2006 geleden dat we nog eens iets hoorden van deze Limburgse noisenicks, en dat was veel te lang. Niemand kon lawaai immers zo sexy brengen als Bart Timmermans (gitaar/zang), Raf Coenen (bas) en Luc Flipkens (drums) dat op Distorted Lovesongs en vooral opvolger Get It Some More deden. Het waren platen die hardcore verteerbaar maakten, een dosis melodie in het droge beukwerk injecteerden. En waarop het instant headbangen was.

Dat is anders met Hide Seek Lost Found . Niet dat het drietal met het grijzen der haren op softrock à la Coldplay is overgestapt, maar het echte moéten is er wat uit. Die furie waarmee Get It Some More aftrapte, is vandaag in opener “Epica” ver te zoeken. En dat is dan nog een van de sterkere nummers: typische, de diepten opzoekende baslijn, gitaarsteken als ijspriemen, drums die strak hameren.

Even vaak klinkt het beuken echter wat verplicht. Zoals in het ongeïnspireerde “Imagine”, dat als enige verdiensten heeft dat het die baslijn van “Hide Seek” zo welkom maakt. Je voelt meteen dat dit nummer wel zal werken, en dat doet het ook. Met zijn dwingend “Tomorrow, tomorrow” en een hortende bas ontlokt het enig goedkeurend log geheadbang.

Het piepende gitaartje van “Bootycall” leidt echter nergens toe, en ook Coenen kan de boel niet redden met een repetitieve basriff die al te afstompend werkt. En dan is er nog “Heart vs. Dynamite” dat een kleine drie minuten aanmekkert, voor het halverwege dan toch even boeiend wil worden. Een kleine drie minuten; daarin had de groep op vorige platen zijn punt al driemaal gemaakt. Maar dat lijkt de nieuwe aanpak te zijn: geen hapklare refreinen, maar lange, meanderende aanlopen, om pas in de finale een klein beetje voldoening te schenken.

We kunnen één en ander proberen te duiden als een moedige poging om niet voor de derde keer dezelfde plaat te maken, maar tegelijk overweegt het idee “If it ain’t broke, don’t try and fix it”. Flipo Mancini had zijn sterkte gevonden in die — toegegeven — beperkte stijl, en deze Hide Seek Lost Found weet geen waardig alternatief voor het puntige werk van vorige platen te bieden. Jammer. Hopelijk duurt het geen vijf jaar voor een herkansing volgt, heren?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 5 =