Arctic Monkeys :: Suck It And See

Wie had gevreesd dat Humbug een tijdelijk uitstapje van Arctic Monkeys was, kan opgelucht ademhalen. Op het nieuwe Suck It And See gaat de band verder op de ingeslagen weg: de ratelende gitaren blijven aan de kant ten voordele van donderende rifs én sprankelende popsongs.

In vroegere tijden, toen niet alleen de dieren nog spraken, maar ook van muzikaal snobisme nog geen sprake was, een enkele sneer richting -toen al- oubollige schlagers van eigen of andere bodem buiten beschouwing gelaten, was een gitaarrif nog iets waarmee rotsen gespleten werden en, als de volumeknop op elf gedraaid werd, de zee uiteen week.

Alles kon en mocht in die dagen, van luide drumsolo’s tot tonnen make-up, zowel bij de meisjes als de jongens. En ergens tussen het eind van de jaren zestig en het midden van de seventies, toen de eerste punkers anarchistische slogans op muziek zetten en tegelijk een setje regels afkondigden, kwam T. Rex met “Ballrooms Of Mars” aanzetten. Een ballad zowaar, maar evengoed een nummer dat de synthese vormde van wat voorbij was, al was niemand zich daar op dat moment van bewust, en dat wat moest komen. Voor Marc Bolan zou dat niet veel meer zijn. Amper vijf jaar later, in september ’77, luttele weken voor zijn dertigste verjaardag bovendien, kwam hij om het leven in aan auto-ongeval. Een maand later lag Never Mind The Bollocks, Here’s The Sex Pistols in de winkel en volgde, nadat de sixties al voor de eerste barsten hadden gezorgd, het definitieve schisma tussen indie, alternative of hoe al de hippe toestanden ook gelabeld worden en, welja, al de rest.

Zowat de grootste band uit de hippe uithoeken van het muzikaal universum is Arctic Monkeys: het piepjonge viertal dat zich in de periode 2005/06 met behulp van de online community in de gunst van het grote publiek werkte met messcherpe rocksongs die geen klein beetje opvielen door het schrijftalent van frontman Alex Turner. In de zomer van 2007 kruiste het pad van de band, in het zog van tweede plaat Favourite Worst Nightmare, dat van Josh Homme, waarmee voor Arctic Monkeys een nieuw hoofdstuk aanbrak.

Humbug heette de plaat waarmee Homme en de Monkeys hun samenwerking tot een goed eind zagen komen én waarmee de band een flink deel van de fans van het eerst uur tegen zich in het harnas joeg. De snerpende gitaren werden ingeruild voor log, aan de verzengende hitte van de Californische woestijn aangepast geluid. Na een waanzinnig lange ballingschap konden heavy rifs plots weer.

Het is op dat geluid dat Arctic Monkeys verder bouwt op zijn nieuwe, vierde plaat, het fijntjes getitelde Suck It And See. Die plaat is zowaar een verkapte popplaat: ondanks het feit dat de volumeknop zo nu en dan flink opengedraaid wordt, heeft Arctic Monkeys een album gemaakt dat bol staat van de poppy hooks.

Neem eerste single Don’t Sit Down ‘caus I’ve Moved Your Chair. Meer simplistisch dan dit kan een rocksong amper worden, tot die conclusie kan je zelfs komen zonder de song gehoord te hebben. De rif waarmee Don’t Sit Down echter binnen komt gestormd, is echter zo imponerend dat we er voor het eerst van overtuigd zijn dat Arctic Monkeys eindelijk ook op het podium indruk zal weten te maken, iets dat tot nu toe vrolijk nagelaten werd.

Met een tweede plaat die drijft op zinderend en ongecompliceerd materiaal moet dat zonder al te veel mogelijk zijn. Waartoe neem je anders een simplistisch en aanstekelijk nummer als “Brick By Brick” (‘I wanna rock and roll/brick by brick’, jawel) op in je oeuvre?
Of het heerlijke “The Hellcat Spangled Shalalala”, dat uiterst meezingbare -nogmaals jawel- shalalala’s over een klaterende gitaarpartij uitstrooit.

“Black Treacle” kan dan weer uitpakken met een rif die zo hardnekkig blijft hangen dat je de tweede keer dat Suck It And See opstaat de band ervan verdenkt schaamteloos de aloude glamrockers te plagiëren, een idee dat eveneens kortstondig de kop opsteekt tijdens het titelnummer, waarmee Suck It And See op een gepast, lichtjes zwevend aftitelingsnummer kan bogen om de plaat mee naar de elektrisch geladen afsluiter “That’s Where You’re Wrong” te begeleiden.

Ten tijde van voorganger Humbug vroeg collega (mvm) zich af of Arctic Monkeys met zijn vierde plaat voor de definitieve bevestiging zou zorgen. Hoewel definitief nogal eng klinkt, lijkt het er sterk op dat die vraag met een welluidend “ja” beantwoord kan worden. Suck It And See laat een band horen die niet bang is zichzelf te vernieuwen, zelfs als de logische stap om dat te doen, bestaat uit het omarmen van het soort rif- en ballad-georiënteerde rock die -deels terecht- decennialang met de nek werd aangekeken.

Arctic Monkeys staat op 1 juli op Rock Werchter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 4 =